Uitspraak
RECHTBANK Limburg
1.De procedure
- de conclusie van antwoord
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald
2.De feiten
3.Het geschil
€ 10.000,00 is inderdaad niet betaald. [gedaagde] stelt dat hij dit bedrag heeft verrekend met een tegenvordering van hem op [eiser] .
4.De beoordeling
€ 39.000,00 contant heeft betaald, niet meer dan een blote stelling betreft die door [gedaagde] op geen enkele manier nader is onderbouwd met concrete feiten en omstandigheden. Op welke dagen heeft hij dan betaald? Waar vonden de betalingen plaats? Was daar iemand bij? Hoe kwam hij aan het geld? Haalde hij dat van zijn bankrekening? [gedaagde] stelt er niets over, terwijl dit wel op zijn weg lag. Alleen een blote stelling “ik heb betaald” is onvoldoende om aan zijn stelplicht te voldoen.
het verzuimintreedt en [eiser] daarover niets heeft gesteld, zal de rente vanaf de datum dagvaarding worden toegewezen.