ECLI:NL:RBLIM:2025:12690

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
17 december 2025
Publicatiedatum
19 december 2025
Zaaknummer
11799556 \ CV EXPL 25-2948
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding koopovereenkomst wegens non-conformiteit van geleverde meubels

In deze zaak heeft de kantonrechter te Maastricht op 17 december 2025 uitspraak gedaan in een geschil tussen een eiseres en een gedaagde over een consumentenkoop van meubels. De eiseres, vertegenwoordigd door haar gemachtigde mr. G. Debije, vorderde ontbinding van de koopovereenkomst die op 25 oktober 2024 was gesloten, omdat de geleverde zitbank en het vloerkleed niet voldeden aan de verwachtingen die zij op grond van de overeenkomst mocht hebben. De eiseres had een totaalbedrag van € 4.950,00 betaald voor de meubels, maar bij levering op 25 februari 2025 bleek de zitbank doorgezakt en had het vloerkleed een vlek. Ondanks herhaalde verzoeken om de gebreken te herstellen, heeft de gedaagde, een meubelverkoper, niet gereageerd op de ingebrekestellingen van de eiseres. De kantonrechter oordeelde dat de gedaagde tekortgeschoten was in zijn verplichtingen en dat er sprake was van non-conformiteit. De rechter besloot dat de gehele koopovereenkomst ontbonden moest worden, omdat de meubels deel uitmaakten van een set en de eiseres niet met een incomplete set kon blijven zitten. De gedaagde werd veroordeeld tot terugbetaling van de koopsom en tot terugname van de geleverde zaken binnen veertien dagen na betekening van het vonnis. Tevens werd de gedaagde veroordeeld tot betaling van de proceskosten, die op € 1.083,02 werden begroot.

Uitspraak

RECHTBANKLIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 11799556 \ CV EXPL 25-2948
Vonnis van 17 december 2025
in de zaak van
[eiseres],
te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiseres] ,
gemachtigde: mr. G. Debije,
tegen
[gedaagde] , H.O.D.N. [handelsnaam],
te Veenendaal,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de conclusie van antwoord
- de brief waarin een mondelinge behandeling is bepaald
- de mondelinge behandeling van 11 november 2025, waarvan door de griffier
aantekeningen zijn gemaakt en namens [eiseres] pleitaantekeningen zijn voorgedragen die in het dossier zijn gevoegd.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Op 25 oktober 2024 heeft [eiseres] na een bezoek aan de showroom van
[gedaagde] diverse zaken gekocht, te weten:
  • 2x fauteuil Seattle – Bouclé wit
  • 2x zitbank Seattle – Bouclé wit
  • 2x draaifauteuil Giullia – Bouclé wit
  • Maine vloerkleed
  • Fluffy zacht vloerkleed
  • Fluffy zacht vloerkleed rond
  • 4x Wandlamp
  • 2x Textile Care Kit
[eiseres] heeft de totale koopsom van € 4.950,00 voldaan.
2.2.
Op 25 februari 2025 zijn de betreffende zaken op het adres van [eiseres] geleverd.
[eiseres] was op dat moment op vakantie.
2.3.
Bij het uitpakken van een van de vloerkleden zag [eiseres] dat hier een vlek op zat. Daarnaast is enkele weken na aankoop de poot van een van de zitbanken na
kortstondig gebruik gebroken.
2.4.
Op 15 maart 2025 heeft [eiseres] aan [gedaagde] een e-mail met foto’s gestuurd
waarin zij aangeeft dat de zitbank na drie-en-een-halve week is doorgezakt en op zoek te
zijn naar een oplossing. Vervolgens vindt er op 20 maart 2025 een mailwisseling plaats
tussen [gedaagde] en [eiseres] , waarbij [gedaagde] de vraag stelt of het hout van de
poot is gebroken of dat het alleen de nieten zijn. Daarbij geeft [gedaagde] aan dat de
foto’s niet duidelijk zijn. [eiseres] geeft op haar beurt aan dat de foto’s wel duidelijk zijn en
dat zij verder niet kan beoordelen of het hout is gebroken of dat het de nieten zijn, maar dat
er iemand van [gedaagde] kan langskomen om tot een oplossing te komen. [gedaagde]
deelt mede niet iemand langs te sturen zonder dat de klacht duidelijk in beeld is.
2.5.
Bij e-mail van 28 maart 2025 heeft [eiseres] [gedaagde] in de gelegenheid
gesteld om het gebrek aan de zitbank binnen veertien dagen na ontvangst van de e-mail
kosteloos te herstellen of een nieuwe deugdelijke zitbank te leveren. [gedaagde] heeft niet
binnen de termijn van veertien dagen gehoor gegeven aan deze sommatie.
2.6.
Bij brief van 6 mei 2025 heeft de gemachtigde van [eiseres] [gedaagde] een
ingebrekestelling gestuurd met daarin het verzoek om binnen vijftien dagen alsnog over te
gaan tot herstel, dan wel vervanging van de zitbank en het vloerkleed. Deze brief is zowel
per reguliere post als per e-mail verzonden. Ook hier heeft [gedaagde] niet op gereageerd.

