ECLI:NL:RBLIM:2025:12566

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
17 december 2025
Publicatiedatum
17 december 2025
Zaaknummer
11983162 CV EXPL 25-4879
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Kort geding over wedertewerkstelling en loonvordering in arbeidsrechtelijke context

In deze zaak heeft eiser, werkzaam bij Intergarde B.V., een kort geding aangespannen tegen zijn werkgever vanwege een geschil over wedertewerkstelling en loonvordering. Eiser is sinds 18 september 2006 in dienst van Intergarde en heeft een oogziekte die zijn zichtvermogen beperkt. Na een ontslag op staande voet op 10 juni 2025, dat door partijen werd ingetrokken, zijn er afspraken gemaakt over de re-integratie van eiser. Eiser vordert in dit kort geding dat Intergarde hem binnen drie werkdagen weer aan het werk laat in een geschikte functie, en dat het achterstallige loon wordt uitbetaald. Intergarde voert verweer en stelt dat eiser arbeidsongeschikt is en dat er geen passende functie beschikbaar is. De kantonrechter oordeelt dat de vorderingen van eiser onvoldoende kans van slagen hebben in een bodemprocedure en wijst de vorderingen af. Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten van Intergarde.

Uitspraak

RECHTBANKLIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 11983162 \ CV EXPL 25-4879
Vonnis in kort geding van 17 december 2025
in de zaak van
[eiser],
te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: mr. S.T.W. Verhaagh,
tegen

