ECLI:NL:RBLIM:2025:13193

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
3 december 2025
Publicatiedatum
12 februari 2026
Zaaknummer
C/03/338442 / HA ZA 25-51
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering betaling facturen reparatie haspel wegens onvoldoende onderbouwing

Eiseres, een staalbouw- en constructiebedrijf, vordert betaling van twee facturen aan HRP, een onderneming die haspels ontwerpt en assembleert, voor uitgevoerde reparatiewerkzaamheden aan een haspel. Partijen hadden een overeenkomst gesloten waarbij HRP de opdracht gaf voor PMI-metingen, sterkteberekeningen en reparaties op regiebasis.

HRP betaalde slechts een deel van het factuurbedrag en betwist de rest, stellende dat eiseres onvoldoende inzicht en controleerbaarheid heeft gegeven over de uitgevoerde werkzaamheden, urenstaten en tarieven. Tevens betwist HRP een verrekeningsafspraak over een eerder verleende korting.

De rechtbank oordeelt dat eiseres onvoldoende concreet heeft onderbouwd dat de gevorderde bedragen verschuldigd zijn. De interne e-mail ter onderbouwing van de verrekeningsafspraak is niet aan HRP gericht en HRP heeft gemotiveerd betwist dat een dergelijke afspraak is gemaakt. Daarnaast heeft eiseres nagelaten de noodzakelijkheid van de werkzaamheden en de resultaten van de metingen voldoende inzichtelijk te maken, waardoor HRP de factuur niet kan controleren.

Daarom wijst de rechtbank de vorderingen af, veroordeelt eiseres in de proceskosten en wijst de gevorderde wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten af.

Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van eiseres af wegens onvoldoende concrete onderbouwing van de verschuldigdheid van de facturen.