3.Het geschil

3.1.
[eiseres] vordert, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
  • ontbinding van de tussen [eiseres] en [gedaagde] op 25 oktober 2024 gesloten koopovereenkomst;
  • [gedaagde] te veroordelen tot betaling aan [eiseres] van een bedrag van
  • € 4.950,00, vermeerderd met de wettelijke rente;
  • [gedaagde] te veroordelen tot terugname van de geleverde zaken, zoals omschreven onder de feiten, binnen veertien dagen na betekening van het te wijzen vonnis op een door [eiseres] aan te wijzen moment, afhaallocatie en wijze;
  • [gedaagde] te veroordelen tot betaling van de proceskosten, nakosten en rente.
3.2.
[eiseres] legt aan de vordering ten grondslag – kort weergegeven – dat de aan haar
geleverde zitbank en vloerkleed niet de eigenschappen bezitten die zij mocht verwachten.
[eiseres] heeft [gedaagde] in de gelegenheid gesteld de gebreken te herstellen, maar
[gedaagde] heeft hier geen gehoor aan gegeven. Volgens [eiseres] is sprake van non-conformiteit en is [gedaagde] in verzuim. Omdat de bank en het vloerkleed onderdeel zijn
van een set vordert [eiseres] ontbinding van de gehele koopovereenkomst. Daarnaast heeft
de ontbinding een ongedaanmakingsverbintenis tot gevolg waardoor [eiseres] recht heeft op
terugbetaling van de koopsom van € 4.950,00 en de geleverde zaken door [gedaagde]
dienen te worden teruggenomen.
3.3.
[gedaagde] voert verweer. [gedaagde] concludeert primair tot afwijzing van de
vorderingen van [eiseres] . Subsidiair concludeert [gedaagde] tot gedeeltelijke ontbinding
van de koopovereenkomst voor zover die ziet op de zitbank, waarbij [gedaagde] de keuze
behoudt tussen herstel of vervanging. Op de inhoud van het verweer zal hierna, waar nodig,
worden ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
De kantonrechter overweegt dat in de dagvaarding is gesteld dat de
koopovereenkomst buitengerechtelijk zou zijn ontbonden. [eiseres] heeft op de mondelinge behandeling erkend dat geen sprake is geweest van een buitengerechtelijke ontbinding.
4.2.
De kern van het geschil is de vraag of de koopovereenkomst tussen [eiseres] en [gedaagde] geheel of gedeeltelijk ontbonden dient te worden. De kantonrechter is van oordeel dat een gehele ontbinding van de koopovereenkomst op zijn plaats is. Hieronder wordt uiteengezet hoe de kantonrechter tot haar oordeel is gekomen.
Consumentenkoop
4.3.
De overeenkomst tussen partijen is een consumentenkoop. [1] Omdat sprake is van
consumentenkoop zijn de bepalingen uit titel 1 van boek 7 van het Burgerlijk Wetboek op
de overeenkomst van toepassing.
Non-conformiteit
4.4.
Allereerst moet worden beoordeeld of sprake is van non-conformiteit. [2] De
consument heeft namelijk de mogelijkheid om bij non-conformiteit de overeenkomst te
ontbinden. [3] Van non-conformiteit kan worden gesproken als een zaak niet aan de
overeenkomst beantwoordt indien zij, mede gelet op de aard van de zaak en de
mededelingen die de verkoper over de zaak heeft gedaan, niet de eigenschappen bezit die de
koper op grond van de overeenkomst mocht verwachten. De koper mag verwachten dat de
zaak de eigenschappen bezit die voor een normaal gebruik daarvan nodig zijn. [4] Naar het
oordeel van de kantonrechter beantwoorden de bank en het vloerkleed niet aan de
koopovereenkomst. De kantontrechter overweegt daartoe als volgt.
4.5.
[eiseres] stelt dat enkele weken na de aankoop een van de zitbanken is doorgezakt
doordat een van de poten is gebroken. Daarnaast zag zij bij het uitpakken op een van de
vloerkleden een vlek zitten. [gedaagde] heeft niet weersproken dat [eiseres] begin maart 2025 over de vlek heeft geklaagd en ook niet dat de bank is doorgezakt. Daarmee staat vast dat de zaken gebrekkig zijn, omdat de zitbank en het vloerkleed niet de eigenschappen bezitten die [eiseres] in redelijkheid mocht verwachten. Van een nieuwe