1.INTERGARDE B.V.,2. INTERGARDE BEVEILIGINGEN B.V.,

beiden te Maastricht,
gedaagde partijen,
hierna samen te noemen: Intergarde,
gemachtigde: mr. I. Ummels-Koks.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 tot en met 5
- de conclusie van antwoord met producties 1 tot en met 7
- de twee aanvullende producties van [eiser]
- de mondelinge behandeling van 8 december 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt
- de pleitnota met twee producties van [eiser]
- het door [eiser] , op verzoek van de kantonrechter, overgelegde proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 25 juni 2025 bij de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Nijmegen.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
[eiser] is sinds 18 september 2006 op basis van een arbeidsovereenkomst in dienst van Intergarde, thans in de functie van beveiliger tegen een maandsalaris van € 2.835,87 bruto per 4 weken, exclusief toeslagen en emolumenten, bij een overeengekomen arbeidsomvang van 90% (32,40 uur per week).
2.2.
Bij [eiser] is in 2011 een oogziekte (glaucoom) geconstateerd. Deze ziekte resulteert in beperkingen in het zichtvermogen. Intergarde is daar direct van op de hoogte gesteld.
2.3.
Vanuit een re-integratietraject is [eiser] werkzaamheden gaan uitvoeren op een project bij Arvato. Op 10 juni 2025 heeft Intergarde [eiser] op staande voet ontslagen. [eiser] heeft zich tegen dat ontslag verzet en een verzoekschrift ingediend bij de rechtbank. De mondelinge behandeling stond gepland voor 11 september 2025. Partijen hebben op 10 september 2025 een regeling getroffen en de procedure is ingetrokken. In voornoemde regeling is – voor zover relevant – het volgende opgenomen:
Partijen zijn het erover eens dat er geen dringende reden was voor de opzegging van het dienstverband door Intergarde per 10 juni 2025. Intergarde trekt deze opzegging in, met welke intrekking [eiser] instemt.
De drie waarschuwingen die vooraf zijn gegaan aan deze opzegging worden ingetrokken. De feiten die aan deze waarschuwingen ten grondslag lagen, worden in het personeelsdossier benoemd, waar nadrukkelijk bij aangetekend wordt dat partijen op 2 juli 2023 overeengekomen zijn dat [eiser] zijn werkzaamheden enkel op doordeweekse dagen diende te verrichten en wel tussen 8:00 en 16.30 uur en dat [eiser] zich aan deze afspraak gehouden heeft nadat de bedrijfsarts hem daartoe in staat achtte, alsmede dat [eiser] pas weg is gegaan nadat hij zijn werk aan de volgende ploeg had overgedragen en zich correct had afgemeld bij de meldkamer.
Het dienstverband loopt onverminderd door, zodat Intergarde het achterstallige loon (tot en met periode 10, zijnde tot en met 7 september 2025) binnen 2 dagen na heden op de bekende rekening van [eiser] overmaakt. Ook de verschuldigde pensioenpremies en dergelijke worden terstond afgedragen. Eventuele schades en/of boetes in verband met het niet (tijdig) afdragen komen volledig voor rekening van Intergarde.
De korting van 10% op het loon wordt met ingang van week 20 (12 mei 2025) ingetrokken en voor zover deze korting reeds is ingehouden op het salaris, wordt dit gecorrigeerd bij de eerstvolgende loonronde (periode 11).
(…).
Intergarde schakelt op korte termijn de bedrijfsarts c.q. verzekeringsarts in om een FML op te stellen. [eiser] behoudt het recht op een second opinion. Vervolgens wordt in overleg tussen partijen een onafhankelijk arbeidsdeskundige ingeschakeld. Een en ander om de mogelijkheden en beperkingen van [eiser] in beeld te brengen. Op basis van deze gegevens zullen partijen met elkaar in overleg treden over de werkzaamheden die [eiser] dient te verrichten en onder welke voorwaarden en omstandigheden (denk aan locatie (reistijd), licht, stof, pauzemomenten (t.b.v. gebruik medicatie) en (maximum) werktijden) deze dienen te worden uitgevoerd. Waar nodig zal daartoe een mediator worden ingeschakeld.
[eiser] wordt op zo kort mogelijke termijn in staat gesteld zijn werkzaamheden te hervatten, waarbij de afspraken van 2 juli 2023 leidend zijn tot het moment dat partijen nieuwe afspraken hebben gemaakt. Van cliënt zal tot dat moment dus niet verlangd worden dat hij diensten van meer dan 8 uur draait en ook niet dat hij in het warehouse of een andere stoffige/donkere omgeving gaat werken. [eiser] is bereid om te overleggen over een (blijvende) aanpassing van de arbeidsduur naar 32 uur per week (in plaats van 32,40 per week).
Vanwege de afhankelijkheid van [eiser] van het openbaar vervoer en diens persoonlijke situatie, zegt Intergarde toe dat zij serieuze pogingen doet en blijft doen om passend werk in de buurt van Nijmegen te zoeken.
(…).”
2.4.
Op 6 november 2025 heeft de bedrijfsarts een inzetbaarheidsprofiel opgesteld aan de hand van recent ontvangen medische informatie van de behandelaar. In het inzetbaarheidsprofiel is opgenomen dat het gelet op de onzekerheid over de passendheid van eigen werk, het wenselijk lijkt dat een arbeidsdeskundig onderzoek plaatsvindt om de diverse mogelijkheden te inventariseren en daarmee te kunnen komen tot een duidelijk re-integratieadvies.
2.5.
Er heeft een arbeidsdeskundig onderzoek plaatsgevonden in verband met het vaststellen van re-integratiemogelijkheden voor de eigen of een andere functie bij werkgever (spoor 1), dan wel om de mogelijkheden op de arbeidsmarkt te beoordelen (spoor 2). Op 20 november 2025 heeft een gesprek met Intergarde plaatsgevonden en op 28 november 2025 heeft een gesprek met [eiser] plaatsgevonden. Op 3 december 2025 is aan Intergarde het “Rapport Arbeidsdeskundig onderzoek” (hierna: het rapport) verstrekt en Intergarde heeft het rapport verstrekt aan [eiser] . De inhoud van die rapport luidt als volgt:
(…)
4.2.
Beoordeling geschiktheid eigen werk
(…)
Uitkomst
“Op basis van de door de bedrijfsarts vastgestelde beperkingen en de analyse van de feitelijke belasting binnen de maatgevende functie beoordeel ik werknemer als gedeeltelijk arbeidsongeschikt voor de functie van objectbeveiliger op het huidige object. De functiebelasting overschrijdt met name de mogelijkheden op het gebied van werktijden, omgevingsbelasting en tijdsdruk.
De bedrijfsarts geeft aan dat de arbeidsbelasting in de toekomst naar verwachting gelijk blijft. Dit maakt terugkeer in volledige omvang in de maatgevende functie onzeker. Indien de belastbaarheid van werknemer in de toekomst verandert, dient de geschiktheid voor het eigen werk opnieuw te worden beoordeeld.
(…)
4.3.
Beoordeling mogelijkheid aanpassing eigen werk
Op basis van de belastbaarheid van werknemer en de analyse van de werkzaamheden binnen de functie van objectbeveiliger is beoordeeld in hoeverre aanpassing van het eigen werk mogelijk en wenselijk is. De belangrijkste knelpunten liggen in de werktijden en totale dagbelasting, de omgevingsfactoren zoals licht en stof, en de aanwezigheid van tijdsdruk.
Aanpassing van de werktijden is in theorie mogelijk, maar afhankelijk van organisatorische voorwaarden en afspraken met de opdrachtgever, waardoor structurele verkorting van diensten niet eenvoudig te realiseren is. Daarnaast vraagt de visuele beperking van werknemer om een goed verlichte en overzichtelijke stofvrije werkplek. (…).
Hoewel bepaalde aanpassingen mogelijk zijn, blijft volledige inzetbaarheid in de huidige functie onzeker.
4.4.
Beoordeling geschiktheid ander werk bij werkgever (spoor-1)
(…)
Uitkomst:
Binnen de eigen organisatie zijn op dit moment geen functies of locaties beschikbaar waarin werknemer, gegeven de huidige belastbaarheid, volledig inzetbaar kan worden geacht. Indien zich veranderingen voordoen in de belastbaarheid van werknemer of wanneer nieuwe mogelijkheden binnen de organisatie ontstaan, blijft het de verantwoordelijkheid van werkgever om opnieuw te onderzoeken welke opties voor herplaatsing binnen Spoor 1 mogelijk zijn. Op basis van deze beoordeling zijn er op dit moment geen mogelijkheden voor passend werk binnen Spoor 1.
4.5.
Beoordeling mogelijkheden op de arbeidsmarkt en spoor-2
(…)
Werknemer beschikt over benutbare mogelijkheden en kan, met passende begeleiding, onderzoeken welke functies buiten de organisatie aansluiten bij zijn belastbaarheid, vaardigheden en beroepsachtergrond.
(…)

