ECLI:NL:RBLIM:2025:12218

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
10 december 2025
Publicatiedatum
10 december 2025
Zaaknummer
03.002983.24
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verkrachting met dwang en bedreiging in Kerkrade

Op 10 december 2025 heeft de Rechtbank Limburg in Maastricht uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een verdachte die beschuldigd werd van verkrachting. De zaak betreft een incident dat plaatsvond op 24 december 2022 in Kerkrade, waar de verdachte het slachtoffer, een jonge vrouw, heeft gedwongen tot seksuele handelingen door middel van geweld en bedreiging. De rechtbank heeft vastgesteld dat de verdachte de aangeefster, die in een woongroep verbleef, onder druk heeft gezet en haar heeft gedwongen tot orale seks. De aangeefster heeft consistent en gedetailleerd verklaard over de gebeurtenissen, wat door getuigen en forensisch bewijs werd ondersteund. De rechtbank heeft de verklaring van de aangeefster als betrouwbaar beoordeeld, mede door de bevestiging van haar verhaal door getuigen en het DNA-bewijs dat de aanwezigheid van de verdachte op de kleding van de aangeefster aantoonde. De rechtbank heeft de verdachte schuldig bevonden aan verkrachting en hem een gevangenisstraf van 2 jaar opgelegd, zonder voorwaardelijk strafdeel. Daarnaast is de verdachte veroordeeld tot schadevergoeding aan de benadeelde partij, die een bedrag van € 5.075,00 vorderde, bestaande uit materiële en immateriële schade. De rechtbank heeft de vordering tot schadevergoeding gedeeltelijk toegewezen en de wettelijke rente vanaf de datum van het delict opgelegd.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht
Strafrecht
Parketnummer : 03.002983.24
tegenspraak
Vonnis van de meervoudige strafkamer van 10 december 2025
in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboortegegevens] 2004,
wonende te [adres 1] .

1.Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 26 november 2025. De verdachte is verschenen. De officier van justitie en de verdachte hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.
[benadeelde partij] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces en is verschenen op de zitting. Namens haar heeft haar gemachtigde mr. S.L.R. Hensen, advocaat te Urmond, op de zitting het woord gevoerd. De rechtbank heeft de vordering tot schadevergoeding behandeld.

2.De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte:
op of omstreeks 24 december 2022 in Kerkrade het slachtoffer [benadeelde partij] heeft verkracht.

3.De beoordeling van het bewijs

3.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het tenlastegelegde feit. Daartoe heeft de officier van justitie - kort gezegd - aangevoerd dat er genoeg steunbewijs is om de betrouwbare verklaring van [benadeelde partij] te ondersteunen.
3.2
Het standpunt van de verdediging
De verdachte heeft verklaard onschuldig te zijn aan wat hem verweten wordt.
3.3
Het oordeel van de rechtbank [1]
Omwille van de leesbaarheid van dit vonnis zal [benadeelde partij] hierna onder 3.3 ook als “aangeefster” worden aangeduid, hoewel strikt genomen haar moeder de aangifte gedaan heeft.
De rechtbank is van oordeel dat het aan de verdachte tenlastegelegde feit wettig en overtuigend is bewezen. Over de bewezenverklaring overweegt de rechtbank als volgt.
De bewijsmiddelen
Verbalisanten [naam 1] en [naam 2] relateren – onder meer – het volgende: [2]
Op zaterdag, 24 december 2022, omstreeks 23:40 uur, kregen wij via de centralist een melding om te gaan naar het politiebureau te Heerlen. Aldaar, voor het politiebureau, zou er zich een man bevinden die heel erg boos is, omdat zijn nichtje verkracht zou zijn. Het meisje gaf mij desgevraagd op te zijn:
Naam: [benadeelde partij]
Voornaam: [benadeelde partij]
verklaarde kort en zakelijk het volgende:
- dat zij woonachtig is in een woongroep in Kerkrade;
- dat zij enkele maanden geleden een jongen heeft leren kennen via de datingapp Badoo;
- dat deze jongen [verdachte] uit Roermond betreft;
- dat hij ook 18 jaar oud is;
- dat hij afgelopen vrijdag, op 23 december 2022, tussen 20.00 en 24.00 uur op bezoek was bij [benadeelde partij] ;
- dat zij toen ongewenste seksuele handelingen heeft moeten verrichten van deze [verdachte] ;
- dat zij eerst in de woonkamer op schoot van [verdachte] moest zitten;
- dat zij [verdachte] moest zoenen;
- dat zij van [verdachte] op haar gezicht en nek een klap heeft gekregen;
- dat [verdachte] ging douchen en dat [benadeelde partij] mee moest;
- dat [benadeelde partij] [verdachte] in de douche heeft moeten pijpen;
- dat [verdachte] niet is klaargekomen;
- toen ze uit de douche waren dat [verdachte] [benadeelde partij] heeft uitgescholden voor hoer;
- dat [verdachte] [benadeelde partij] 30 Euro heeft gegeven;
- dat [verdachte] daarna weg is gegaan;
Dit betrof [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 2004 te [geboorteplaats] .
