ECLI:NL:RBLIM:2025:11890
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - meervoudig
- L. Bastiaans
- N.P.J. van de Pasch
- K. Mestrom
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak voor witwassen wegens onvoldoende bewijs van criminele herkomst geldbedrag
De rechtbank Limburg behandelde op 17 november 2025 de zaak tegen verdachte die werd verdacht van witwassen van 18.168,50 euro. De officier van justitie stelde dat het geld afkomstig was uit boedelonttrekking tijdens het faillissement van medeverdachte, waarbij verdachte wist dat het geld uit een misdrijf kwam en haar rekening ter beschikking stelde.
De verdediging betoogde dat verdachte niet wist en ook niet hoefde te weten dat het geld uit een misdrijf kwam. Zij ontving slechts enkele bedragen om van te leven en medeverdachte had haar verteld dat hij mocht doorwerken tijdens het faillissement.
De rechtbank oordeelde dat niet buiten redelijke twijfel kon worden vastgesteld dat medeverdachte wist dat hij inkomsten op een boedelrekening moest storten en dat het geldbedrag uit een misdrijf afkomstig was. Het dossier bevatte onvoldoende bewijs, zoals ontbrekende correspondentie en onduidelijkheid over de boedelrekening. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van witwassen.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van witwassen wegens onvoldoende bewijs dat het geld afkomstig is uit enig misdrijf.