ECLI:NL:RBLIM:2025:12955

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
24 december 2025
Publicatiedatum
29 december 2025
Zaaknummer
11822256 \ CV EXPL 25-3105
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vordering tot betaling van opzegvergoeding in het kader van een energieovereenkomst

In deze zaak vordert Clean Energy B.V. betaling van een opzegvergoeding van de gedaagde partij, die voorheen een overeenkomst had voor de levering van gas en elektriciteit. De overeenkomst was aangegaan voor een bepaalde tijd, van 1 juli 2022 tot 31 december 2025. Clean Energy stelt dat de gedaagde partij de overeenkomst niet tijdig heeft opgezegd en dat zij daarom een opzegvergoeding van € 6.708,05 in rekening brengt. De gedaagde partij betwist echter dat zij op de hoogte was van de opzegging en stelt dat de overstap naar een andere energieleverancier, HEM, buiten haar om heeft plaatsgevonden. De kantonrechter heeft vastgesteld dat er geen schriftelijke opzegging van de overeenkomst met Clean Energy heeft plaatsgevonden. Hierdoor is de overeenkomst niet geëindigd op de door Clean Energy gestelde datum van 1 februari 2024, maar blijft deze van kracht tot de einddatum van 31 december 2025. De kantonrechter heeft de vorderingen van Clean Energy afgewezen en geoordeeld dat Clean Energy de proceskosten moet betalen.

Uitspraak

RECHTBANKLIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 11822256 \ CV EXPL 25-3105
Vonnis van 24 december 2025
in de zaak van
CLEAN ENERGY B.V., voorheen handelend onder de naam
Holthausen Clean Energy B.V.,
te Groningen,
eisende partij,
hierna te noemen: Clean Energy,
gemachtigde: Landelijke Associatie van Gerechtsdeurwaarders,
tegen
[gedaagde], voorheen handelend onder de naam
[handelsnaam],
te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: H. Damhuis.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de schriftelijke weergave van het antwoord
- de conclusie van repliek
- de schriftelijke weergave van de reactie in dupliek
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
[gedaagde] was eigenaar van de eenmanszaak [handelsnaam] te [vestigingsplaats] . In het handelsregister van de Kamer van Koophandel is geregistreerd dat deze eenmanszaak op
1 juni 2021 is gevestigd en met ingang van 29 februari 2024 is opgeheven.
2.2.
Partijen sluiten op 22 juni 2022 een overeenkomst voor de levering van gas en elektra voor de periode 1 juli 2022 tot 31 december 2025. De algemene voorwaarden voor de levering van elektriciteit en gas aan zakelijke kleinverbruikers 2022 zijn van toepassing.
2.3.
In artikel 20.2 van de algemene voorwaarden is bepaald dat de leveringsovereenkomst schriftelijk kan worden opgezegd met inachtneming van een opzegtermijn van 30 kalenderdagen, tenzij schriftelijk een kortere opzegtermijn is overeengekomen. In artikel 20.3 is bepaald dat, indien partijen een leveringsovereenkomst voor onbepaalde tijd zijn aangegaan en de contractant deze levering niet, niet tijdig of rechtsgeldig heeft opgezegd, dan wel een door de leverancier gedaan aanbod voor een nieuwe leveringsovereenkomst niet (tijdig) heeft aanvaard, dat in dat geval na de overeengekomen einddatum een overeenkomst voor onbepaalde tijd geldt. In artikel 20.4 van deze algemene voorwaarden is bepaald dat Clean Energy bij voortijdige beëindiging een opzegvergoeding in rekening kan brengen. Deze opzegvergoeding bedraagt het verschil tussen de waarde van de overeenkomst op basis van de marktprijs op het moment van beëindigen en de resterende waarde van de overeenkomst, plus een administratieve vergoeding van 50 Euro.
2.2
Via het landelijk registratiesysteem voor netbeheerders krijgt Clean Energy een bericht dat [gedaagde] per 1 februari 2024 een overeenkomst met een andere energieleverancier - de Hollandse Energie Maatschappij, hierna: HEM - heeft gesloten. Claen Energy beëindigt daarop de overeenkomst met [gedaagde] per 1 februari 2024.
2.4.
Op 26 februari 2024 verzendt Clean Energy [gedaagde] de eindnota. Naast de kosten van elektriciteit en gas brengt Clean Energy ook een opzegvergoeding in rekening van
€ 6.708,05. De kosten en de opzegvergoeding samen bedragen € 11.922,15. Op dit bedrag zijn de al betaalde termijnbedragen van in totaal € 7.961,- in mindering gebracht. [gedaagde] dient binnen 14 dagen nog € 3.961,15 te betalen.
2.5.
Op 27 februari 2024 verzendt [gedaagde] een e-mail aan Clean Energy. In deze e-mail deelt [gedaagde] mee dat zij niet bekend is met de opzegging van de overeenkomst met Clean Energy en het aangaan van een overeenkomst met HEM. [gedaagde] vraagt om ‘ontbinding’ van de overeenkomst met HEM en voortzetting van de overeenkomst met Clean Energy. Clean Energy antwoordt daarop dat de levering inderdaad is overgenomen door HEM en dat [gedaagde] contact moet opnemen met HEM, opdat HEM Clean Energy kan verzoeken de levering weer voort te zetten. Clean Energy kan dan de overeenkomst met [gedaagde] weer herstellen. [gedaagde] heeft HEM vervolgens op 27 februari 2024 verzocht de overeenkomst met HEM te annuleren. HEM heeft dit geweigerd vanwege het verstrijken van de wettelijke bedenktermijn van 14 dagen.
2.6.
Clean Energy biedt [gedaagde] op 29 februari 2024 de mogelijkheid om de ontbinding in te trekken. [gedaagde] heeft geen gebruikt gemaakt van deze mogelijkheid.
2.7.
[gedaagde] betaalt € 902,35 aan Clean Energy; het restant - € 3.058,80 – betaalt [gedaagde] niet.
2.8.
Clean Energy verzendt diverse aanmaningen aan [gedaagde] , waarbij [gedaagde] ook incassokosten van € 430,88 in het vooruitzicht worden gesteld. De aanmaningen bewegen [gedaagde] er niet toe de resterende vordering te voldoen.