Wij hebben [benadeelde partij] een papieren zak gegeven en gevraagd of dat ze haar kleding van afgelopen vrijdag in deze papieren zak wilde stoppen. [benadeelde partij] heeft zelf een trui die in de woonkamer was, gepakt en uit de badkamer een broek die zij vervolgens in de papieren zak deed.
Het proces-verbaal van verhoor van aangeefster [benadeelde partij] vermeldt – zakelijk weergegeven – onder meer het volgende: [3]
V: Waarover kom jij met ons praten?
A: Ik had dus een date met een jongen en eigenlijk was het zover dat ik niet verder wilde met een seksuele relatie. Meer als vrienden. Toen ging hij de hele tijd op me zitten, aan me zitten en mij zoenen. Ik wilde dat niet en heb ook niet terug gezoend. Ik heb toen mijn beste vriend geappt. Die is toen ook gekomen maar hij (
de rechtbank begrijpt: de verdachte) heeft hem (
de rechtbank begrijpt: die beste vriend) bedreigd. Hij zei onder andere: "Ik steek zijn banden lek". Toen ben ik aan de kant gegaan. Toen heb ik die vriend nog een keer geappt: "Je moet nu hier binnen komen". Toen ben ik naar onder gegaan. Ik ben niet naar buiten gegaan omdat hij anders misschien mijn spullen zou jatten. Ik zei tegen hem dat ik mijn lader ging pakken. Toen ben ik weer naar boven gegaan. Toen heeft hij zijn broek uit getrokken. Toen dwong hij mij om hem te pijpen. Toen heeft hij mij de douche in geduwd. Ik moest toen met hem douchen en daarna is hij gegaan. Hij heeft me nog geld gegeven. Toen hij ging heeft hij nog 5 minuten voor de deur gestaan om te zien of ik niets tegen mijn vrienden vertelde.
V: Ik wil eerst met jou gaan praten over dat pijpen, vertel me daar eens alles over?
A: Ik moest hem pijpen. Hij ging mij masserend naar onder duwen. In mijn nek. Hoe leg ik dat uit? Hij deed toen zijn piemel in mijn mond. En toen moest ik hem pijpen.
V: Wat zei hij?
A: Dat ik hem moest pijpen.
V: En wat zei jij?
A: Dat ik het niet wilde.
V: Leg eens uit?
A: Hij kwam uit bed. Hij had zich niet aangekleed maar wel zijn onderbroek aangetrokken. Hij kwam naar me toe en zei: "kom douchen" ik zei "uh nee”. Toen heeft hij toch mijn kleren uitgetrokken en meegetrokken de douche in.
V: Waar heeft hij jou aangeraakt?
A: Mijn tieten, mijn benen, mijn gezicht. Eigenlijk overal.
V: Hoe deed hij dat aanraken met zijn handen? Deed hij wrijven, op en neer, knijpen of iets anders?
A: Op en neer, knijpen ook en wrijven.
V: Hoe ging dat aanraken aan jouw borsten?
A: Knijpen.
V: Nog even over dat zoenen, hoe ging dat?
A: Hij zoende mij maar ik deed niks terug.
Het proces-verbaal van verhoor van getuige [naam 3] vermeldt – zakelijk weergegeven – onder meer het volgende: [4]
V: Wat is je functie?
A: Ik ben van mevrouw [benadeelde partij] de persoonlijk begeleider van [woongroep] op de [adres 2] .
V: Wanneer was de eerste keer dat [benadeelde partij] hierover aan jou vertelde?
A: 24 december 2022 heeft zij mij dat verhaal verteld.
V: Vertel ons daar eens alles over?
