Uitspraak
RECHTBANK limburg
[naam] , te Weert, verzoeker
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Beoordeling door de voorzieningenrechter
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 22 december 2025.
Rechtbank Limburg
Verzoeker heeft op 30 juli 2025 een verklaring omtrent het gedrag (VOG) aangevraagd voor een functie als uitkeringsconsulent bij het UWV, waarvoor hij reeds was aangenomen. De aanvraag werd op 4 november 2025 afgewezen door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter stelde vast dat verzoeker spoedeisendheid aannemelijk maakte, omdat hij de VOG uiterlijk 1 januari 2026 moest overleggen om in dienst te kunnen treden en anders in financiële problemen zou komen. Uit het Justitieel Documentatie Systeem bleek dat verzoeker recentelijk in aanraking was geweest met justitie wegens dwang, poging tot dwang en bedreiging, en dat hij hiervoor was veroordeeld maar in hoger beroep was gegaan. Ook waren er antecedenten binnen de terugkijktermijn van vier jaar.
De rechtbank overwoog dat het objectieve criterium voor weigering van de VOG was vervuld en dat verweerder terecht het belang van de samenleving zwaarder had gewogen dan het persoonlijk belang van verzoeker. Het risico op recidive werd als reëel beoordeeld gezien de aard van de feiten en de functie. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de weigering van de VOG wordt afgewezen.