Uitspraak
RECHTBANK Limburg
1.[eiser] ,
2.
[eiseres],
1.[gedaagde 1] ,2. [gedaagde 2] ,
1.De procedure
- de conclusie van antwoord, met producties 1 tot en met 7
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald
24 september 2024 heeft [naam] , net als [bedrijfsnaam 1] , geconstateerd dat de ruimte boven het regelwerk van het platfond op zolder gevuld is met bouwafval. Daarnaast concludeert [naam] dat het zolderplafond bestaat uit gipsplaten met en zonder isolatiemateriaal, dat een dampdichte laag boven het plafond ontbreekt en dat boven het regelwerk van het plafond weliswaar een minerale woldeken van 80 mm aanwezig is, maar slechts op enkele plekken onder de nok. Voorts staat – voor zover relevant – in het onderzoeksrapport:
3.Het geschil
4.De beoordeling
(na-)isolatie van het dak bouwpuin zou zijn gebruikt, wordt bovendien betwist. Nu niet in geschil is dat het dak deels is geïsoleerd, menen [gedaagden] dat zij niet zijn tekortgeschoten ten aanzien van hetgeen zij hebben verklaard in de vragenlijst. Dat [eisers] naar aanleiding van de vragenlijst zelf geen nader onderzoek hebben verricht naar de isolatie van het dak, komt voor hun rekening. Ook ten aanzien van artikel 6.3 van de koopovereenkomst stellen [gedaagden] zich op het standpunt dat [eisers] niet aan hun onderzoekplicht hebben voldaan. Daarnaast voeren [gedaagden] aan dat geen sprake is van een gebrek, laat staan een gebrek in de zin van artikel 6.3 van de koopovereenkomst. [gedaagden] verwijzen daartoe naar het rapport van [naam] , waarin is opgenomen dat het houtwerk op zolder ten tijde van de inspectie als ‘droog’ kan worden gekwalificeerd.
5.De beslissing
woensdag 7 januari 2026voor het nemen van een akte door beide partijen conform rov. 4.23 en 4.24,