zitbank mag immers worden verwacht dat deze niet binnen enkele weken na aankoop
doorzakt en van een nieuw vloerkleed dat daarop géén vlekken voorkomen. Dit betekent dat
[gedaagde] non-conforme zaken aan [eiseres] heeft geleverd.
Ontbinding koopovereenkomst
4.6.
Verder moet worden beoordeeld of [gedaagde] tekortgeschoten is in zijn
verplichting om binnen een redelijke termijn en zonder ernstige overlast voor de koper de
zaken te herstellen of te vervangen. [5] De bevoegdheid tot ontbinding van de
koopovereenkomst ontstaat immers pas wanneer dat het geval is. De kantonrechter is van
oordeel dat [gedaagde] is tekortgeschoten in deze verplichting nu zij niet binnen de
redelijke termijn tot herstel of vervanging van de zitbank en het vloerkleed is overgegaan, terwijl [eiseres] wel voldoende gelegenheid heeft geboden om dat te doen. [6] De kantonrechter overweegt daartoe als volgt.
4.7.
Op 15 maart 2025 heeft [eiseres] [gedaagde] op de hoogte gesteld van het gebrek aan de zitbank en heeft zij [gedaagde] verzocht om een oplossing. [eiseres] heeft ook foto’s meegestuurd, waarop naar het oordeel van de kantonrechter duidelijk zichtbaar is dat de poot van de zitbank is afgebroken. Vervolgens heeft [eiseres] op 28 maart 2025 [gedaagde] per e-mail nogmaals in de gelegenheid gesteld om het gebrek aan de zitbank binnen veertien dagen na ontvangst van de e-mail te herstellen. [gedaagde] is niet binnen deze termijn tot herstel of vervanging van de zitbank overgegaan. Bij brief van 6 mei 2025 heeft de gemachtigde van [eiseres] [gedaagde] nogmaals de gelegenheid geboden om binnen vijftien dagen over te gaan tot herstel, dan wel vervanging van de zitbank en het vloerkleed. Hier heeft [gedaagde] niet op gereageerd. De stelling dat [gedaagde] de ingebrekestellingen niet heeft ontvangen, acht de kantonrechter niet geloofwaardig, omdat deze zijn verzonden naar het e-mailadres waarmee [eiseres] eerder contact heeft gehad over het gebrek aan de zitbank, te weten: [e-mailadres] . De stelling van [gedaagde] dat zij meermalen heeft aangeboden om de zitbank te herstellen of te vervangen, wordt gepasseerd. Dit blijkt niet uit de door [eiseres] overgelegde e-mailcorrespondentie en is verder ook niet door [gedaagde] onderbouwd.
4.8.
Omdat er sprake is van non-conforme zaken en [gedaagde] meermaals in de gelegenheid is gesteld om de zaken te vervangen of te herstellen, maar daarvan geen gebruik heeft gemaakt, zal de kantonrechter de koopovereenkomst ontbinden. [7]
4.9.
[gedaagde] heeft aangevoerd dat [eiseres] alleen heeft geklaagd over de bank en dat de ontbinding daarom alleen betrekking kan hebben op de bank. De kantonrechter overweegt daarover als volgt. In de eerste plaats gaat het niet alleen om de bank, maar ook om het vloerkleed dat niet voldoet aan de overeenkomst. In de tweede plaats heeft [gedaagde] gelijk dat uit artikel 7:22 lid 6 BW als hoofdregel volgt dat als een deel van de afgeleverde zaken niet aan de overeenkomst beantwoordt, de koopovereenkomst alleen voor dat deel ontbonden kan worden. Op deze hoofdregel wordt echter in hetzelfde artikellid een uitzondering gemaakt, namelijk als redelijkerwijs niet van de koper verwacht kan worden dat zij de andere zaken (die wel aan de overeenkomst beantwoorden) behoudt. Blijkens de wetsgeschiedenis [8] is daarbij onder andere gedoeld op een situatie als de onderhavige: als de koper een bij elkaar passende set koopt, waarvan slechts een of enkele onderdelen niet voldoen aan de koopovereenkomst, kan niet van de koper verwacht worden dat zij blijft zitten met een incomplete set. Tijdens de zitting heeft [eiseres] een filmpje getoond van de door