ECLI:NL:RBLIM:2025:13042

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
31 december 2025
Publicatiedatum
2 januari 2026
Zaaknummer
11521399 \ CV EXPL 25-659
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vordering tot compensatie voor vertraging van vlucht CD924 door Corendon Dutch Airlines

In deze zaak hebben de passagiers, vertegenwoordigd door hun gemachtigde Yource B.V., Corendon Dutch Airlines B.V. aangeklaagd wegens een vertraging van 3,36 uur van vlucht CD924 van Heraklion naar Maastricht. De passagiers vorderen een schadevergoeding van € 4.186,85, gebaseerd op de Verordening (EG) nr. 261/2004, die compensatie regelt voor luchtreizigers bij vertragingen. Corendon heeft verweer gevoerd en stelt dat de vertraging het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk beslissingen van de luchtverkeersleiding. De kantonrechter heeft vastgesteld dat de passagiers recht hebben op compensatie, tenzij Corendon kan aantonen dat de vertraging het gevolg was van omstandigheden buiten hun invloed. De rechter heeft geoordeeld dat de vertraging inderdaad het gevolg was van beslissingen van de luchtverkeersleiding, wat als een buitengewone omstandigheid wordt beschouwd. Hierdoor hebben de passagiers geen recht op compensatie, en is hun vordering afgewezen. De passagiers zijn in het ongelijk gesteld en moeten de proceskosten van Corendon betalen, die zijn vastgesteld op € 677,00. Het vonnis is uitgesproken op 31 december 2025 door kantonrechter mr. A.H.M.J.F. Piëtte.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 11521399 \ CV EXPL 25-659
Vonnis van 31 december 2025
in de zaak van

1.[eiseres sub 1] ,

te [woonplaats 1] ,
2.
[eiseres sub 2],
te [woonplaats 2] ,
3.
[eiser sub 3] ,
te [woonplaats 3] ,
pro se en handelend als wettelijk vertegenwoordiger van
  • het minderjarige kind [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2008,
  • het minderjarige kind [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2007,
4.
[eiseres sub 4] ,
te [woonplaats 3] ,
pro se en handelend als wettelijk vertegenwoordiger van
  • het minderjarige kind [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2008,
  • het minderjarige kind [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2007,
5.
[eiser sub 5] ,
te [woonplaats 4] ,
pro se en handelend als wettelijk vertegenwoordiger van het minderjarige kind [minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 3] 20136.
[eiseres sub 6] ,
te [woonplaats 4] ,
pro se en handelend als wettelijk vertegenwoordiger van het minderjarige kind [minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2013eisende partijen,
hierna samen te noemen: de passagiers,
gemachtigde: Yource B.V.,
tegen
CORENDON DUTCH AIRLINES B.V.,
te Badhoevedorp,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Corendon,
gemachtigde: mr. M. Lustenhouwer.

1. De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de akte overlegging producties van de passagiers
- de conclusie van antwoord
- de conclusie van repliek
- de conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
De passagiers hebben met Corendon een vervoersovereenkomst gesloten. Zij zouden van Heraklion naar Maastricht worden vervoerd met vlucht CD924 (hierna: de vlucht).
2.2.
De vlucht was een onderdeel van de rotatievlucht Maastricht – Heraklion met vluchtnummers CD823/CD824.
2.3.
De vlucht heeft 3,36 uur vertraging opgelopen.
2.4.
De passagiers 3, 4, 5 en 6 zijn door de kantonrechter gemachtigd om deze procedure namens hun minderjarige kinderen te voeren.

