ECLI:NL:RBLIM:2025:11886
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - meervoudig
- K. Mestrom
- L. Bastiaans
- N.P.J. van de Pasch
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak ontucht met minderjarig stiefkind wegens onvoldoende steunbewijs
De rechtbank Limburg behandelde op 17 november 2025 de zaak tegen verdachte die werd verdacht van ontuchtige handelingen met zijn minderjarig stiefkind in de periode van juni 2022 tot juni 2023. Het slachtoffer deed aangifte en verklaarde dat verdachte haar meerdere malen seksueel had misbruikt. De officier van justitie stelde dat de verklaring van het slachtoffer betrouwbaar was en ondersteund werd door getuigenverklaringen van de vader en pleegmoeder die emoties bij het slachtoffer hadden waargenomen.
De verdediging voerde aan dat het bewijs onvoldoende was omdat het steunbewijs niet voldeed aan het wettelijke bewijsminimum. De waarnemingen van emoties waren pas maanden na de vermeende feiten gedaan en konden ook door andere omstandigheden verklaard worden. De rechtbank oordeelde dat het tijdsverloop tussen de waarnemingen en de feiten te groot was om als steunbewijs te dienen. Hierdoor was niet met voldoende zekerheid vast te stellen dat de emoties het gevolg waren van de ten laste gelegde handelingen.
De rechtbank concludeerde dat er geen tweede bewijsmiddel was dat het wettelijk bewijsminimum kon halen. Ondanks de geloofwaardigheid van het slachtoffer was dat onvoldoende om tot een bewezenverklaring te komen. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van het primair en subsidiair tenlastegelegde. Het vonnis werd uitgesproken op 1 december 2025 door de meervoudige kamer.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende steunbewijs naast de verklaring van het slachtoffer.