A: Rond etenstijd kwam zij op kantoor en vertelde dat er die nacht van 23 op 24 december 2022 een jongen bij haar was geweest, die zij had leren kennen op Badoo. Ze had al eerder het gevoel dat het niet klopte maar die date is er toch geweest. Hij zou haar hebben gezoend waar [benadeelde partij] niet blij mee was. Later zijn er seksuele handelingen geweest die zij niet wilde. Hij had haar in haar nek gepakt en daar heeft zij een foto van gemaakt. Dat is ook heel slim van haar en als het goed is heeft zij die nog. Je ziet op die foto dat haar nek nog rood is. Ze heeft verteld dat hij haar heeft gedwongen door haar en haar familie iets aan te doen
V: Wat zei [benadeelde partij] precies tegen je?
A: Ik heb hier de rapportages en daar heb ik het toen ingeschreven. 'die jongen dreigt mij dan te slaan en iets aan te doen. Ik moest allemaal dingen bij hem doen, ik moest hem pijpen’.
V: En dit incident heeft dat nog veranderingen bij [benadeelde partij] gemaakt?
A: Zij leunt op mensen die zij heeft leren kennen. Ze heeft een nieuw vriendje en daar leunt zij elke dag op. Wat wel zo is dat zij vaker naar buiten wil een rondje lopen maar dat ze dat niet alleen wil doen en dat ze iemand mee vraagt om te lopen.
Het proces-verbaal van verhoor getuige [naam 4] vermeldt – zakelijk weergegeven – onder meer het volgende: [5]
V: Wat is jullie relatie?
A: Wij zijn gewoon vrienden.
V: [benadeelde partij] vertelde dat zij iets met jou had afgesproken toen zij met een jongen had afgesproken. Vertel hier eens alles over.
A: Ze had met een jongen afgesproken en ze vroeg of ik in de buurt wilde blijven voor als er iets was. Ik ben op de fiets gaan zitten wachten op de supermarkt. Ze belde mij en zei [naam 4] kom nu hierheen. Ik ben daarnaartoe gegaan. Ik belde aan en die jongen maakte de deur open. Hij wilde mij niet binnen laten. Ik zei dat ik de oplader kwam ophalen. Ze is toen naar beneden gekomen toen die jongen terug naar boven was. [benadeelde partij] zei dat die jongen niet weg wilde.
V: [benadeelde partij] belde jou, en toen?
A: Ze zei: “Kom hierheen, ik zit op de wc. Hij zit binnen en gaat niet weg.” Ik ben op de fiets gestapt en ben ernaartoe geracet. Toen ik daar kwam was er geen vooruitgang in te krijgen. Die jongeman wilde niet weg. Ik zei tegen [benadeelde partij] kom maar met mij mee en gaan we wat drinken en gaan we naar de politie bij bureau Kerkrade. [benadeelde partij] zei toen nee dat kan niet. Ik kan hem niet alleen in mijn woning laten. Ze is toen terug naar boven gegaan. Dat is het zo'n beetje.
V: Wat heeft [benadeelde partij] concreet gezegd wat er is gebeurd?
A: Ze heeft niet tot in detail gezegd wat er is gebeurd. Ze heeft gezegd dat ze werd gedwongen en seksuele handelingen moest uitvoeren omdat ze anders werd geslagen en ze is al eens geslagen zei ze tijdens het telefoongesprek. Die jongen heeft haar gedwongen om hem te pijpen anders zou hij haar slaan. Ze wilde niet in elkaar geslagen worden en heeft gedaan wat hij zei.
V: Welke gedragsverandering zag je bij [benadeelde partij] ?
A: Daarna is ze eigenlijk vrij abrupt een rustig en kalm persoon geworden. Dat heeft niet heel lang geduurd gelukkig. Ze was een hele tijd sip en depressief.
Het proces-verbaal van verhoor van verdachte vermeldt – zakelijk weergegeven – onder meer het volgende: [6]
V: Wanneer heb je met [benadeelde partij] afgesproken?
A: Met kerst, als het goed is.
V: Waar heb je afgesproken?
A: Bij haar thuis.
V: Wie wonen daar nog meer?
A: Ik heb geen idee. Bij [benadeelde partij] niemand en wie er verder in het huis woont, weet ik niet.
V: Jullie hebben afgesproken, en toen?
A: We hebben op de bank gezeten, eten besteld. Gegeten en toen heb ik haar het wisselgeld gegeven, omdat ik de situatie zo zielig vond. Ze had pijn aan haar nek en toen heb ik haar gemasseerd. Verder niet zoveel veel.
V je zei ik ga haar wisselgeld?
A: Dit was 20 of 22 euro.