3.Het geschil

3.1.
Clean Energy vordert een veroordeling van [gedaagde] , uitvoerbaar bij voorraad, tot betaling van € 3.717,56, te vermeerderen met de wettelijke (handels)rente, te berekenen vanaf 26 mei 2025 over € 3.058,80 tot de dag van betaling en proceskosten.
3.2.
[gedaagde] betwist dat zij de opzegvergoeding verschuldigd is. In artikel 3.3 van de algemene voorwaarden wordt niet gesproken van een opzegvergoeding. [gedaagde] stelt dat zij er niet bekend mee is, dat zij een overeenkomst met HEM zou hebben afgesloten. [gedaagde] heeft nooit willen overstappen naar HEM. [gedaagde] erkent wel dat zij telefonisch contact heeft gehad met een callcentermedewerker van HEM. Na dit telefonisch onderhoud stelt [gedaagde] nooit een contract te hebben ontvangen van HEM of een brief dat haar contract met Clean Energy per 1 februari 2024 zou eindigen. Het eerste door [gedaagde] ontvangen bericht was de eindnota van Clean Energy. Vervolgens heeft [gedaagde] geprobeerd om het contract met HEM te annuleren. Dit was niet meer mogelijk omdat de bedenktijd van 14 dagen was verstreken. [gedaagde] stelt dat beide energieleveranciers een verplichting hebben om [gedaagde] tijdig op de hoogte te stellen van het beëindigen van het contract met Clean Energy en het aangaan van het contract met HEM. Deze verplichting zijn zij niet nagekomen. Dat [gedaagde] geen nieuw contract wilde aangaan met een andere energieleverancier volgt ook uit het gegeven dat [gedaagde] in januari 2024 al van plan was haar onderneming te beëindigen. Het contract met HEM is op 30 maart 2024 geëindigd.
[gedaagde] wil dat de overeenkomst met HEM nietig wordt verklaard vanwege het hiervoor genoemde verzuim, hervatting van de levering van elektriciteit en gas door Clean Energy en een nieuwe eindnota van Clean Energy. [gedaagde] wil weten of zij ook een opzegvergoeding verschuldigd is bij beëindiging van de onderneming.
3.3.
Clean Energy stelt gemotiveerd dat zij terecht aanspraak maakt op de opzegvergoeding.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
De kantonrechter leidt uit de stellingen van [gedaagde] af dat zij niet betwist dat de leverantie van energie met ingang van 1 februari 2024 is overgegaan naar HEM. [gedaagde] stelt dat deze overstap volledig buiten haar om heeft plaatsgevonden. Om die reden, vindt [gedaagde] , is zij geen opzegvergoeding aan Clean Energy verschuldigd.
4.2.
De kantonrechter vat de stellingen van [gedaagde] op als een betwisting van de opzegging van de overeenkomst met Clean Energy.
4.3.
Partijen zijn een overeenkomst tot levering van energie aangegaan voor bepaalde tijd. Uit artikel 20.2 van de algemene voorwaarden volgt dat deze overeenkomst schriftelijk kan worden opgezegd met in achtneming van een opzegtermijn. Een tussentijdse beëindiging van een overeenkomst voor bepaalde tijd, kan leiden tot de verschuldigdheid van een opzegvergoeding. Dit staat in artikel 20.4 van de algemene voorwaarden.
4.4.
Clean Energy heeft toegelicht hoe de opzegging volgens haar heeft plaatsgevonden. Clean Energy stelt dat zij op 29 januari 2024 een automatisch bericht heeft gekregen vanuit het Energie Data Services Nederland systeem (hierna: ESDN). Dit bericht komt erop neer dat er een nieuw contract is aangegaan met Allround Hollands Energie - een voormalige statutaire naam van HEM. Op 1 februari 2024 heeft HEM aan Clean Energy de meterstanden doorgegeven. De netbeheerder - Enexis Limburg in dit geval - controleert de switchmelding vervolgens op relevante gegevens, zoals de datum waarop de levering is overgegaan en of de nieuwe leverancier is opgenomen in het leveranciersregister.
