3.3Het oordeel van de rechtbank
Omwille van de leesbaarheid van dit vonnis zal [benadeelde partij] hierna onder 3.3 ook als “aangeefster” worden aangeduid, hoewel strikt genomen haar moeder de aangifte gedaan heeft.
De rechtbank is van oordeel dat het aan de verdachte tenlastegelegde feit wettig en overtuigend is bewezen. Over de bewezenverklaring overweegt de rechtbank als volgt.
De bewijsmiddelen
Verbalisanten [naam 1] en [naam 2] relateren – onder meer – het volgende:
Op zaterdag, 24 december 2022, omstreeks 23:40 uur, kregen wij via de centralist een melding om te gaan naar het politiebureau te Heerlen. Aldaar, voor het politiebureau, zou er zich een man bevinden die heel erg boos is, omdat zijn nichtje verkracht zou zijn. Het meisje gaf mij desgevraagd op te zijn:
Naam: [benadeelde partij]
Voornaam: [benadeelde partij]
verklaarde kort en zakelijk het volgende:
- dat zij woonachtig is in een woongroep in Kerkrade;
- dat zij enkele maanden geleden een jongen heeft leren kennen via de datingapp Badoo;
- dat deze jongen [verdachte] uit Roermond betreft;
- dat hij ook 18 jaar oud is;
- dat hij afgelopen vrijdag, op 23 december 2022, tussen 20.00 en 24.00 uur op bezoek was bij [benadeelde partij] ;
- dat zij toen ongewenste seksuele handelingen heeft moeten verrichten van deze [verdachte] ;
- dat zij eerst in de woonkamer op schoot van [verdachte] moest zitten;
- dat zij [verdachte] moest zoenen;
- dat zij van [verdachte] op haar gezicht en nek een klap heeft gekregen;
- dat [verdachte] ging douchen en dat [benadeelde partij] mee moest;
- dat [benadeelde partij] [verdachte] in de douche heeft moeten pijpen;
- dat [verdachte] niet is klaargekomen;
- toen ze uit de douche waren dat [verdachte] [benadeelde partij] heeft uitgescholden voor hoer;
- dat [verdachte] [benadeelde partij] 30 Euro heeft gegeven;
- dat [verdachte] daarna weg is gegaan;
Dit betrof [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 2004 te [geboorteplaats] .
Wij hebben [benadeelde partij] een papieren zak gegeven en gevraagd of dat ze haar kleding van afgelopen vrijdag in deze papieren zak wilde stoppen. [benadeelde partij] heeft zelf een trui die in de woonkamer was, gepakt en uit de badkamer een broek die zij vervolgens in de papieren zak deed.
Het proces-verbaal van verhoor van aangeefster [benadeelde partij] vermeldt – zakelijk weergegeven – onder meer het volgende:
V: Waarover kom jij met ons praten?
A: Ik had dus een date met een jongen en eigenlijk was het zover dat ik niet verder wilde met een seksuele relatie. Meer als vrienden. Toen ging hij de hele tijd op me zitten, aan me zitten en mij zoenen. Ik wilde dat niet en heb ook niet terug gezoend. Ik heb toen mijn beste vriend geappt. Die is toen ook gekomen maar hij (
de rechtbank begrijpt: de verdachte) heeft hem (
de rechtbank begrijpt: die beste vriend) bedreigd. Hij zei onder andere: "Ik steek zijn banden lek". Toen ben ik aan de kant gegaan. Toen heb ik die vriend nog een keer geappt: "Je moet nu hier binnen komen". Toen ben ik naar onder gegaan. Ik ben niet naar buiten gegaan omdat hij anders misschien mijn spullen zou jatten. Ik zei tegen hem dat ik mijn lader ging pakken. Toen ben ik weer naar boven gegaan. Toen heeft hij zijn broek uit getrokken. Toen dwong hij mij om hem te pijpen. Toen heeft hij mij de douche in geduwd. Ik moest toen met hem douchen en daarna is hij gegaan. Hij heeft me nog geld gegeven. Toen hij ging heeft hij nog 5 minuten voor de deur gestaan om te zien of ik niets tegen mijn vrienden vertelde.