Verbalisant [naam 5] relateert – onder meer – het volgende: [7]
In verband met een onderzoek naar een verkrachting te Kerkrade werd door mij een forensisch onderzoek verricht naar biologische sporen aan onderstaande sporendrager:
SIN: AAPO6452NL
Object: Kleding (Broek)
Ik heb de [volgende] sporen veiliggesteld:
SIN: AAQG0385NL
Spoortype: Biologisch
Plaats veiligstellen: Binnenzijde draagband ter hoogte van linker heup
SIN: AAQG0388NL
Spoortype: Biologisch
Plaats veiligstellen: Buitenzijde draagband ter hoogte van linker heup
SIN: AAQG0389NL
Spoortype: Biologisch
Plaats veiligstellen: Buitenzijde draagband ter hoogte van rechter heup
SIN: AAQG0390NL
Spoortype: Biologisch
Plaats veiligstellen: Buitenzijde broek ter hoogte van kruis
De deskundigenrapportage Forensisch DNA-onderzoek van het NFI vermeldt – zakelijk weergegeven – onder meer het volgende: [8]
Bemonstering AAQGO385NL
De resultaten van het onderzoek zijn extreem veel waarschijnlijker wanneer [de bemonstering van het spoor DNA van [verdachte] , slachtoffer [benadeelde partij] en één onbekende persoon bevat] dan wanneer [de bemonstering van het spoor DNA bevat van slachtoffer [benadeelde partij] en twee onbekende personen bevat].
Bemonstering AAQGO388NL
De resultaten van het onderzoek zijn zeer veel waarschijnlijker wanneer [de bemonstering van het spoor DNA van [verdachte] en twee onbekende personen bevat] dan wanneer [de bemonstering van het spoor DNA van drie onbekende personen bevat].
Bemonstering AAQGO389NL
De resultaten van het onderzoek zijn extreem veel waarschijnlijker wanneer [de bemonstering van het spoor DNA van [verdachte] en twee onbekende personen bevat] dan wanneer [de bemonstering van het spoor DNA van drie onbekende personen bevat].
Bemonstering AAQG0390NL
Uit de resultaten van het onderzoek blijkt dat het DNA-profiel van een man is. De frequentie van het DNA-profiel is kleiner dan één op één miljard en is van [verdachte] .
De bewijsoverwegingDe rechtbank stelt op grond van de bewijsmiddelen vast dat “omstreeks 24 december 2022”, te weten op de avond van 23 december 2022 bij aangeefster thuis een afspraak heeft plaatsgevonden tussen de verdachte en aangeefster. Om vast te stellen wat er die avond precies gebeurd is, heeft de rechtbank onderzocht of de aangifte van aangeefster als voldoende betrouwbaar kan worden aangemerkt en, zo ja, of die aangifte voldoende steun vindt in overige bewijsmiddelen.
Betrouwbaarheid verklaringen aangeefster
Over de betrouwbaarheid van de verklaring van aangeefster overweegt de rechtbank het volgende. Aangeefster is in haar aangifte zeer open geweest en heeft vanaf het eerste moment een gedetailleerde en consistente verklaring afgelegd. De kern van haar verhaal is steeds geweest dat ze tegen haar wil gedwongen werd orale seks met de verdachte te hebben; niet meer, niet anders. Dat heeft zij zowel tegen haar begeleider [naam 3] , tegen haar beste vriend [naam 4] , als vervolgens tegen de politie gezegd. Aangeefster heeft dit meteen de ochtend nadat de verkrachting gebeurd zou zijn, aan haar begeleider gemeld. Verder heeft aangeefster klaarblijkelijk niet met haar verhaal te koop gelopen, wat blijkt uit het feit dat ze haar moeder wel ingelicht heeft, maar aan haar geen details heeft verteld. Aangeefster heeft haar verhaal spontaan gedaan, en meteen in de vorm die ze daarna is blijven handhaven.
In haar verklaring komen details voor, die op het eerste oog mogelijk bevreemding wekken, maar die elders terugkeren en aldus bevestigd worden in andere bewijsmiddelen. Zo heeft aangeefster gesproken over een betaling na het feit, en heeft zij aangegeven dat de verdachte onaardige dingen over haar korte haar had verteld. Deze beide punten worden ook door de verdachte in zijn verklaring genoemd.
Bovendien wordt dit verhaal ondersteund door de verklaring van getuige [naam 4] , inhoudende dat [naam 4] aan de deur van aangeefster is geweest op het moment dat de verdachte daar aanwezig was en dat hij door de verdachte niet binnen werd gelaten. Aangeefster heeft toen aan [naam 4] gezegd dat ze zich niet veilig voelde en haar woning niet durfde te verlaten, nu de verdachte dan alleen in haar woning zou achterblijven. Dit wordt bevestigd door [naam 4] .
