ECLI:NL:RBLIM:2025:12567

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
17 december 2025
Publicatiedatum
17 december 2025
Zaaknummer
11984299 CV EXPL 25-4882
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vordering tot exclusief gebruik van de woning na beëindiging affectieve relatie tussen medehuurders

In deze zaak, die op 17 december 2025 door de Rechtbank Limburg is behandeld, vorderde de eiser in conventie, [eiser in conventie, verweerder in reconventie], het exclusieve gebruik van de woning na de beëindiging van de affectieve relatie met de gedaagde in conventie, [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie]. De partijen zijn sinds 1 juli 2014 medehuurders van de woning en hebben samen twee meerderjarige kinderen. De affectieve relatie eindigde in augustus 2024, maar beide partijen wonen nog steeds samen in de woning. De eiser vorderde dat de gedaagde de woning zou verlaten en ontruimen, en dat hij gerechtigd zou zijn tot het voorlopig genot van de woning. De kantonrechter oordeelde dat de financiële situatie van de eiser stabieler was dan die van de gedaagde, en dat de belangen van de eiser zwaarder wogen in de belangenafweging. De vordering van de eiser werd toegewezen, en de gedaagde werd veroordeeld de woning binnen vier maanden te verlaten. De kantonrechter wees de vorderingen van de gedaagde in reconventie af, en compenseerde de proceskosten tussen partijen.

Uitspraak

RECHTBANKLIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 11984299 \ CV EXPL 25-4882
Vonnis in kort geding van 17 december 2025
in de zaak van
[eiser in conventie, verweerder in reconventie],
te [woonplaats] ,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: [eiser in conventie, verweerder in reconventie] ,
gemachtigde: mr. M.M. Hoelbeek,
tegen
[gedaagde in conventie, eiseres in reconventie],
te [woonplaats] ,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] ,
gemachtigde: mr. M. van Riet.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 tot en met 24
- de conclusie van antwoord tevens eis in reconventie met producties 1 tot en met 4
- het verzoek om de meerderjarige zoon van partijen toe te laten tot de mondelinge behandeling en de aanvullende producties 25 tot en met 27 van [eiser in conventie, verweerder in reconventie]
- de mondelinge behandeling van 8 december 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
[eiser in conventie, verweerder in reconventie] en [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] huren sinds 1 juli 2014 de woning aan de [adres] te [woonplaats] (hierna: de woning) en een schuur in de tuin van de woning. In de periode van 1 juli 2024 tot en met 30 juni 2025 bedroeg de maandelijkse huurprijs in totaal € 928,44 (€ 837,46 aan kale huur woning en € 90,98 aan huur voor de schuur). Met ingang van 1 juli 2025 bedraagt de maandelijkse huurprijs in totaal € 974,86 (€ 879,33 aan kale huur woning en € 95,53 aan huur voor de schuur).
2.2.
[eiser in conventie, verweerder in reconventie] is 69 jaar oud en [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] is 57 jaar oud.
2.3.
[eiser in conventie, verweerder in reconventie] en [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] hebben een affectieve relatie gehad. De affectieve relatie is omstreeks augustus 2024 geëindigd.
2.4.
Uit de relatie zijn twee thans meerderjarige kinderen geboren, dochter [naam dochter] geboren op [geboortedatum 1] 2001 en [naam zoon] geboren op [geboortedatum 2] 2005 (hierna: [naam zoon] ).
2.5.
[eiser in conventie, verweerder in reconventie] en [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] wonen nog steeds, samen met [naam zoon] , in de woning.
2.6.
[gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] heeft een eenmanszaak in de verkoop van tweedehands kleding en accessoires. De inventaris is opgeslagen in de schuur.

3.Het geschil

in conventie
3.1.