V: Ik wil eerst met jou gaan praten over dat pijpen, vertel me daar eens alles over?
A: Ik moest hem pijpen. Hij ging mij masserend naar onder duwen. In mijn nek. Hoe leg ik dat uit? Hij deed toen zijn piemel in mijn mond. En toen moest ik hem pijpen.
V: Wat zei hij?
A: Dat ik hem moest pijpen.
V: En wat zei jij?
A: Dat ik het niet wilde.
V: Leg eens uit?
A: Hij kwam uit bed. Hij had zich niet aangekleed maar wel zijn onderbroek aangetrokken. Hij kwam naar me toe en zei: "kom douchen" ik zei "uh nee”. Toen heeft hij toch mijn kleren uitgetrokken en meegetrokken de douche in.
V: Waar heeft hij jou aangeraakt?
A: Mijn tieten, mijn benen, mijn gezicht. Eigenlijk overal.
V: Hoe deed hij dat aanraken met zijn handen? Deed hij wrijven, op en neer, knijpen of iets anders?
A: Op en neer, knijpen ook en wrijven.
V: Hoe ging dat aanraken aan jouw borsten?
A: Knijpen.
V: Nog even over dat zoenen, hoe ging dat?
A: Hij zoende mij maar ik deed niks terug.
Het proces-verbaal van verhoor van getuige [naam 3] vermeldt – zakelijk weergegeven – onder meer het volgende:
V: Wat is je functie?
A: Ik ben van mevrouw [benadeelde partij] de persoonlijk begeleider van [woongroep] op de [adres 2] .
V: Wanneer was de eerste keer dat [benadeelde partij] hierover aan jou vertelde?
A: 24 december 2022 heeft zij mij dat verhaal verteld.
V: Vertel ons daar eens alles over?
A: Rond etenstijd kwam zij op kantoor en vertelde dat er die nacht van 23 op 24 december 2022 een jongen bij haar was geweest, die zij had leren kennen op Badoo. Ze had al eerder het gevoel dat het niet klopte maar die date is er toch geweest. Hij zou haar hebben gezoend waar [benadeelde partij] niet blij mee was. Later zijn er seksuele handelingen geweest die zij niet wilde. Hij had haar in haar nek gepakt en daar heeft zij een foto van gemaakt. Dat is ook heel slim van haar en als het goed is heeft zij die nog. Je ziet op die foto dat haar nek nog rood is. Ze heeft verteld dat hij haar heeft gedwongen door haar en haar familie iets aan te doen
V: Wat zei [benadeelde partij] precies tegen je?
A: Ik heb hier de rapportages en daar heb ik het toen ingeschreven. 'die jongen dreigt mij dan te slaan en iets aan te doen. Ik moest allemaal dingen bij hem doen, ik moest hem pijpen’.
V: En dit incident heeft dat nog veranderingen bij [benadeelde partij] gemaakt?
A: Zij leunt op mensen die zij heeft leren kennen. Ze heeft een nieuw vriendje en daar leunt zij elke dag op. Wat wel zo is dat zij vaker naar buiten wil een rondje lopen maar dat ze dat niet alleen wil doen en dat ze iemand mee vraagt om te lopen.
Het proces-verbaal van verhoor getuige [naam 4] vermeldt – zakelijk weergegeven – onder meer het volgende:
V: Wat is jullie relatie?
A: Wij zijn gewoon vrienden.
V: [benadeelde partij] vertelde dat zij iets met jou had afgesproken toen zij met een jongen had afgesproken. Vertel hier eens alles over.