Tenslotte heeft de rechtbank in aanmerking genomen dat aangeefster als reden voor het eventueel doen van aangifte heeft genoemd dat ze niet wil dat ditzelfde bij andere meisjes zal gebeuren. Dit is ook zoals haar moeder gesproken heeft over wat er in de zaak zou moeten gebeuren. Noch aangeefster, noch de moeder lijkt bezig te zijn met een eventuele straf voor de verdachte. Hiermee verwerpt de rechtbank dan ook wat verdachte zelf over de betrouwbaarheid van het verwijt ter zitting verklaard heeft, namelijk dat aangeefster op schadevergoeding uit is en daarom dit verhaal heeft verteld.
De rechtbank acht, gelet op het bovenstaande, de verklaring van aangeefster betrouwbaar.
Steunbewijs
Over de aanwezigheid van steunbewijs overweegt de rechtbank het volgende. Zoals hierboven reeds besproken wordt de verklaring van aangeefster ondersteund door de verklaring van getuige [naam 4] . Daarnaast wordt de verklaring van aangeefster eveneens ondersteund door de verklaring van getuige [naam 3] , de begeleider van aangeefster. Aangeefster heeft, kort na het voorval, aan [naam 3] verteld wat er zich die avond heeft afgespeeld. Beide getuigen geven aan dat aangeefster zich na het voorval anders is gaan gedragen. De aangeefster is onder andere stiller geworden en ze wil niet meer alleen naar buiten toe. De rechtbank leidt hieruit af dat er zich die avond iets heeft afgespeeld.
Ook is er DNA-materiaal van de verdachte aangetroffen op de binnen- en buitenzijde van de broekband en aan de buitenzijde van het kruis van de broek van aangeefster. Dit kan hier alleen zijn gekomen doordat de verdachte de broek daar heeft aangeraakt en niet – zoals door de verdachte is gesteld – doordat hij in de kamer aanwezig was. De verdachte heeft voor de aanwezigheid van zijn DNA op die plekken geen (andere) verklaring gegeven. Dit alles in onderling verband bezien maakt dat, naar het oordeel van de rechtbank, de verklaring van aangeefster op voldoende punten bevestiging vindt in de andere bewijsmiddelen.
Met betrekking tot de betrouwbaarheid en de waarde van de uitkomsten van het DNA-onderzoek merkt de rechtbank omwille van de volledigheid - mede nu de verdachte geen rechtskundige bijstand had die namens hem de verdediging voerde - nog het volgende op. De rechtbank heeft geconstateerd dat de broek en de trui in één en dezelfde papieren zak zijn veilig gesteld voor sporenonderzoek, en dat de broek binnenstebuiten gedraaid zat. Ondanks dat acht de rechtbank de plaatsen waarop de DNA-sporen, kennelijk afkomstig van de verdachte, zijn aangetroffen dusdanig dat deze bruikbaar zijn als sporenmateriaal ten laste van de verdachte voor de bewijsvoering van het ten laste gelegde.
Dwang
Over de door de verdachte gebruikte dwang overweegt de rechtbank het volgende.
In haar verklaring heeft aangeefster verklaard aan de verdachte te hebben aangegeven geen seks te willen. Zij heeft dit met zowel non-verbale als verbale handelingen aangegeven aan de verdachte. Zo heeft aangeefster gezegd de verdachte niet te willen pijpen en niet met hem te willen douchen. De verdachte heeft deze handelingen echter genegeerd. Hij heeft haar in haar nek gemasseerd en naar beneden geduwd, waarbij hij zijn geslachtsdeel in haar mond bracht. Ook heeft de verdachte haar kleren uitgetrokken en haar de douche mee ingetrokken.
Dit alles heeft plaatsgevonden in de woning van aangeefster. De verdachte heeft eveneens geweigerd [naam 4] – die op vraag van aangeefster naar haar woning is gekomen – de woning binnen te laten. Mede door de bedreigingen die de verdachte heeft geuit richting de aangeefster en [naam 4] , heeft de verdachte een dusdanige situatie gecreëerd dat zij zich niet verder durfde te verzetten tegen de verdachte.
Gelet op het bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat kan worden vastgesteld dat er sprake was van dwang door geweld en bedreiging met geweld of andere feitelijkheden.
De rechtbank acht, gelet op het voorgaande, wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan verkrachting van [benadeelde partij] .