3.Het geschil

3.1.
De passagiers vorderen - samengevat - veroordeling van Corendon tot betaling van € 4.186,85 (€ 3.600,00 aan hoofdsom en € 586,85 aan rente), vermeerderd met rente en kosten.
3.2.
De passagiers stellen dat hun vlucht vertraagd was zodat zij recht hebben op compensatie zoals bedoeld in de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten (hierna: de Verordening) en de daarop betrekking hebbende jurisprudentie. Er is geen sprake van bijzondere omstandigheden en mocht hier al wel sprake van zijn dan heeft Corendon onvoldoende maatregelen getroffen om de vertraging te voorkomen.
3.3.
Corendon voert verweer. In de kern komt dit verweer erop neer dat zij zich op buitengewone omstandigheden als bedoeld in artikel 5 lid 3 van de Verordening. Zij heeft er ook alles aan gedaan om de vertraging te voorkomen.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
De kantonrechter stelt in de eerste plaats ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
4.2.
Vast staat dat de vlucht met meer dan drie uur vertraging is uitgevoerd. In beginsel hebben de passagiers dan recht op compensatie. Dit is anders als Corendon kan aantonen dat de vertraging het gevolg is van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden.
4.3.
Niet alle buitengewone omstandigheden geven aanleiding tot vrijstelling van de compensatieverplichting. Het moet gaan om omstandigheden waarop de luchtvervoerder geen daadwerkelijke invloed kan uitoefenen. De luchtvervoerder moet stellen en aantonen dat deze omstandigheden hoe dan ook niet voorkomen hadden kunnen worden door het treffen van maatregelen.
4.4.
Volgens Corendon is de vertraging ontstaan door:
beslissingen van de luchtverkeersleiding (minimaal 54 minuten);
overig (maximaal 2 uur en 45 minuten aangezien die vertraging zonder beslissingen van de luchtverkeersleiding weer gedeeltelijk kon worden ingelopen).
4.5.
Corendon heeft alleen ten aanzien van het onder 1. vermelde een beroep gedaan op buitengewone omstandigheden. Volgens Corendon gaat het hierbij om omstandigheden die niet inherent zijn aan de normale uitoefening van de activiteiten van de betrokken luchtvaartmaatschappij en waarop zij geen daadwerkelijke invloed kan uitoefenen. Corendon stelt dat de vertraging (deels) het gevolg is van ingrijpen van de luchtverkeersleiding waardoor de geplande vertrektijd op het deel van de roulatievlucht vanuit Maastricht niet gehaald kon worden. De passagiers erkennen dat de luchtverkeersleiding een (herziene) CTOT heeft afgegeven. Corendon heeft zelf haar EOBT verlaat waardoor zij een CTOT kreeg om 12:27 uur. Als Corendon dit niet had gedaan dan had de vlucht met minimale vertraging uitgevoerd kunnen worden.
4.6.
Wat is er gebeurd? Voor het deel van de vlucht vanuit Maastricht, die om 08:40 uur zou vertrekken is door de luchtverkeersleiding een zogenoemde ATFM (een Air Traffic Flow Management) opgelegd met een latere CTOT (Calculated Take Off Time) van 09:47 uur. De reden hiervoor was een beperking van het luchtverkeer in verband met verwacht slecht weer. De CTOT is vervolgens herzien van 09:47 uur naar 09:25 uur. Nadat Corendon het vertrek heeft uitgesteld naar 12:00 uur is een nieuwe CTOT afgegeven voor 12:27 uur. De vlucht is ook toen vertrokken. Door de latere vlucht vanuit Maastricht is ook de roulatievlucht vanuit Heraklion vertraagd. De vlucht van Heraklion naar Maastricht zou oorspronkelijk om 13:00 uur vertrekken en is vervolgens verplaatst naar 16:15 uur. Door herziene CTOT’s is de vlucht uiteindelijk om 17:09 uur vertrokken en -zoals onbetwist gesteld- om 20:36 uur gearriveerd in Maastricht.
4.7.
De kantonrechter acht de vorderingen niet toewijsbaar. Daarbij overweegt de kantonrechter dat het opleggen van een (herzien) slot niet inherent is aan de normale bedrijfsuitoefening en buiten de macht van een luchtvaartmaatschappij ligt. Dit kwalificeert als een buitengewone omstandigheid. De passagiers hebben dit ook niet betwist. Deze beslissingen van de luchtverkeersleiding hebben volgens Corendon een vertraging opgeleverd van 54 minuten (waarbij Corendon het verschil tussen 16:15 uur en 17:09 uur als uitgangspunt neemt). Volgens de uitspraak van het HvJ Eu (Peskova arrest) kan deze vertraging worden afgetrokken van de totale vertragingstijd. Die totale vertragingstijd is het verschil tussen de geboekte landingstijd in Maastricht en de daadwerkelijke landing in Maastricht. De geboekte landingstijd in Maastricht was 17:00 uur terwijl feitelijk geland is om 20:36 uur. Indien op deze totale vertragingstijd de vertraging die aan de buitengewone omstandigheid kan worden toegerekend buiten beschouwing wordt gelaten blijft in deze zaak een vertraging over van minder dan drie uur. De passagiers hebben daarmee geen recht op compensatie, zodat hun vordering wordt afgewezen. Dit geldt ook voor de nevenvorderingen tot betaling van de wettelijke rente en de incassokosten.
4.8.
De passagiers zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Corendon worden begroot op:
- salaris gemachtigde
542,00
(2 punten × € 271,00)
- nakosten
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
677,00

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
wijst de vorderingen van de passagiers af,
5.2.
veroordeelt de passagiers in de proceskosten van € 677,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als passagiers niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M.J.F. Piëtte en in het openbaar uitgesproken op 31 december 2025.
plg