ECLI:NL:RBLIM:2025:13180
Rechtbank Limburg
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Wraking toegewezen wegens schending van het fundamentele beginsel van hoor en wederhoor
Verzoekers dienden een wrakingsverzoek in tegen mr. C.S. van den Pauwert, rechter in de rechtbank Limburg, wegens vermeende partijdigheid tijdens een voorlopig getuigenverhoor. Zij stelden dat de rechter [verzoeker] en [verzoekster 1] ongelijk behandelde ten opzichte van [B.V.] en [verzoekster 2], onder meer door het niet delen van een vragenlijst en het niet informeren over ex-parte communicatie.
De rechter had zonder voorafgaand overleg met de gerekwestreerden een oordeel gevormd over het verschoningsrecht, wat volgens verzoekers een schending van artikel 19 Rv Pro inhoudt. De wrakingskamer onderzocht de gang van zaken en concludeerde dat de advocaat van verzoekers pas laat op de hoogte werd gesteld van de vragenlijst die door de advocaten van [B.V.] was toegezonden.
Hoewel geen sprake was van verdere ex-parte communicatie of beoordeling van de vragenlijst zonder gerekwestreerden, was het nalaten van tijdige informatievoorziening een schending van het fundamentele beginsel van hoor en wederhoor. Hierdoor was de vrees voor partijdigheid objectief gerechtvaardigd en werd het wrakingsverzoek toegewezen.
De wrakingskamer achtte verdere bespreking van andere gronden overbodig en wees het verzoek toe. De beslissing werd op 19 december 2025 in het openbaar uitgesproken door mr. I.R.A. Timmermans-Vermeer, mr. H.M.J. Quaedvlieg en mr. Y.J.C.A. Roeffen.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt toegewezen wegens schending van het fundamentele beginsel van hoor en wederhoor door de rechter.