3.4
De bewezenverklaring
De rechtbank acht bewezen dat de verdachte;
omstreeks 24 december 2022 in de gemeente Kerkrade door geweld en bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid [benadeelde partij] heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [benadeelde partij] , te weten
- het duwen/brengen van zijn, verdachtes, penis in de mond van die [benadeelde partij] en
- het zoenen van die [benadeelde partij] en
- het betasten en aanraken van de borsten van die [benadeelde partij]
en bestaande die bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid hieruit dat hij, verdachte,
- die [benadeelde partij] , terwijl hij haar nek en schouders masseerde, (met kracht) naar beneden heeft geduwd in de richting van zijn penis en
- ( vervolgens) zijn penis in de mond van die [benadeelde partij] heeft geduwd en gebracht en
- ( vervolgens) het hoofd van die [benadeelde partij] tegen en over zijn, verdachtes, penis heeft geduwd en
- ( dwingend) tegen die [benadeelde partij] heeft gezegd dat ze hem, verdachte, moest pijpen en
- voorbij is gegaan aan de verbale en non-verbale signalen van die [benadeelde partij] dat ze het niet wilde en
- de kleding van die [benadeelde partij] heeft uitgetrokken en
- die [benadeelde partij] in de douche heeft getrokken en
- de borsten en vagina van die [benadeelde partij] heeft betast en aangeraakt,
waarbij hij, verdachte, een dreigende situatie heeft gecreëerd waarin die [benadeelde partij] zich niet kon en durfde te verzetten tegen en niet durfde te onttrekken aan die seksuele handelingen van verdachte en/of daaraan geen weerstand kon en durfde te bieden;
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert het volgende strafbare feit op:
verkrachting
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

5.De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6.De straf

6.1
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd aan de verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren met als bijzondere voorwaarde een contactverbod met aangeefster.
6.2
Het standpunt van de verdediging
De verdachte heeft niks aangevoerd over de strafmaat.
6.3
Het oordeel van de rechtbank
Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.
De verdachte heeft zich op 23 december 2022 schuldig gemaakt aan verkrachting van het slachtoffer. De verdachte heeft met zijn handelen op grove wijze inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit en persoonlijke levenssfeer van het slachtoffer. Verkrachting is een zeer ernstig feit, dat bij het slachtoffer naast pijn en angst ook grote en langdurige psychische problemen kan veroorzaken. Hoe ingrijpend de gevolgen voor het slachtoffer zijn geweest, blijkt uit haar schriftelijke slachtofferverklaring en uit de toelichting op de vordering die zij als benadeelde partij heeft ingediend. Hieruit komt naar voren dat het feit veel impact op haar heeft gehad en nog steeds heeft. Daarnaast neemt de rechtbank het de verdachte kwalijk dat hij een bedreigende situatie voor het slachtoffer heeft gecreëerd in haar eigen woning. Op het gevoel van veiligheid waar het slachtoffer, zeker in haar eigen woning recht op heeft, heeft de verdachte op grove wijze inbreuk gemaakt. Verder is de rechtbank van oordeel dat de verdachte op de hoogte was van de kwetsbaarheid van het slachtoffer, nu hij in zijn verhoor verklaart dat hij haar geld gaf aangezien hij haar zielig vond, en dat hij wel zag dat ze in een vorm van begeleid wonen verbleef. De verdachte heeft voor de negatieve gevolgen voor het slachtoffer geen oog gehad en zich kennelijk enkel laten leiden door de wens tot bevrediging van zijn eigen lustgevoelens. Mede gelet hierop, de ernst van het feit en het leed dat dit heeft veroorzaakt is de rechtbank dan ook van oordeel dat met geen andere of lichtere straf dan vrijheidsberoving van de verdachte kan worden volstaan.
De verdachte ontkent de verkrachting te hebben gepleegd, maar nu in weerwil van die ontkenning zijn daderschap is vastgesteld door de rechtbank, stelt de rechtbank tevens vast dat de verdachte geen verantwoordelijkheid voor zijn gedrag heeft genomen, wat de rechtbank ten nadele van verdachte laat meewegen in de bestraffing.
Het oriëntatiepunt van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) voor een verkrachting met beperkte mate van dwang is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van twee jaren. De rechtbank weegt mee dat de verdachte een blanco strafblad heeft, al wordt hier bij de LOVS ook reeds vanuit gegaan. Hoewel de redelijke termijn van berechting – in dit geval twee jaar – is overschreden, is die vertraging te wijten aan het feit dat er na aanvankelijk seponeren een beklagprocedure op grond van artikel 12 van het Wetboek van Strafvordering vooraf is gegaan aan de vervolging van de verdachte. De rechtbank acht dit een verklaarbare en geldige reden voor de overschrijding van de redelijke termijn en ziet hierin dan ook geen reden om een strafkorting te geven. Het slachtoffer is volgens de rechtbank, gezien onderhavige beslissing, immers op goede gronden opgekomen tegen de in haar ogen onterechte sepotbeslissing van het openbaar ministerie. De rechtbank ziet in dit geval dan ook geen reden om af te wijken van het oriëntatiepunt.