5.Conclusie en advies


Is (volledige) werkhervatting mogelijk in het eigen werk van werknemer?

Volledige werkhervatting in de maatgevende functie is op basis van de actuele belastbaarheid niet haalbaar; werknemer kan slechts gedeeltelijk worden ingezet. Zie toelichting punt 4.2.


Is het eigen werk geschikt te maken voor aanpassingen?

Aanpassingen zijn mogelijk, maar slechts beperkt en onvoldoende om volledige inzetbaarheid in de maatgevende functie te realiseren. Zie toelichting punt 4.3


Is er ander passend werk ij de eigen werkgever?

Er zijn momenteel geen passende alternatieven bij de eigen werkgever. Zie toelichting punt 4.4


Is een vervolgtraject gewenst?

Ja. Gezien de benutbare mogelijkheden en het ontbreken van passend werk binnen Spoor 1 adviseer ik het opstarten van een re-integratietraject in Spoor 2. Zie toelichting punt 4.5

(…)”
2.6.
[eiser] is het niet eens met het rapport en heeft dit op 4 december 2025 per e-mail medegedeeld aan de arbeidsdeskundige en daarbij verzocht om het rapport, het liefst vóór de mondelinge behandeling, aan te passen en de aangepaste versie aan partijen te verstrekken. Dit is niet gebeurd.
2.7.
[eiser] verricht momenteel geen werkzaamheden voor Intergarde.