[eiser in conventie, verweerder in reconventie] vordert - samengevat - om bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:
te bepalen dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie] , met uitsluiting van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] , gerechtigd is tot het voorlopig genot en gebruik van de woning en de inboedel en [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] te veroordelen de woning uiterlijk binnen drie maanden na betekening van het vonnis, dan wel een door de kantonrechter te bepalen termijn, te verlaten en te ontruimen, met machtiging van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] om bij niet tijdig verlaten c.q. ontruiming van de woning deze zelf – op kosten van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] – te bewerkstelligen door middel van een deurwaarder desnoods met behulp van de sterke arm der wet, en daarbij te bepalen dat [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] de woning zonder uitdrukkelijke voorafgaande toestemming van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] niet meer mag betreden;
[gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] te veroordelen tot betaling van de helft van de huurpenningen en vaste lasten van de woning, over de periode van 1 mei 2025 tot en met de datum waarop [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] de woning verlaat, dan wel tot en met de datum waarop [eiser in conventie, verweerder in reconventie] de woning verlaat, zulks voor zover [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] daar nog niet aan zou hebben voldaan, welk bedrag tot en met november 2025 € 3.100,77 bedraagt en welk bedrag met ingang van 1 december 2025 € 726,80 bedraagt;
[gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] te veroordelen om aan [eiser in conventie, verweerder in reconventie] een dwangsom te betalen van € 500,00, althans een door de kantonrechter te bepalen bedrag, voor iedere dag, dan wel dagdeel, dat [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] na het vonnis te laat de woning verlaat c.q. ontruimt zoals onder 1 gevorderd, met een maximum van € 20.000,00, althans een door de kantonrechter te bepalen maximumbedrag;
[gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] te veroordelen in de proceskosten, alsmede de nakosten en de wettelijke rente daarover.
3.2.
[eiser in conventie, verweerder in reconventie] legt aan de vordering het volgende ten grondslag. [eiser in conventie, verweerder in reconventie] en [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] zijn medehuurders van de woning. [eiser in conventie, verweerder in reconventie] vordert op grond van artikel 7:267 lid 7 BW om te bepalen dat [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] de huur niet langer zal voortzetten. Het gebruiksrecht van de woning moet voorlopig aan [eiser in conventie, verweerder in reconventie] worden toegewezen omdat zijn belangen om in de woning te kunnen blijven zwaarder wegen dan de belangen van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] . [naam zoon] heeft namelijk te kennen gegeven dat hij bij [eiser in conventie, verweerder in reconventie] en niet bij [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] wil wonen. Het is voor [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] makkelijk om een andere huurwoning in de omgeving te betrekken. Daarnaast geldt dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie] beter in staat is om zonder financiële hulp van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] de huurpenningen en de vaste lasten van de woning te voldoen. [eiser in conventie, verweerder in reconventie] betaalt immers al geruime tijd van zijn inkomsten uit vast dienstverband en AOW de volledige huurpenningen (vanaf juli 2024) en het overgrote deel van de overige vaste lasten (vanaf augustus 2024) van de gezamenlijke woning. [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] is als medehuurster op grond van de huurovereenkomst en op grond van artikel 7:267 lid 4 BW gehouden om de helft van de huurpenningen en overige lasten te betalen, maar dat heeft zij niet gedaan.
3.3.
[gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] voert verweer. [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] concludeert tot afwijzing van de vorderingen.
3.4.
[gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] voert daartoe het volgende aan. Het is de vraag of [eiser in conventie, verweerder in reconventie] de woonlasten alleen kan dragen. Dit omdat de stellingen van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] ten aanzien van zijn inkomsten en de woonlasten tegenstrijdig zijn. [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] kan daarentegen de lasten ten aanzien van de woning makkelijk alleen opbrengen van haar inkomsten uit haar huidige fulltime dienstverband en de inkomsten uit haar onderneming. Het is voor [eiser in conventie, verweerder in reconventie] makkelijker om een andere woning te vinden omdat hij geen eigen bedrijf heeft, waardoor hij minder ruimte nodig heeft. [eiser in conventie, verweerder in reconventie] komt gelet op zijn leeftijd ook voor senioren woningen in aanmerking. [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] wil de meerderjarige kinderen buiten het geschil houden, maar [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] wil wel duidelijk maken dat [naam zoon] gewoon in de woning kan blijven wonen, ook in de situatie dat [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] het voorlopig gebruik van de woning zou krijgen. Mocht de vordering van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] worden toegewezen, dan acht [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] een minimale ontruimingstermijn van vier maanden redelijk. [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] betwist dat zij helemaal niets bijdraagt aan de vaste lasten. Zo betaalt zij nog elke maand het Vodafone abonnement van € 88,00 per maand, Ziggo van € 90,00 per maand en alle administratiekosten. Het is niet redelijk en billijk dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie] betaling van de helft van de huurpenningen vordert aangezien [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] lange tijd het meeste heeft verdiend en ook in verhouding veel meer aan alle woonlasten heeft betaald. Daarbij klopt het gevorderde huurbedrag niet omdat [eiser in conventie, verweerder in reconventie] € 471,00 per maand aan huursubsidie ontvangt.
in reconventie
3.5.
[gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] vordert - samengevat - om bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:
te bepalen dat [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] , met uitsluiting van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] , gerechtigd is tot het voorlopig genot en gebruik van de woning en de inboedel en [eiser in conventie, verweerder in reconventie] te veroordelen de woning uiterlijk binnen vier maanden na betekening van het vonnis, dan wel een termijn door de kantonrechter te bepalen, te ontruimen, met machtiging van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] om bij het niet tijdig ontruimen van de woning een deurwaarder in te schakelen, dan wel behulp van de sterke arm der wet, en daarbij te bepalen dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie] de woning voorlopig niet meer mag betreden;
[eiser in conventie, verweerder in reconventie] te veroordelen tot het betalen van de helft van de huurpenningen en vaste lasten van de woning, vanaf vonnisdatum tot en met de datum waarop [eiser in conventie, verweerder in reconventie] de woning definitief verlaat, uitgaande van de helft van de huurprijs minus € 471,00, dus € 252,00 plus € 725,00 aan vaste lasten;
te bepalen dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie] een dwangsom van € 500,00 per dag verschuldigd is voor het niet nakomen van het bepaalde onder 1., met een maximum van € 25.000,00, althans een bedrag door de kantonrechter te bepalen.
3.6.
[gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] legt aan de vordering het volgende ten grondslag. De financiële positie van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] is beter dan de financiële positie van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] . De woning is daarnaast met het oog op de eenmanszaak van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] gekozen gezien de aparte ruimte (de schuur) voor de opslag van haar inventaris. Ook heeft [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] de afgelopen jaren veelvuldig allerlei investeringen gedaan in de woning.
3.7.
[eiser in conventie, verweerder in reconventie] voert verweer. [eiser in conventie, verweerder in reconventie] voert het volgende aan. De vorderingen van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] zijn niet toewijsbaar omdat de belangen van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] om in de woning te kunnen blijven prevaleren boven de belangen van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] (zie r.o. 3.2.). Ook [eiser in conventie, verweerder in reconventie] heeft investeringen in de woning gedaan.
in conventie en in reconventie
3.8.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.De beoordeling

in conventie en in reconventie
4.1.
Gelet op de samenhang tussen de vorderingen in conventie en in reconventie zal de kantonrechter deze gezamenlijk behandelen.
4.2.
Naar aanleiding van het verzoek van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] heeft de kantonrechter aan partijen medegedeeld dat [naam zoon] niet zal worden toegelaten tot de mondelinge behandeling. Dit omdat [naam zoon] inmiddels ruimschoots meerderjarig is en zijn aanwezigheid en zienswijze op de zaak verder niets kan toevoegen.
Exclusief gebruik en genot van de woning
4.3.