haar bij [gedaagde] aangeschafte meubels, vloerkleden en lampen. Uit dit filmpje blijkt genoegzaam dat alle zaken die [eiseres] middels deze ene koopovereenkomst bij [gedaagde] heeft gekocht, samen een set vormen. De meubels, vloerkleden en lampen die tot deze set behoren hebben allemaal dezelfde stijl, kleur (wit) en stof (Bouclé) en vormen samen een volledige, op elkaar afgestemde interieurinrichting. Dat de zaken niet allemaal tot dezelfde lijn behoren doet daar niet aan af. Dit maakt dat van [eiseres] niet kan worden verwacht dat zij genoegen neemt met alleen de teruglevering van de bank en vloerkleed, tegen restitutie van de voor deze artikelen betaalde prijs, omdat [eiseres] dan blijft zitten met een incomplete set. Om die reden is gedeeltelijke ontbinding niet aangewezen. Het verweer van [gedaagde] dat gehele ontbinding van de koopovereenkomst disproportioneel en ongegrond is, slaagt daarom niet.
Terugbetaling koopprijs en terugnemen geleverde zaken
4.10.
Als gevolg van de ontbinding ontstaat voor partijen de verplichting tot
ongedaanmaking van de reeds door hun ontvangen prestaties. [9] Dat betekent dat de vordering tot terugbetaling van de koopprijs van € 4.950,00,- kan worden toegewezen. Daarnaast heeft de ongedaanmakingsverplichting ook tot gevolg dat [gedaagde] de zaken, zoals vermeld onder 2.1, dient terug te nemen binnen veertien dagen na het te wijzen vonnis op een in onderling overleg te bepalen tijdstip op de locatie waar de zaken zijn geleverd. Uit artikel 7:22 lid 7 BW volgt immers dat de terugzending van de zaken op kosten van de verkoper komt.
4.11.
De wettelijke rente over de koopsom van € 4.950,00,- zal met ingang van de
vijftiende dag na betekening van het te wijzen vonnis worden toegewezen. Omdat de koopovereenkomst niet eerder (buitengerechtelijk) is ontbonden, ontstaat de terugbetalingsverplichting immers pas per datum van de uitspraak van dit vonnis.
Proces- en nakosten
4.12.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief
nakosten) betalen. De proceskosten van [eiseres] worden begroot op:
- kosten dagvaarding
149,02
- griffierecht
257,00
- salaris gemachtigde
542,00
(2 punten × € 271,00)
- nakosten
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.083,02
4.13.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals
vermeld in de beslissing.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
ontbindt de tussen [eiseres] en [gedaagde] op 25 oktober 2024 gesloten
koopovereenkomst,
5.2.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eiseres] van € 4.950,00, te vermeerderen
met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf de vijftiende dag na dagtekening van dit
vonnis,
5.3.
veroordeelt [gedaagde] tot terugname van de geleverde zaken binnen veertien
dagen na betekening van dit vonnis op een in onderling overleg te bepalen tijdstip op de
locatie waar de zaken zijn geleverd,
5.4.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de zijde van [eiseres] worden
begroot op € 1.083,02, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te
vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de
veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.5.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in
artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving
zijn betaald,
5.6.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
5.7.
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.P.A. Bisscheroux en in het openbaar uitgesproken op
17 december 2025.

Voetnoten

1.Artikel 7:5 lid 1 sub a BW.
2.Artikel 7:17 lid 1 BW.
3.Artikel 7:22 BW.
4.Artikel 7:17 lid 2 BW.
5.Artikel 7:22 lid 1 en 2 BW.
6.Artikel 7:21 lid 3 BW.
7.Artikel 7:22 BW.
8.MvT, Kamerstukken II 2020/21, 35734, nr. 3, p. 37.
9.Artikel 6:271 BW.