A: Ze had met een jongen afgesproken en ze vroeg of ik in de buurt wilde blijven voor als er iets was. Ik ben op de fiets gaan zitten wachten op de supermarkt. Ze belde mij en zei [naam 4] kom nu hierheen. Ik ben daarnaartoe gegaan. Ik belde aan en die jongen maakte de deur open. Hij wilde mij niet binnen laten. Ik zei dat ik de oplader kwam ophalen. Ze is toen naar beneden gekomen toen die jongen terug naar boven was. [benadeelde partij] zei dat die jongen niet weg wilde.
V: [benadeelde partij] belde jou, en toen?
A: Ze zei: “Kom hierheen, ik zit op de wc. Hij zit binnen en gaat niet weg.” Ik ben op de fiets gestapt en ben ernaartoe geracet. Toen ik daar kwam was er geen vooruitgang in te krijgen. Die jongeman wilde niet weg. Ik zei tegen [benadeelde partij] kom maar met mij mee en gaan we wat drinken en gaan we naar de politie bij bureau Kerkrade. [benadeelde partij] zei toen nee dat kan niet. Ik kan hem niet alleen in mijn woning laten. Ze is toen terug naar boven gegaan. Dat is het zo'n beetje.
V: Wat heeft [benadeelde partij] concreet gezegd wat er is gebeurd?
A: Ze heeft niet tot in detail gezegd wat er is gebeurd. Ze heeft gezegd dat ze werd gedwongen en seksuele handelingen moest uitvoeren omdat ze anders werd geslagen en ze is al eens geslagen zei ze tijdens het telefoongesprek. Die jongen heeft haar gedwongen om hem te pijpen anders zou hij haar slaan. Ze wilde niet in elkaar geslagen worden en heeft gedaan wat hij zei.
V: Welke gedragsverandering zag je bij [benadeelde partij] ?
A: Daarna is ze eigenlijk vrij abrupt een rustig en kalm persoon geworden. Dat heeft niet heel lang geduurd gelukkig. Ze was een hele tijd sip en depressief.
Het proces-verbaal van verhoor van verdachte vermeldt – zakelijk weergegeven – onder meer het volgende:
V: Wanneer heb je met [benadeelde partij] afgesproken?
A: Met kerst, als het goed is.
V: Waar heb je afgesproken?
A: Bij haar thuis.
V: Wie wonen daar nog meer?
A: Ik heb geen idee. Bij [benadeelde partij] niemand en wie er verder in het huis woont, weet ik niet.
V: Jullie hebben afgesproken, en toen?
A: We hebben op de bank gezeten, eten besteld. Gegeten en toen heb ik haar het wisselgeld gegeven, omdat ik de situatie zo zielig vond. Ze had pijn aan haar nek en toen heb ik haar gemasseerd. Verder niet zoveel veel.
V je zei ik ga haar wisselgeld?
A: Dit was 20 of 22 euro.
Verbalisant [naam 5] relateert – onder meer – het volgende:
In verband met een onderzoek naar een verkrachting te Kerkrade werd door mij een forensisch onderzoek verricht naar biologische sporen aan onderstaande sporendrager:
SIN: AAPO6452NL
Object: Kleding (Broek)
Ik heb de [volgende] sporen veiliggesteld:
SIN: AAQG0385NL
Spoortype: Biologisch
Plaats veiligstellen: Binnenzijde draagband ter hoogte van linker heup
SIN: AAQG0388NL
Spoortype: Biologisch
Plaats veiligstellen: Buitenzijde draagband ter hoogte van linker heup
SIN: AAQG0389NL
Spoortype: Biologisch
Plaats veiligstellen: Buitenzijde draagband ter hoogte van rechter heup
SIN: AAQG0390NL
Spoortype: Biologisch
Plaats veiligstellen: Buitenzijde broek ter hoogte van kruis
De deskundigenrapportage Forensisch DNA-onderzoek van het NFI vermeldt – zakelijk weergegeven – onder meer het volgende:
Bemonstering AAQGO385NL
De resultaten van het onderzoek zijn extreem veel waarschijnlijker wanneer [de bemonstering van het spoor DNA van [verdachte] , slachtoffer [benadeelde partij] en één onbekende persoon bevat] dan wanneer [de bemonstering van het spoor DNA bevat van slachtoffer [benadeelde partij] en twee onbekende personen bevat].