De spoedeisendheid van de vorderingen vloeit in deze zaak voort uit het volgende. De affectieve relatie tussen partijen is al geruime tijd beëindigd. De verstandhouding tussen partijen is dusdanig verstoord is, dat zij niet samen in de woning kunnen verblijven terwijl zij wel beiden nog steeds samen huurders van de woning zijn en daar ook wonen. Partijen, en ook de inwonende [naam zoon] , lijden onder die situatie. Daarom kan niet van partijen worden verwacht dat zij een bodemprocedure afwachten.
4.4.
De kantonrechter moet in dit kort geding beoordelen of de vorderingen in de bodemprocedure een zodanige kans van slagen hebben, dat vooruitlopend daarop toewijzing van de voorlopige voorziening gerechtvaardigd is. Als uitgangspunt geldt bovendien dat in deze procedure geen plaats is voor bewijslevering.
4.5.
[eiser in conventie, verweerder in reconventie] en [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] zijn contractuele medehuurders van de woning en zij zijn het er over eens dat aan de huidige formele woonsituatie een einde dient te komen. In dat kader vorderen beiden voor zichzelf het exclusieve gebruik van de woning. Op grond van artikel 7:267 lid 7 BW kunnen huurders en medehuurders vorderen dat de rechter zal bepalen dat een of meer van deze personen de huur met ingang van een in het vonnis te bepalen tijdstip niet langer zullen voortzetten. Lid 7 kan naar analogie worden toegepast als sprake is van contractuele medehuurders die niet gehuwd noch geregistreerd partner zijn. De vordering wordt alleen toegewezen als dit naar billijkheid, met inachtneming van de omstandigheden van het geval, geboden is. In de bodemprocedure ligt de vraag voor wie van partijen, met uitsluiting van de ander, gerechtigd is tot het gebruik en bewoning van de woning. Daarbij dienen de belangen die partijen elk hebben bij het huurrecht van de woning tegen elkaar te worden afgewogen, met inachtneming van alle relevante omstandigheden van het geval.
4.6.
Ten aanzien van de belangenafweging overweegt de kantonrechter als volgt. De financiële positie van partijen is van groot belang omdat degene die de huur voortzet verondersteld wordt zelfstandig de huurprijs en de vaste lasten met betrekking tot de woning te kunnen betalen. Uit de overgelegde stukken en het verhandelde ter mondelinge behandeling is duidelijk geworden dat de financiële situatie van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] beter, althans stabieler is. Dit omdat [eiser in conventie, verweerder in reconventie] al 10 jaar in loondienst werkt in Duitsland. Het nettoloon van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] bedraagt € 1.468,87 per maand. Daarnaast ontvangt [eiser in conventie, verweerder in reconventie] een AOW-uitkering van € 949,41 netto per maand. Deze uitkering zal met € 481,72 worden verhoogd wanneer [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] niet meer op hetzelfde adres woont. Het totale maandelijkse netto inkomen van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] zal, indien [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] de woning verlaat, iets meer dan € 3.000,00 bedragen.
[gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] voert aan dat zij thans 40 uur per week werkt voor een nettosalaris van € 2.762,00 per maand. Verder voert [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] aan dat zij met haar eenmanszaak gemiddeld een netto winst van € 1.600,00 per maand genereert. Het totale inkomen van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] betreft daarmee circa € 4.300,00 netto per maand. De kantonrechter acht daarbij echter van belang dat [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] sinds kort werkzaam is op basis van een arbeidscontract (oproepovereenkomst) met uitzendbeding. In de overeenkomst is opgenomen dat géén vast aantal uren is afgesproken én dat [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] geen recht heeft op het naar tijdruimte vastgestelde loon, indien zij de overeengekomen arbeid niet heeft verricht. De overeenkomst is ingegaan op 1 december 2025 of vanaf de datum dat de werkzaamheden daadwerkelijk worden aangevangen en duurt tot 28 december 2025. De overeenkomst eindigt van rechtswege op die datum. Een nieuwe overeenkomst voor bepaalde tijd voor dezelfde duur van vier weken komt tot stand als er in enige week na afloop van de vorige overeenkomst werkzaamheden worden verricht door werknemer. De inkomsten uit de onderneming van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] fluctueren in de afgelopen jaren zoals volgt uit de door [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] overgelegde stukken. Vanwege die omstandigheden is er (nog) geen sprake van een langdurig en stabiel inkomen aan de zijde van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] .