3.Het geschil

3.1.
[eiser] vordert – samengevat – om Intergarde bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis hoofdelijk te veroordelen:
Om [eiser] binnen drie werkdagen na betekening van het vonnis weer aan het werk te laten in een geschikte functie die aansluit bij de bedongen arbeid en onder passende voorwaarden die rekening houden met de langdurige beperkingen van [eiser] , onder verbeurte van een dwangsom van € 250,00 per dag, met een maximum van € 100.000,00 voor zover Intergarde zich niet aan dit gebod houdt;
Om aan [eiser] te betalen het netto equivalent van de inhoudingen die Intergarde sinds september 2025 wegens arbeidsongeschiktheid op het loon van [eiser] heeft ingehouden, alsmede Intergarde te gebieden om geen inhoudingen (wegens arbeidsongeschiktheid) meer toe te passen op het toekomstige salaris anders dan waar Intergarde op grond van de CAO toe bevoegd zijn bij een toekomstige nieuwe ziekmelding van [eiser] , en Intergarde te veroordelen tot betaling van de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW voor zover de betalingen achterstallig zijn c.q. voor zover het de toekomst betreft, zullen zijn, te vermeerderen met de wettelijke rente
Een bedrag van € 7.260,00 inclusief btw te betalen aan [eiser] ten titel van schadevergoeding, althans een redelijk voorschot daarop;
In de proceskosten, alsmede de nakosten.
3.2.
[eiser] legt aan de vordering het volgende ten grondslag. Intergarde komt de op 10 september 2025 gemaakte afspraken niet na. [eiser] wordt geconfronteerd met een structurele inhouding op zijn loon, hij wordt buiten het arbeidsproces gehouden, er wordt voor hem niet gezocht naar een andere werklocatie dichter in de buurt van zijn woonplaats en het vervolgtraject komt moeizaam op gang. Intergarde pleegt dan ook wanprestatie. Voorts handelt Intergarde in strijd met artikel 7:610 BW (goed werkgeverschap), de Wgbh/cz en – voor zover sprake is van arbeidsongeschiktheid als bedoeld in artikel 7:629 BW – in strijd met artikel 7:658a BW (bevordering re-integratie in eigen of passend werk). [eiser] vordert als schadevergoeding de werkelijke kosten die hij maakt voor rechtsbijstand omdat [eiser] door het handelen van Intergarde gedwongen is om naar de rechter te stappen. Hierdoor ontstaat een situatie die analoog is aan misbruik van procesrecht.
3.3.
Intergarde voert verweer. Intergarde concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [eiser] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eiser] in de kosten van deze procedure, te vermeerderen met de wettelijke rente.
3.4.
Intergarde voert het volgende aan. Het verzoek tot wedertewerkstelling kan niet gehonoreerd worden omdat sprake is van medische beperkingen die leiden tot arbeidsongeschiktheid van [eiser] . Intergarde verwijst daartoe naar het inzetbaarheidsprofiel en het arbeidsdeskundig onderzoek. Intergarde betwist dat zij in strijd met goed-werkgeverschap handelt. Juist het tewerkstellen van [eiser] terwijl Intergarde weet dat de werkzaamheden niet aansluiten bij de medische mogelijkheden is een handeling die in strijd is met goed-werkgeverschap. Volgens Intergarde is het achterstallige salaris volledig uitgekeerd. Het was de bedoeling van Intergarde om de loonkorting vanaf week 20 tot het moment van nabetaling (10 september 2025, d.d. de overeengekomen afspraken) in te trekken c.q. alsnog uit te betalen. Intergarde heeft dit gedaan. Daarna heeft Intergarde conform haar bedoeling en de tekst van de overeenkomst de loonkorting weer toegepast. Intergarde heeft zich dan ook aan haar afspraak gehouden. Ten aanzien van de gevorderde vergoeding voor de juridische kosten stelt Intergarde zich op het standpunt dat toewijzing van die vordering onrechtvaardig en buitenproportioneel zou zijn. Er is in deze geen aanleiding voor een integrale kostenveroordeling omdat er geen sprake is van zeer uitzonderlijke omstandigheden.
3.5.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.De beoordeling