4.5.
[gedaagde] heeft de uit ESDN blijkende gegevens niet betwist. Uit de gegevens uit ESDN volgt dat de energie - elektriciteit en gas - met ingang van 1 februari 2024 is geleverd door HEM en dit volgt ook uit eindnota van HEM van 14 april 2024.
4.6.
Uit de stellingen van Clean Energy volgt echter niet dat sprake is geweest van een schriftelijke opzegging. Clean Energy beroept zich op de uit ESDN blijkende gegevens, waarvan [gedaagde] terecht stelt dat zij daarin geen inzage heeft. Clean Energy heeft ook geen stukken overgelegd waaruit blijkt dat de overeenkomst is opgezegd door of namens [gedaagde] .
4.7.
Uit de overige feiten en omstandigheden volgt evenmin dat [gedaagde] de overeenkomst met Clean Energy heeft opgezegd. Dat [gedaagde] erkent dat zij een onderhoud heeft gehad met een medewerker van HEM, die haar op een agressieve manier zou hebben benaderd, betekent niet dat [gedaagde] heeft erkend dat zij de overeenkomst met Clean Energy heeft opgezegd. Dat [gedaagde] de overeenkomst met Clean Energy sowieso zou hebben opgezegd in verband met de beëindiging van haar onderneming, houdt ook geen erkenning in van een opzegging per 1 februari 2024 of per een latere datum.
4.8.
Omdat er geen schriftelijke opzegging is, is de overeenkomst tussen [gedaagde] en Clean Energy niet geëindigd op 1 februari 2024. Deze is blijven voortduren tot, tenminste, de einddatum van de overeenkomst, zijnde 31 december 2025. [1]
4.9.
Dit betekent ook dat [gedaagde] geen opzegvergoeding verschuldigd is als bedoeld in artikel 20.4 (de grondslag is, zoals [gedaagde] terecht opmerkt, niet artikel 3.3 van de algemene voorwaarden). Clean Energy heeft de opzegvergoeding voorts onterecht verrekend op de eindnota. De vorderingen tot betaling van de resterende opzegvergoeding, en de daarmee samenhangende vorderingen tot betaling van wettelijke rente en buitengerechtelijke kosten van Clean Energy, zullen dan ook worden afgewezen.
4.10.
Voor zover [gedaagde] van mening is dat zij ten aanzien van het aangaan van de overeenkomst met HEM heeft gedwaald of dat zij is misleid, dient zij zich tot HEM te wenden. [gedaagde] stelt dat zij geen, althans niet binnen de bedenktermijn van 14 dagen, een contract van HEM heeft ontvangen. Voor zover dit het geval is, kan dit niet aan Clean Energy worden tegengeworpen. Omdat HEM geen partij is in deze procedure, is het ook niet mogelijk om de overeenkomst met HEM nietig te verklaren.
4.11.
De conclusie is dat Clean Energy ongelijk krijgt en haar vorderingen zullen worden afgewezen.
4.12.
Clean Energy moet daarom de proceskosten betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op € 476,- (2 maal 1 punt van € 238,-).

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
wijst de vorderingen van Clean Energy af,
5.2.
veroordeelt Clean Energy in de proceskosten van € 476, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Clean Energy niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.P.J. Quaedackers en in het openbaar uitgesproken op
24 december 2025.
BM

Voetnoten

1.In dat verband is het bepaalde in artikel 20.3 van de algemene voorwaarden van belang.