De rechtbank acht het niet nodig om het door de officier van justitie als bijzondere voorwaarde gevorderde contactverbod op te leggen, nu de verdachte sinds het gepleegde strafbare feit geen contact meer heeft gezocht met het slachtoffer en het slachtoffer ook niet om dit contactverbod heeft verzocht.
Alles overwegend acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 2 jaren passend en geboden. Zij legt hiermee een zwaardere straf op dan geëist door de officier van justitie, nu de ernst van het feit in die eis onvoldoende tot uitdrukking komt. De rechtbank ziet geen meerwaarde in oplegging van een voorwaardelijk strafdeel, nu over enig risico op herhaling niets is vastgesteld.
Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet of tot het moment dat de regeling van voorwaardelijke invrijheidsstelling aan de orde is, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering.

7.De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel

7.1
De vordering van de benadeelde partij
De benadeelde partij [benadeelde partij] vordert schadevergoeding tot een bedrag van € 7.575,00. Deze vordering is opgebouwd uit de navolgende posten:
reiskosten: € 75,00;
immateriële schade: € 7.500,00.
De benadeelde heeft verzocht om vermeerdering van het toe te wijzen bedrag met de wettelijke rente en om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
7.2
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft geconcludeerd dat de vordering tot schadevergoeding voldoende is onderbouwd en geheel dient te worden toegewezen met de wettelijke rente en de schadevergoedingsmaatregel.
7.3
Het standpunt van de verdediging
De verdachte heeft de vordering tot schadevergoeding niet betwist. Uit zijn ontkenning leidt de rechtbank af dat hij meent dat hij niet gehouden is om schade te betalen.
7.4
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank oordeelt over de verschillende onderdelen van de vordering als volgt.
Materiële schadeDe rechtbank is, mede gelet op artikel 6:96 van het Burgerlijk Wetboek (BW), voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde feit rechtstreeks schade heeft geleden tot een bedrag van € 75,00, bestaande uit reiskosten.
De hoogte van die materiële schade is door de verdachte niet weersproken. Nu de vordering de rechtbank ook niet onredelijk of ongegrond voorkomt, acht de rechtbank de vordering wat betreft de materiële schade geheel toewijsbaar.
Immateriële schade
De wet regelt in artikel 6:106 BW de vergoeding van ‘ander nadeel’ dan vermogensschade. Volgens artikel 6:106 aanhef en onder b BW komt vergoeding van ander nadeel in aanmerking bij lichamelijk letsel, aantasting in de eer of goede naam of aantasting van de persoon op andere wijze.
Van de bedoelde aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ is in ieder geval sprake indien de benadeelde partij geestelijk letsel heeft opgelopen. Voor een geslaagd beroep dienen voldoende concrete gegevens te worden aangevoerd waaruit kan volgen dat in verband met de omstandigheden van het geval geestelijk letsel is ontstaan. Bovendien kunnen de aard en ernst van de normschending reeds met zich brengen dat de in dit verband relevante nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde zo voor de hand liggen, dat een aantasting in de persoon kan worden aangenomen.
Het is evenwel een feit van algemene bekendheid dat verkrachting op zowel korte als lange termijn psychische schade tot gevolg kan hebben bij een benadeelde, in casu bij [benadeelde partij] . Dat hiervan bij de benadeelde sprake is, is de rechtbank ook gebleken uit de schriftelijke onderbouwing van de schadevordering. De rechtbank is van oordeel dat de aard en de ernst van het feit meebrengen dat de in dit verband relevante nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde zo voor de hand liggen, dat een aantasting in de persoon kan worden aangenomen. De rechtbank ziet echter wel aanleiding om niet het gehele gevorderde bedrag toe te wijzen.
Op basis van de onderbouwing van de immateriële schade en hetgeen door de benadeelde partij tijdens de terechtzitting naar voren is gebracht, zal de rechtbank deze schade naar billijkheid vaststellen op € 5.000,00. De rechtbank heeft hierbij acht geslagen op de Rotterdamse schaal en vergelijkbare zaken.