Wedertewerkstelling
4.1.
Gelet op de aard van de vordering heeft [eiser] een spoedeisend belang.
4.2.
De kantonrechter moet in dit kort geding beoordelen of de vordering in de bodemprocedure een zodanige kans van slagen heeft, dat vooruitlopend daarop toewijzing van de voorlopige voorziening gerechtvaardigd is. Als uitgangspunt geldt dat in deze procedure geen plaats is voor bewijslevering.
4.3.
Vast staat dat partijen in de regeling van 10 september 2025 zijn overeengekomen dat [eiser] op zo kort mogelijke termijn in staat gesteld zou worden om zijn werkzaamheden te hervatten. Ook is overeengekomen dat Intergarde op korte termijn de bedrijfsarts inschakelt. Dat is inmiddels gebeurd. [eiser] behield daarbij het recht op een second opinion. Het is niet gebleken dat [eiser] daarvan gebruik heeft gemaakt. Ook is overeengekomen dat aansluitend een onafhankelijk arbeidsdeskundige zou worden ingeschakeld. Ook dit is gebeurd en zeer recent (enkele dagen vóór de mondelinge behandeling) is het rapport aan partijen verstrekt. De kantonrechter acht van belang dat in dat rapport is geconcludeerd dat volledige werkhervatting in de maatgevende functie op basis van de actuele belastbaarheid niet haalbaar is en dat aanpassingen mogelijk zijn, maar slechts beperkt en onvoldoende zijn om volledige inzetbaarheid in de maatgevende functie te realiseren. Volgens de arbeidsdeskundige zijn er momenteel geen passende alternatieven bij Intergarde en vanwege het ontbreken van passend werk binnen Spoor 1 wordt aangeraden om een re-integratietraject in Spoor 2 op te starten.
Dit zeer recente rapport bevat een conclusie die voor beide partijen duidelijk als een verrassing kwam. De uitwerking en de gevolgen daarvan, gezien ook het protest zijdens [eiser] , vallen buiten de mogelijkheden van een kort geding procedure.
De kantonrechter acht het onvoldoende aannemelijk dat de vordering om [eiser] weer aan het werk te laten in een bodemprocedure een zodanige kans van slagen heeft, dat vooruitlopend daarop toewijzing van de verzochte voorlopige voorziening gerechtvaardigd is. Deze vordering wordt dan ook afgewezen.
4.4.
Alles wat partijen daartoe verder hebben aangevoerd, kan buiten bespreking blijven.
Loonvordering
4.5.
Gelet op de aard van de vordering heeft [eiser] een spoedeisend belang.
4.6.
Partijen zijn het niet eens over de wijze waarop afspraak 4. in de regeling van 10 september 2025 gelezen dient te worden. Volgens Intergarde heeft zij bedoeld dat de intrekking van de korting geldt vanaf 12 mei 2025 en dat de intrekking van de korting per 10 september 2025 eindigt. [eiser] stelt zich op het standpunt dat de afspraak niet op deze manier gelezen kan worden. De bedoeling van Intergarde blijkt nergens uit. Volgens [eiser] is Intergarde op grond van de regeling gehouden om de korting in te trekken en het volledige loon te betalen.
4.7.
Op grond van het voorgaande is de vraag op welke wijze afspraak 4. van de regeling gelezen dient te worden. Dat is een uitlegvraag van een overeenkomst en beantwoording van deze vraag leent zich, gezien hetgeen partijen hebben aangevoerd, eveneens niet voor kort geding. Daarnaast heeft de arbeidsdeskundige in het rapport beoordeeld dat [eiser] gedeeltelijk arbeidsongeschikt is voor de functie van objectbeveiliger op het huidige object. Ook ten aanzien van deze vordering acht de kantonrechter het op grond van het voorgaande onvoldoende aannemelijk dat de loonvordering in een bodemprocedure een zodanige kans van slagen heeft, dat vooruitlopend daarop toewijzing van de verzochte voorlopige voorziening gerechtvaardigd is. Deze vordering wordt eveneens afgewezen.
Proceskosten
4.8.
[eiser] heeft een integrale proceskostenveroordeling gevorderd ter hoogte van € 7.260,00. [eiser] is echter de in het ongelijk gestelde partij en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) van Intergarde betalen. De gevorderde integrale proceskostenveroordeling ligt dan ook voor afwijzing gereed. De proceskosten van Intergarde worden begroot op:
- salaris gemachtigde
814,00
- nakosten
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
949,00
4.9.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
wijst de vorderingen van [eiser] af,
5.2.
veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 949,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
veroordeelt [eiser] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na betekening van het vonnis zijn betaald,
5.4.
verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.J. Otto en in het openbaar uitgesproken op
17 december 2025.
SH