Uitspraak
RECHTBANK Limburg
1.De procedure
- de producties 20 en 21 van [eiseres]
- de mondelinge behandeling van 16 december 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt
- de pleitnota van [eiseres]
- de pleitnota van [gedaagde] .
Rechtbank Limburg
In deze zaak gaat het om een kort geding tussen [eiseres], de moeder van [naam zoon], en [gedaagde], de ex-partner van [naam zoon]. Na het overlijden van [naam zoon] aan zelfdoding, heeft [eiseres] de crematie geregeld en betaald. Er is echter een conflict ontstaan over de bestemming van de as van [naam zoon]. [gedaagde] heeft beslag laten leggen op de as, die momenteel bij de deurwaarder wordt bewaard. Eerder heeft de rechtbank in Breda bepaald dat [eiseres] de as mag hebben, maar [gedaagde] heeft hoger beroep ingesteld. Het hof heeft in zijn uitspraak bepaald dat [gedaagde] de as mag hebben, en deze beslissing is uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Dit betekent dat [gedaagde] de asbus op elk moment kan ophalen, zelfs als de beslissing nog niet definitief is. Om te voorkomen dat de as verloren gaat, heeft [eiseres] de voorzieningenrechter gevraagd om te bepalen dat de deurwaarder de asbus nog niet aan [gedaagde] mag geven totdat er definitief is beslist over de bestemming van de as. De voorzieningenrechter heeft de vordering van [eiseres] op 16 december 2025 behandeld, waarbij [eiseres] aanwezig was met haar advocaat, terwijl [gedaagde] niet op de zitting verscheen. De voorzieningenrechter heeft onmiddellijk na de zitting uitspraak gedaan in de vorm van een kop-staartvonnis, waarbij is bepaald dat de asbus voorlopig bij de deurwaarder moet blijven. De motivering van deze uitspraak zou uiterlijk op 30 december 2025 worden gegeven.