ECLI:NL:RBLIM:2025:12476

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
11 december 2025
Publicatiedatum
15 december 2025
Zaaknummer
C/03/347732 / HA RK 25-203
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36 RvArt. 4 Wrakingsprotocol rechtbank Limburg
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid van wrakingsverzoek na uitspraak in hoofdzaak

Verzoeker diende op 26 november 2025 een wrakingsverzoek in tegen de rechter in een civiele zaak. Dit verzoek werd op 1 december 2025 ongegrond verklaard door de wrakingskamer. Vervolgens diende verzoeker op 8 december 2025 een nieuw wrakingsverzoek in tegen de leden van de wrakingskamer die het eerste verzoek hadden behandeld.

De wrakingskamer oordeelde dat op grond van artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en het Wrakingsprotocol van de rechtbank Limburg een wrakingsverzoek na de einduitspraak in de hoofdzaak niet-ontvankelijk is. Dit omdat de wet niet voorziet in wraking na uitspraak en het verzoek alleen tegen de behandelend rechter kan worden gericht.

Daarom werd het tweede wrakingsverzoek niet ontvankelijk verklaard. De beslissing werd op 11 december 2025 in het openbaar uitgesproken door de wrakingskamer bestaande uit drie rechters.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek werd niet ontvankelijk verklaard omdat het na de einduitspraak in de hoofdzaak was ingediend.

Uitspraak

beslissing

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht
Wrakingskamer
Zaaknummer: C/03/ 347732/ HA RK 25-203
Beslissing van de meervoudige kamer belast met de behandeling van wrakingszaken
op het verzoek van
[verzoeker],
wonende te [woonplaats] ,
verzoeker,
dat strekt tot wraking van de wrakingskamer die bestond uit mr. H.M.J. Quaedvlieg,
mr. Y.J.C.A. Roeffen en mr. I.R.A. Timmermans-Vermeer, rechters in de rechtbank Limburg.

1.De procedure

Op 26 november 2025 is ter griffie van de wrakingkamer een bericht ontvangen van verzoeker, inhoudende een verzoek tot wraking van de rechter in de zaak met nummer C/03/ 345897 JERK 25-1678.
De wrakingskamer heeft op 1 december 2025 beslist dat het verzoek tot wraking ongegrond is.
Op 8 december 2025 is bij de griffie een e-mailbericht ontvangen van verzoeker inhoudende een verzoek tot wraking van de leden van de wrakingskamer die op 1 december 2025 op verzoekers eerste verzoek hebben beslist.

2.De beoordeling

Op grond van artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering kan een rechter die een zaak behandelt worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
Op grond van artikel 4, tweede lid, aanhef onder d, van het Wrakingsprotocol van de rechtbank Limburg kan de wrakingskamer een verzoek tot wraking zonder behandeling ter zitting aanstonds niet-ontvankelijk verklaren, indien het verzoek is ingediend na het tijdstip waarop in de hoofdzaak einduitspraak is of wordt gedaan.
De strekking van deze bepaling is dat alleen ten aanzien van de behandelend rechter een verzoek tot wraking kan worden ingediend. De wet voorziet niet in de mogelijkheid om, nadat een uitspraak in de zaak is gedaan, nog om wraking te verzoeken.
Het verzoek tot wraking van de rechters is kennelijk niet ontvankelijk omdat er een beslissing ligt op het verzoek van 26 november 2025 waardoor er een einde is gekomen aan de behandeling van de zaak.

3.De beslissing

De wrakingskamer:
- verklaart het verzoek tot wraking niet ontvankelijk.
Deze beslissing is gegeven door mr. R.H.J. Otto, mr. G.P.C. Dijkshoorn-Sleebe en
mr. M.M. Beije, bijgestaan door de griffier en in het openbaar uitgesproken op 11 december 2025.