ECLI:NL:RBLIM:2025:11746
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aanvraag Wajong-uitkering op grond van de tienjarenregel
Eiser vroeg het UWV om een Wajong-uitkering toe te kennen met ingang van 22 juli 2023 op basis van de tienjarenregel, die inhoudt dat iemand die tien jaar onafgebroken geen arbeidsvermogen heeft gehad alsnog als jonggehandicapte kan worden aangemerkt.
Het UWV wees de aanvraag af omdat volgens hen het ontbreken van arbeidsvermogen pas vanaf 1 juli 2014 begon, waardoor de tien jaar pas op 1 juli 2024 werd bereikt. Eiser maakte bezwaar, dat werd ongegrond verklaard. Hiertegen stelde eiser beroep in bij de rechtbank Limburg.
De rechtbank oordeelde dat de datum van aanvang van het ontbreken van arbeidsvermogen bepalend is en moet worden vastgesteld op basis van alle gegevens ten tijde van de aanvraag. Hoewel het UWV verwees naar eerdere besluiten zonder nieuw onderzoek, was het besluit inhoudelijk juist omdat de verzekeringsarts op grond van zorgvuldig onderzoek had vastgesteld dat het ontbreken van arbeidsvermogen vanaf 1 juli 2014 bestond.
De rechtbank stelde vast dat eiser niet kon worden tegengeworpen dat hij in eerdere procedures de aanvangsdatum niet had aangevochten, omdat toen alleen de duurzaamheid van het arbeidsvermogen punt van geschil was. Het besluit was echter niet zorgvuldig gemotiveerd, wat een schending van de Awb opleverde, maar eiser werd daardoor niet benadeeld. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard.
De rechtbank veroordeelde het UWV tot vergoeding van de proceskosten van €1.814,- en het griffierecht van €51,- aan eiser.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de Wajong-uitkering op grond van de tienjarenregel wordt ongegrond verklaard, met proceskostenvergoeding aan eiser.