Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord;
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald;
Rechtbank Limburg
In deze zaak heeft de kantonrechter te Roermond op 17 december 2025 uitspraak gedaan in een geschil tussen een huurder, aangeduid als [eiser], en de verhuurder, Stichting Antares Woonservice. De huurder vorderde een huurprijsverlaging van 40% op basis van vermeende ernstige gebreken aan de gehuurde woning. De procedure begon met een dagvaarding op 24 maart 2025, gevolgd door een mondelinge behandeling op 25 november 2025. De huurder had eerder de Huurcommissie ingeschakeld, die op 14 januari 2022 oordeelde dat er geen gebreken waren die een huurprijsverlaging rechtvaardigden. De kantonrechter oordeelde dat de uitspraken van de Huurcommissie vervielen door de procedure bij de kantonrechter. De huurder had een deskundige ingeschakeld, maar de kantonrechter oordeelde dat de rapportage van deze deskundige niet overtuigend was en dat de eerdere conclusies van de Huurcommissie als uitgangspunt moesten worden genomen. De kantonrechter concludeerde dat er geen ernstige gebreken waren die de huurprijsverlaging rechtvaardigden en wees de vorderingen van de huurder integraal af. Tevens werd de huurder veroordeeld in de proceskosten van de verhuurder, die op € 595,00 werden vastgesteld.