In deze zaak heeft de kantonrechter van de Rechtbank Limburg op 17 december 2025 uitspraak gedaan in een geschil tussen Stichting Weller Wonen en een gedaagde huurder. De eiser, Weller Wonen, vorderde betaling van een openstaand bedrag van € 971,80, dat bestond uit huurachterstand en servicekosten. De gedaagde had eerder een bedrag van € 822,51 betaald, maar betwistte de bijkomende kosten en stelde dat hij niet op de hoogte was van de openstaande bedragen omdat hij de afrekening en sommaties nooit had ontvangen.
De kantonrechter heeft vastgesteld dat Weller Wonen voldoende bewijs heeft geleverd dat de gedaagde wel degelijk op de hoogte was van de openstaande bedragen, onder andere door middel van e-mailcommunicatie. De rechter oordeelde dat de gedaagde niet kon volstaan met een blote betwisting van de ontvangst van de e-mails, aangezien hij zelf gebruik had gemaakt van hetzelfde e-mailadres. De kantonrechter heeft de vordering van Weller Wonen voor het openstaande bedrag van € 822,51 toegewezen, maar heeft de vordering tot betaling van buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente afgewezen, omdat de bedingen in de algemene voorwaarden als oneerlijk werden aangemerkt.
De gedaagde werd veroordeeld in de proceskosten van € 756,14, die Weller Wonen had gemaakt voor de procedure. De rechter verklaarde het vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wees het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis benadrukt het belang van duidelijke communicatie en bewijsvoering in huurgeschillen, vooral wanneer het gaat om betalingsverplichtingen en de gevolgen van niet-betaling.