4.7.
Beide partijen voeren aan dat zij investeringen hebben gedaan in de woning. Dit is ook gebruikelijk indien er sprake is samenwoners met een affectieve relatie. Daarom zal de kantonrechter deze aangevoerde omstandigheden niet meewegen, aangezien in deze procedure niet is gebleken dat een van de partijen aanzienlijk meer investeringen heeft gedaan in de woning.
4.8.
Dat de verhuurder, op verzoek van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] , heeft ingestemd dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie] de huur voortzet legt naar het oordeel van de kantonrechter geen gewicht in de schaal.
4.9.
Volgens [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] is het moeilijk om een andere geschikte woonruimte te vinden omdat zij fulltime werkt en alleen een fiets ter beschikking heeft. Dat maakt het bezichtigen van woningen lastig, maar niet onmogelijk naar het oordeel van de kantonrechter. Fulltime werken is namelijk geen uitzonderlijke omstandigheid die de zoektocht onmogelijk maakt.
4.10.
Daarnaast zou de woning speciaal zijn uitgekozen voor de eenmanszaak van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] vanwege de mogelijkheid tot opslag van de inventaris (circa 900 items) in de schuur. Het is gebleken dat het gaat om een ruimte van ongeveer 8 m². Dit is te vergelijken met de oppervlakte van een kleine slaapkamer. De inventaris kan dus ook in een andere ruimte of slaapkamer worden opgeslagen.
4.11.
Het financiële aspect geeft onder de huidige omstandigheden voor dit moment de doorslag bij afweging van de wederzijdse belangen van partijen. Zoals reeds overwogen heeft [eiser in conventie, verweerder in reconventie] een stabieler inkomen dan [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] . [eiser in conventie, verweerder in reconventie] heeft de huurpenningen en de andere vaste lasten met betrekking tot de woning al (grotendeels) voor zijn rekening genomen. Daarom is voor [eiser in conventie, verweerder in reconventie] meer garantie aanwezig dat hij in zijn eentje de huur en de vaste lasten van de woning kan (blijven) betalen. [eiser in conventie, verweerder in reconventie] lijkt dan ook beter in staat te voldoen aan de eisen van zelfstandig wonen en de kosten waarmee dit gepaard gaat.
4.12.
De vordering van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] met betrekking tot het voorlopige exclusieve gebruik van de woning heeft op grond van het voorgaande in de bodemprocedure een zodanige kans van slagen, dat vooruitlopend daarop toewijzing van de voorlopige voorziening gerechtvaardigd is. Voorgaande betekent dat de vordering van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] wordt toegewezen. Dit leidt ertoe dat alle ingestelde vorderingen van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] worden afgewezen.
Ontruiming en dwangsom
4.13.
De vordering van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] om [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] te veroordelen om de woning te verlaten en ontruimen is op grond van het voorgaande toewijsbaar, met een ontruimingstermijn van vier maanden. [eiser in conventie, verweerder in reconventie] heeft tijdens de mondelinge behandeling ingestemd met een ontruimingstermijn van vier maanden en de kantonrechter oordeelt dat dit in de gegeven omstandigheden redelijk is.
4.14.
[eiser in conventie, verweerder in reconventie] behoeft geen machtiging van de kantonrechter om het toe te wijzen bevel tot ontruiming zo nodig af te dwingen. De in de wet aan de deurwaarder verleende bevoegdheden tot reële executie (artikelen 555 e.v. Rv in verbinding met artikel 444 Rv) worden toereikend geacht, zodat [eiser in conventie, verweerder in reconventie] bij een afzonderlijke machtiging geen belang heeft.
4.15.
