In deze zaak heeft verzoekster op 16 juli 2025 een verzoekschrift ingediend voor de toepassing van de schuldsaneringsregeling. De griffier heeft echter geconstateerd dat er essentiële gegevens ontbraken in het verzoekschrift. In overeenstemming met artikel 287, tweede lid van de Faillissementswet, heeft de griffier de schuldhulpverlenende instantie, Verder Financiële Zorgverlening B.V., verzocht om de ontbrekende stukken binnen een maand aan te leveren. De ontbrekende gegevens omvatten onder andere de ontstaansdata van alle schuldeisers, een verklaring over de psychische klachten van verzoekster, en informatie over een strafbeschikking. De termijn voor het indienen van deze stukken was vastgesteld op 13 december 2025.
Op 12 december 2025 ontving de rechtbank een uitstelverzoek van de schuldhulpverlenende instantie, waarin werd aangegeven dat door drukte en persoonlijke omstandigheden de gevraagde gegevens niet tijdig konden worden aangeleverd. Echter, de rechtbank heeft vastgesteld dat de ontbrekende gegevens niet binnen de gestelde termijn zijn ingediend, waardoor het verzoekschrift incompleet bleef. De rechtbank heeft vervolgens geoordeeld dat het verzoek niet-ontvankelijk is, omdat niet voldaan is aan de wettelijke eisen zoals gesteld in de Faillissementswet en de Recofa-richtlijnen. De rechtbank heeft het uitstelverzoek afgewezen, omdat de redenen die zijn aangevoerd niet valide werden geacht. Het verzoek is dan ook niet-ontvankelijk verklaard.
De rechtbank heeft in haar beslissing benadrukt dat de ontbrekende gegevens cruciaal zijn voor de beoordeling van de aanvraag voor de schuldsaneringsregeling. De rechtbank heeft verzoekster niet opgeroepen om te worden gehoord, gezien de niet-ontvankelijkheid van het verzoek. De uitspraak is gedaan door rechter G.M. Drenth en is openbaar uitgesproken op 18 december 2025, in aanwezigheid van griffier M.P.J. Huijs.