Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBLIM:2025:13024

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
16 december 2025
Publicatiedatum
30 december 2025
Zaaknummer
C/03/347847 / KG ZA 25-487
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige schorsing tenuitvoerlegging arrest over asbus na relatiebreuk en zelfdoding

In deze zaak gaat het om het geschil tussen de moeder van een overleden zoon en diens ex-partner over de asbus met de as van de zoon, die thuis bij zijn moeder is overleden aan zelfdoding na het verbreken van de relatie met de ex-partner. De moeder heeft de crematie geregeld en betaald en wenst de as te behouden, terwijl de ex-partner aanspraak maakt op de as. Eerder bepaalde de rechtbank dat de moeder de as mocht hebben, maar het hof gaf de as aan de ex-partner en verklaarde die beslissing uitvoerbaar bij voorraad.

De moeder vordert in kort geding de schorsing van de tenuitvoerlegging van het arrest van het hof, omdat zij vreest dat de as kan verdwijnen voordat het definitieve oordeel in de bodemprocedure is gegeven. De voorzieningenrechter behandelt de zaak op 16 december 2025, waarbij de moeder met haar advocaat aanwezig is en de ex-partner niet verschijnt, maar wel vertegenwoordigd wordt.

De voorzieningenrechter beslist dat de tenuitvoerlegging van het arrest wordt geschorst en verbiedt de ex-partner de asbus op te halen. De asbus blijft in bewaring bij de deurwaarder totdat onherroepelijk in de bodemzaak is beslist. Tevens wordt een dwangsom opgelegd voor het geval de ex-partner het vonnis overtreedt. De beslissing wordt direct in kop-staartvorm gegeven, met motivering uiterlijk op 30 december 2025.

Uitkomst: De tenuitvoerlegging van het arrest is geschorst en de asbus blijft voorlopig bij de deurwaarder totdat definitief is beslist.

Uitspraak

RECHTBANK Limburg

Civiel recht
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: C/03/347847 / KG ZA 25-487
Vonnis in kort geding van 16 december 2025
in de zaak van
[eiseres],
te [woonplaats 1] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiseres] ,
advocaat: mr. A. Smeekes,
tegen
[gedaagde],
(voorheen) te [woonplaats 2] , thans te [woonplaats 3] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
advocaat: mr. P.P.M. Kerckhoffs.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties
- de producties 20 en 21 van [eiseres]
- de mondelinge behandeling van 16 december 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt
- de pleitnota van [eiseres]
- de pleitnota van [gedaagde] .
1.2.
Onmiddellijk na sluiting van de mondelinge behandeling is aangezegd dat het vonnis op 16 december 2025 zal worden uitgesproken en aan partijen zal worden verstrekt in kop-staart vorm; de motivering zal uiterlijk op 30 december 2025 worden gegeven.

2.De feiten

2.1. (
volgt later)

3.Het geschil

3.1.
[eiseres] vordert -samengevat - schorsing van de tenuitvoerlegging van het arrest van 18 november 2025 van het Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch, voor zover [eiseres] daarin is veroordeeld het ertoe te leiden en te gedogen dat de asbus met as (inclusief bijbehorende documentatie) door de bewaarder wordt afgegeven aan [gedaagde] , althans een verbod om het arrest ten aanzien daarvan ten uitvoer te leggen, totdat in die zaak onherroepelijk in de bodemzaak zal zijn beslist, op verbeurte van een dwangsom.
3.2.
[gedaagde] voert verweer.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1. (
volgt later)

5.De beslissing

De voorzieningenrechter:
5.1.
schorst de tenuitvoerlegging van het vonnis van gerechtshof 's-Hertogenbosch van 18 november 2025 onder zaaknummer 200.341.164/01, voor zover [eiseres] daarin is veroordeeld het ertoe te leiden en te gedogen dat de asbus met as (inclusief bijbehorende documentatie) door de bewaarder wordt afgegeven aan [gedaagde] ,
5.2.
verbiedt [gedaagde] het arrest als bedoeld onder 5.1 van dit vonnis ten uitvoer te doen leggen waar het de verplichting inzake de asbus van [naam] betreft,
5.3.
bepaalt dat de asbus van [naam] in bewaring dient te blijven bij de huidige bewaarder totdat in de zaak onherroepelijk zal zijn beslist,
5.4.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] een dwangsom te betalen van € 50.000,00 ineens en aansluitend € 1.000,- per dag dat [gedaagde] in strijd met dit vonnis in kort geding handelt,
5.5.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.375,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.6.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.7.
wijst het meer of anders gevorderde af,
5.8.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Driever en in het openbaar uitgesproken op 16 december 2025.