De op voorhand gevorderde ontruimingskosten worden afgewezen nu deze kosten niet vallen onder de kosten van artikel 237 lid 3 Rv en zij zich zonder nadere toelichting niet lenen voor voorwaardelijke begroting.
4.16.
De door [eiser in conventie, verweerder in reconventie] gevorderde dwangsom zal worden afgewezen. Dit vonnis vormt een zogenoemde executoriale titel op basis waarvan [eiser in conventie, verweerder in reconventie] , zou dat al nodig zijn, met hulp van een deurwaarder ontruimingsmaatregelen kan nemen.
Betaling van de huurpenningen en vaste lasten
4.17.
Ook ten aanzien van deze vordering dient de kantonrechter allereerst te beoordelen of [eiser in conventie, verweerder in reconventie] een spoedeisend belang heeft. [eiser in conventie, verweerder in reconventie] stelt dat hij een spoedeisend belang heeft bij zijn vordering en dat hij een bodemprocedure niet kan afwachten. [eiser in conventie, verweerder in reconventie] stelt daartoe dat de vordering (zeer) nauw samenhangt met de vordering tot het voorlopige exclusieve gebruik van de woning. [eiser in conventie, verweerder in reconventie] stelt in een penibele financiële situatie terecht te zijn gekomen nu [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] weigert haar deel van de huurpenningen en vaste lasten te voldoen. Daarnaast is [eiser in conventie, verweerder in reconventie] meerdere betalingsregelingen overeengekomen met betrekking tot naheffingen en gezamenlijke schulden. Zijn AOW-uitkering is momenteel lager omdat [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] nog op hetzelfde adres woont. Het risico bestaat dat er een huurachterstand en overige schulden zullen ontstaan. [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] betwist dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie] ten aanzien van deze vordering een spoedeisend belang heeft. Het betreft een kwestie van verdeling die in een bodemprocedure dient te worden beoordeeld. Daarbij is de gestelde spoedeisendheid van deze vordering tegenstrijdig met de eerdere stelling van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] dat hij de woonlasten met betrekking tot de woning prima alleen kan dragen.
4.18.
De kantonrechter oordeelt dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie] onvoldoende spoedeisend belang heeft bij zijn vordering op grond van het volgende. Er is geen sprake van nauwe samenhang met de vordering tot het voorlopige exclusieve gebruik van de woning. Het spoedeisend belang van deze geldvordering kan dus niet voortvloeien uit het spoedeisend belang ten aanzien van de vordering tot het exclusieve gebruik van de woning. [eiser in conventie, verweerder in reconventie] stelt ten aanzien van die laatstgenoemde vordering dat hij de kosten alleen kan dragen en de vordering wordt ook toegewezen op grond van die stelling. Bovendien hebben partijen nog andere financiële zaken met elkaar af te rekenen in het kader van de beëindiging van hun relatie, zodat niet uit te sluiten valt dat ook deze vordering van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] met vorderingen van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] verrekend kan worden.
De proceskosten
4.19.
Gelet op de relatie tussen partijen zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

5.De beslissing

De kantonrechter
in conventie
5.1.
bepaalt dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie] , met uitsluiting van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] , gerechtigd is tot het voorlopig genot en gebruik van de woning en de inboedel aan de [adres] te [woonplaats] en veroordeelt [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] de woning uiterlijk binnen vier maanden na betekening van het vonnis met al de haren en het hare te verlaten c.q. ontruimen en ontruimd te houden, een en ander onder afgifte van alle in haar bezit zijnde sleutels van de woning ter vrije beschikking aan [eiser in conventie, verweerder in reconventie] , en bepaalt dat [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] de woning zonder uitdrukkelijke voorafgaande toestemming van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] niet meer mag betreden,
5.2.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
5.3.
wijst het meer of anders gevorderde af,
in reconventie
5.4.
wijst de vorderingen van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] af,
in conventie en in reconventie
5.5.
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.J. Otto en in het openbaar uitgesproken op
17 december 2025.
SH