Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van
16 december 2025 in de zaken tussen
25 2753: [naam] , te Heel, verzoeker 1,
Procesverloop
Beslissing
Overwegingen
.
Rechtbank Limburg
In deze zaak heeft de voorzieningenrechter van de Rechtbank Limburg op 16 december 2025 uitspraak gedaan in de zaken ROE 25/2753 en ROE 25/2755. De verzoekers, twee ondernemers, hebben bezwaar gemaakt tegen een last onder dwangsom die hen door het college van burgemeester en wethouders van de gemeenten Echt-Susteren, Maasgouw en Roerdalen is opgelegd. Deze last houdt in dat zij het gebruik van een perceel moeten beëindigen, omdat dit volgens de verweerder in strijd is met het bestemmingsplan. De verzoekers hebben de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening, omdat zij van mening zijn dat er sprake is van onverwijlde spoed en dat de opgelegde lasten onrechtmatig zijn.
Tijdens de zitting op 16 december 2025 is de situatie besproken. De voorzieningenrechter heeft vastgesteld dat er geen sprake is van onverwijlde spoed die het treffen van een voorlopige voorziening rechtvaardigt. De verzoekers hebben aangevoerd dat de bedrijfsactiviteiten van verzoeker 2 zijn toegestaan onder het tijdelijk deel van het omgevingsplan, maar de voorzieningenrechter oordeelt dat de financiële belangen van de verzoekers niet voldoende onderbouwd zijn. Er is geen bewijs geleverd dat het staken van de bedrijfsactiviteiten zal leiden tot een acute financiële noodsituatie of faillissement.
De voorzieningenrechter heeft ook overwogen dat er geen evidente onrechtmatigheid van de bestreden besluiten is aangetoond. De verschillen in mening tussen partijen over de aard van de bedrijfsactiviteiten van verzoeker 2 zijn niet zodanig dat de besluiten van de verweerder evident onjuist zijn. Daarom heeft de voorzieningenrechter de verzoeken om voorlopige voorziening afgewezen en is er geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding of terugbetaling van het griffierecht.