Gedaagde had een zorgverzekering bij Zilveren Kruis en liet een bedrag van €1.006,14 aan premies en zorgkosten onbetaald. Na tussenkomst van een deurwaarder betaalde gedaagde deels, maar bleef een bedrag van €660,50 openstaan. Zilveren Kruis vorderde betaling van dit bedrag plus buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente.
Gedaagde erkende de hoofdsom maar verweerde zich met betalingsonmacht en wilde een betalingsregeling treffen. De kantonrechter oordeelde dat de hoofdsom toewijsbaar is en dat een betalingsregeling alleen met Zilveren Kruis kan worden getroffen, niet door de rechter kan worden opgelegd.
De kantonrechter toetste het incassokostenbeding in de polisvoorwaarden ambtshalve op oneerlijkheid, ook al werd het beding niet door Zilveren Kruis ingeroepen. Het beding bleek een oneerlijke verstoring van de rechten van de consument en werd vernietigd. Hierdoor konden de buitengerechtelijke incassokosten niet worden toegewezen. De wettelijke rente werd wel toegewezen omdat het beding daarvoor eerlijk was en gedaagde in verzuim verkeerde.
Gedaagde werd veroordeeld tot betaling van €610,06 en de proceskosten van €938,55. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.