Bemonstering AAQGO388NL
De resultaten van het onderzoek zijn zeer veel waarschijnlijker wanneer [de bemonstering van het spoor DNA van [verdachte] en twee onbekende personen bevat] dan wanneer [de bemonstering van het spoor DNA van drie onbekende personen bevat].
Bemonstering AAQGO389NL
De resultaten van het onderzoek zijn extreem veel waarschijnlijker wanneer [de bemonstering van het spoor DNA van [verdachte] en twee onbekende personen bevat] dan wanneer [de bemonstering van het spoor DNA van drie onbekende personen bevat].
Bemonstering AAQG0390NL
Uit de resultaten van het onderzoek blijkt dat het DNA-profiel van een man is. De frequentie van het DNA-profiel is kleiner dan één op één miljard en is van [verdachte] .
De bewijsoverwegingDe rechtbank stelt op grond van de bewijsmiddelen vast dat “omstreeks 24 december 2022”, te weten op de avond van 23 december 2022 bij aangeefster thuis een afspraak heeft plaatsgevonden tussen de verdachte en aangeefster. Om vast te stellen wat er die avond precies gebeurd is, heeft de rechtbank onderzocht of de aangifte van aangeefster als voldoende betrouwbaar kan worden aangemerkt en, zo ja, of die aangifte voldoende steun vindt in overige bewijsmiddelen.
Betrouwbaarheid verklaringen aangeefster
Over de betrouwbaarheid van de verklaring van aangeefster overweegt de rechtbank het volgende. Aangeefster is in haar aangifte zeer open geweest en heeft vanaf het eerste moment een gedetailleerde en consistente verklaring afgelegd. De kern van haar verhaal is steeds geweest dat ze tegen haar wil gedwongen werd orale seks met de verdachte te hebben; niet meer, niet anders. Dat heeft zij zowel tegen haar begeleider [naam 3] , tegen haar beste vriend [naam 4] , als vervolgens tegen de politie gezegd. Aangeefster heeft dit meteen de ochtend nadat de verkrachting gebeurd zou zijn, aan haar begeleider gemeld. Verder heeft aangeefster klaarblijkelijk niet met haar verhaal te koop gelopen, wat blijkt uit het feit dat ze haar moeder wel ingelicht heeft, maar aan haar geen details heeft verteld. Aangeefster heeft haar verhaal spontaan gedaan, en meteen in de vorm die ze daarna is blijven handhaven.
In haar verklaring komen details voor, die op het eerste oog mogelijk bevreemding wekken, maar die elders terugkeren en aldus bevestigd worden in andere bewijsmiddelen. Zo heeft aangeefster gesproken over een betaling na het feit, en heeft zij aangegeven dat de verdachte onaardige dingen over haar korte haar had verteld. Deze beide punten worden ook door de verdachte in zijn verklaring genoemd.
Bovendien wordt dit verhaal ondersteund door de verklaring van getuige [naam 4] , inhoudende dat [naam 4] aan de deur van aangeefster is geweest op het moment dat de verdachte daar aanwezig was en dat hij door de verdachte niet binnen werd gelaten. Aangeefster heeft toen aan [naam 4] gezegd dat ze zich niet veilig voelde en haar woning niet durfde te verlaten, nu de verdachte dan alleen in haar woning zou achterblijven. Dit wordt bevestigd door [naam 4] .
Tenslotte heeft de rechtbank in aanmerking genomen dat aangeefster als reden voor het eventueel doen van aangifte heeft genoemd dat ze niet wil dat ditzelfde bij andere meisjes zal gebeuren. Dit is ook zoals haar moeder gesproken heeft over wat er in de zaak zou moeten gebeuren. Noch aangeefster, noch de moeder lijkt bezig te zijn met een eventuele straf voor de verdachte. Hiermee verwerpt de rechtbank dan ook wat verdachte zelf over de betrouwbaarheid van het verwijt ter zitting verklaard heeft, namelijk dat aangeefster op schadevergoeding uit is en daarom dit verhaal heeft verteld.