De verdachte is naar burgerlijk recht aansprakelijk voor deze schade.
Naar het oordeel van de rechtbank levert de vordering ten aanzien van het resterend deel van de immateriële schade (€ 2.500,00) een onevenredige belasting van het strafgeding op dat leidt tot niet-ontvankelijkverklaring. De benadeelde partij kan dat deel van de vordering daarom slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.
De rechtbank ziet verder aanleiding om de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht op te leggen, evenals de wettelijke rente vanaf 23 december 2022 tot aan de dag der algehele voldoening.

8.De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 36f en 242 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9.De beslissing

De rechtbank:
Bewezenverklaring
  • verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
  • spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
Strafbaarheid
  • verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
  • verklaart de verdachte strafbaar;
Straf
- veroordeelt de verdachte voor het bewezenverklaarde feit tot een
gevangenisstraf voor de duur van 2 jaren;
Benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel
  • wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij, [benadeelde partij] , van een bedrag van € 5.075,00, bestaande uit € 75,00 materiële schade en € 5.000,00 immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 23 december 2022 tot aan de dag der algehele voldoening;
  • veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken;
  • bepaalt dat de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet ontvankelijk is en de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijk rechter kan aanbrengen;
  • legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [benadeelde partij] , van een bedrag van € 5.075,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 23 december 2022 tot aan de dag der algehele voldoening en bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 60 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op;
  • verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd voorzover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade.
Dit vonnis is gewezen door mr. L.H.M. Geuns, voorzitter, mr. R.C.A.M. Philippart en mr. M.M. Beije, rechters, in tegenwoordigheid van mr. D.V. Haring en F.N.D. Bemer, griffiers, en uitgesproken ter openbare zitting van 10 december 2025.
Buiten staat
Mr. R.C.A.M. Philippart is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.
BIJLAGE: De tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat
hij op of omstreeks 24 december 2022 in de gemeente Kerkrade door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, [benadeelde partij] heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [benadeelde partij] , te weten
- het duwen/brengen van zijn, verdachtes, penis in de mond van die [benadeelde partij] en/of
- het zoenen van die [benadeelde partij] en/of
- het masseren van de nek en/of schouders van die [benadeelde partij] en/of
- het betasten en/of aanraken van de borsten van die [benadeelde partij]
en bestaande dat geweld of een andere feitelijkheid en/of die bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid hieruit dat hij, verdachte,
- die [benadeelde partij] , terwijl hij haar nek en/of schouders masseerde, (met kracht) naar beneden heeft geduwd in de richting van zijn penis en/of
- ( vervolgens) zijn penis in de mond van die [benadeelde partij] heeft geduwd en/of gebracht en/of
- ( vervolgens) het hoofd van die [benadeelde partij] tegen en/of over zijn, verdachtes, penis heeft geduwd en/of
- ( dwingend) tegen die [benadeelde partij] heeft gezegd dat ze hem, verdachte, moest pijpen en/of
- voorbij is gegaan aan de verbale en/of non-verbale signalen van die [benadeelde partij] dat ze het niet wilde en/of
- de kleding van die [benadeelde partij] heeft uitgetrokken en/of
- die [benadeelde partij] in de douche heeft getrokken en/of
- de borsten en/of vagina van die [benadeelde partij] heeft betast en/of aangeraakt,
waarbij hij, verdachte, een dusdanige dreigende situatie heeft gecreëerd waarin die [benadeelde partij] zich niet kon en/of durfde te verzetten tegen en/of onttrekken aan die seksuele handelingen van verdachte en/of daaraan geen weerstand kon en/of durfde te bieden;

Voetnoten

1.Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie Eenheid Limburg, registratienummer 2022200768, gesloten op 27 november 2023, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 91.
2.Proces-verbaal van bevindingen van 24 december 2022, pagina’s 7 en 8.
3.Proces-verbaal van verhoor slachtoffer van 9 maart 2023, pagina’s 17 tot en met 28.
4.Proces-verbaal van verhoor getuige van 7 februari 2023, pagina’s 31 tot en met 33.
5.Proces-verbaal verhoor getuige van 12 mei 2023, pagina’s 36 tot en met 40.
6.Proces-verbaal verhoor verdachte van 27 juli 2023, pagina’s 47 tot en met 57.
7.Proces-verbaal van vooronderzoek lab, van 28 augustus 2023, pagina’s 77 tot en met 84.
8.Deskundigenrapportage Forensisch DNA-onderzoek van 31 augustus 2023, pagina’s 89 tot en met 91.