In deze zaak heeft eiseres beroep ingesteld tegen de gedeeltelijke afwijzing van haar subsidieaanvraag voor vloerisolatie op grond van de Subsidieregeling Verduurzaming en Onderhoud Huurwoningen (SVOH). De minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening heeft de aanvraag afgewezen omdat de vloerisolatie niet in de bestaande thermische schil van de woning is aangebracht. De rechtbank heeft op 10 december 2025 uitspraak gedaan en het beroep ongegrond verklaard. De rechtbank oordeelt dat de vloer tussen twee verwarmde appartementen niet als onderdeel van de thermische schil kan worden beschouwd, waardoor de subsidieaanvraag niet voldoet aan de voorwaarden van de SVOH. Eiseres had op 13 december 2022 de subsidieaanvraag ingediend, maar de minister heeft deze op 9 februari 2023 gedeeltelijk afgewezen. Eiseres heeft bezwaar gemaakt, maar de minister heeft het bestreden besluit op 15 juni 2023 gehandhaafd. De rechtbank heeft de zaak op 13 mei 2025 behandeld, waarbij eiseres niet zelf aanwezig was, maar haar partner als gemachtigde optrad. De rechtbank heeft vastgesteld dat de relevante bepalingen van de SVOH niet gedefinieerd zijn, maar dat de gebruikelijke betekenis van de term 'thermische schil' in de bouwkundige context voldoende duidelijk is. De rechtbank concludeert dat de minister de subsidieaanvraag terecht heeft afgewezen, omdat de vloerisolatie niet in de bestaande thermische schil is aangebracht. Eiseres krijgt geen gelijk en het bestreden besluit blijft in stand. De rechtbank heeft ook geoordeeld dat eiseres geen recht heeft op terugbetaling van griffierecht of vergoeding van proceskosten.