De rechtbank acht, gelet op het bovenstaande, de verklaring van aangeefster betrouwbaar.
Steunbewijs
Over de aanwezigheid van steunbewijs overweegt de rechtbank het volgende. Zoals hierboven reeds besproken wordt de verklaring van aangeefster ondersteund door de verklaring van getuige [naam 4] . Daarnaast wordt de verklaring van aangeefster eveneens ondersteund door de verklaring van getuige [naam 3] , de begeleider van aangeefster. Aangeefster heeft, kort na het voorval, aan [naam 3] verteld wat er zich die avond heeft afgespeeld. Beide getuigen geven aan dat aangeefster zich na het voorval anders is gaan gedragen. De aangeefster is onder andere stiller geworden en ze wil niet meer alleen naar buiten toe. De rechtbank leidt hieruit af dat er zich die avond iets heeft afgespeeld.
Ook is er DNA-materiaal van de verdachte aangetroffen op de binnen- en buitenzijde van de broekband en aan de buitenzijde van het kruis van de broek van aangeefster. Dit kan hier alleen zijn gekomen doordat de verdachte de broek daar heeft aangeraakt en niet – zoals door de verdachte is gesteld – doordat hij in de kamer aanwezig was. De verdachte heeft voor de aanwezigheid van zijn DNA op die plekken geen (andere) verklaring gegeven. Dit alles in onderling verband bezien maakt dat, naar het oordeel van de rechtbank, de verklaring van aangeefster op voldoende punten bevestiging vindt in de andere bewijsmiddelen.
Met betrekking tot de betrouwbaarheid en de waarde van de uitkomsten van het DNA-onderzoek merkt de rechtbank omwille van de volledigheid - mede nu de verdachte geen rechtskundige bijstand had die namens hem de verdediging voerde - nog het volgende op. De rechtbank heeft geconstateerd dat de broek en de trui in één en dezelfde papieren zak zijn veilig gesteld voor sporenonderzoek, en dat de broek binnenstebuiten gedraaid zat. Ondanks dat acht de rechtbank de plaatsen waarop de DNA-sporen, kennelijk afkomstig van de verdachte, zijn aangetroffen dusdanig dat deze bruikbaar zijn als sporenmateriaal ten laste van de verdachte voor de bewijsvoering van het ten laste gelegde.
Dwang
Over de door de verdachte gebruikte dwang overweegt de rechtbank het volgende.
In haar verklaring heeft aangeefster verklaard aan de verdachte te hebben aangegeven geen seks te willen. Zij heeft dit met zowel non-verbale als verbale handelingen aangegeven aan de verdachte. Zo heeft aangeefster gezegd de verdachte niet te willen pijpen en niet met hem te willen douchen. De verdachte heeft deze handelingen echter genegeerd. Hij heeft haar in haar nek gemasseerd en naar beneden geduwd, waarbij hij zijn geslachtsdeel in haar mond bracht. Ook heeft de verdachte haar kleren uitgetrokken en haar de douche mee ingetrokken.
Dit alles heeft plaatsgevonden in de woning van aangeefster. De verdachte heeft eveneens geweigerd [naam 4] – die op vraag van aangeefster naar haar woning is gekomen – de woning binnen te laten. Mede door de bedreigingen die de verdachte heeft geuit richting de aangeefster en [naam 4] , heeft de verdachte een dusdanige situatie gecreëerd dat zij zich niet verder durfde te verzetten tegen de verdachte.
Gelet op het bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat kan worden vastgesteld dat er sprake was van dwang door geweld en bedreiging met geweld of andere feitelijkheden.
De rechtbank acht, gelet op het voorgaande, wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan verkrachting van [benadeelde partij] .