Uitspraak

RECHTBANK Limburg

Civiel recht
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: C/03/338442 / HA ZA 25-51
Vonnis van 3 december 2025
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[eiseres],
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
eiseres,
advocaat: mr. H.F.A. Bronneberg,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
HOSE & REEL PRODUCTS B.V.,
gevestigd te Schinnen, gemeente Beekdaelen,
gedaagde,
advocaat: mr. C.P.B. Kroep.
Partijen zullen hierna [eiseres] en HRP genoemd worden.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding, met producties 1 tot en met 23,
- de conclusie van antwoord, met producties 1 tot en met 20,
- de brief waarin de mondelinge behandeling is bepaald,
- de producties 24 en 25 van [eiseres] ,
- de mondelinge behandeling van 25 september 2025,
- de spreekaantekeningen van mr. Bronneberg,
- de spreekaantekeningen van mr. Kroep,
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 25 september 2025.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
[eiseres] exploiteert een staalbouw- en constructiebedrijf.
2.2.
HRP exploiteert een onderneming die zich richt op het ontwerpen, importeren, samenstellen en exporteren van verschillende soorten haspels.
2.3.
Partijen hebben vaker met elkaar zaken gedaan. Een haspel van het type HRP 1483 (hierna: de haspel) van HRP bevond zich in de werkplaats van [eiseres] .
2.4.
[eiseres] heeft bij e-mail van 27 maart 2024 (onder meer) het volgende aan HRP verzocht:
“(…) Kunt u naar aanleiding van ons gesprek van gistermiddag de opdracht verstrekken voor het laten uitvoeren van PMI-metingen aan de onderdelen van de as & swiffle van de 1483 haspel, die bij ons aanwezig is, en het laten uitvoeren van een nieuwe sterkteberekening met een ontwerpdruk van 33,5 Bar?
Als de materiaalsoort bepaald is van alle onderdelen en de nieuwe sterkteberekening is uitgevoerd kunnen wij bepalen welke aanpassingen aan de haspel noodzakelijk zijn om deze te laten voldoen aan de PED.
Zoals afgesproken kunnen wij wel al starten met het maken van een begroting voor de noodzakelijke aanpassingen zoals bekeken en besproken. (…)” [1]
2.5.
HRP heeft bij e-mail van 28 maart 2024 gereageerd dat zij akkoord gaat met
het uitvoeren van de PMI-metingen en sterkteberekeningen door [eiseres] .
2.6.
Op 20 juni 2024 heeft er tussen partijen een bespreking plaatsgevonden. Uit het gespreksverslag van [eiseres] blijkt (onder meer) het volgende:
“(…) [naam 1] geeft aan voor de klant AdNoc mogelijk meerdere standaard Haspels te kunnen gaan leveren. De huidige Haspel die nu in werkplaats Kivit staat, zal hiervoor als demo-model worden aangepast, deze zal als visitekaartje dienen voor de toekomstige mogelijke orders van dit type haspel. LEVERDATUM: 16-9-2024 Deze is ‘fix’. Echter door onderstaande nog aan te leveren informatie zal dit een uitdaging zijn, de leverdatum begint voor deze delen dan ook te lopen na ontvangst van vrijgegeven betekeningen. In de tussentijd wordt gekeken welke werkzaamheden al aangezet kunnen worden.
(…)
Een kosten inschatting volgt hiervan vanuit calculatie. (goedkoopste optie onderzoeken) (…)” [2]
2.7.
Bij e-mail van 28 juni 2024 heeft HRP aan [eiseres] het volgende kenbaar gemaakt:
“(…) Heren
Zoals ik hedenochtend besproken heb met [naam 4] wordt deze haspel als reparatie gezien niet als Demo of Show model. Als er onduidelijkheden zijn dan even overleggen met [naam 6] aangezien ik tot 4 juli zakelijk weg ben (…)” [3]
2.8.
Op 9 augustus 2024 ontvangt HRP een e-mail waarin het volgende staat vermeld:
“(…) Hierbij de uren verantwoording t.b.v. bovenstaand project. Graag deze controleren en getekend retourneren aan mij en [naam 2] .
Excuus dat er nu 4 in een keer gemaild worden. Door vakantie van [naam 3] is dit vergeten op te pakken.
Ik zie de afgetekende weekstaten graag z.s.m. terug. (…)” [4]
2.9.
HRP heeft bij e-mail van 14 augustus 2024 als volgt gereageerd:
“(…) Zoals besproken ga ik dit eerst met [naam 4] bespreken aangezien deze uren registratie mij niks zegt los van het feit dat we verbaasd zijn over de hoeveel uren die op dit moment besteed zijn aan de reparatie van deze bestaande haspel.
Volgende elementen ontbreken:
1. Op dit moment zijn meer dan 547 uren besteed (Zie bijgevoegde opsomming van de uren per persoon)
2. We zien allemaal namen die ons niks zeggen we willen graag weten de functie van de personen die op de urenstaten staan vermeld (bankwerker, monteur, lasser, enz.)
3. Wat is er gedaan door de betreffende personen
4. Wie nu eigenlijk verantwoordelijk voor de aansturing van de werkzaamheden is geweest en waarom is er geen overleg met HRP gepleegd
5. Wat zijn de uurtarieven per persoon en per functie
6. Zijn de uren wel bij het juiste project geboekt
7. We zien hoofdzakelijk hele uren die geboekt zijn.
8. Hoeveel uren moeten er nog gespendeerd worden?
We dienen grip te krijgen op onze projecten zonder dat we achteraf verrast worden door kosten die niet gecalculeerd zijn en die behoorlijk afwijken van de begroting week status worden pas na 4 weken aangeleverd. We zullen onze bezorgdheid met [naam 4] & [naam 5] bespreken aangezien dit geen basis kan zijn voor andere projecten. (…)” [5]
2.10.
HRP heeft bij e-mail van 27 augustus 2024 een lijst van de door [eiseres] gehanteerde tarieven ontvangen.
2.11.
HRP heeft bij brief van 18 oktober 2024 uitgebreid toegelicht dat zij ontevreden is over de gang van zaken bij dit project. HRP heeft kenbaar gemaakt dat zij een bedrag van
€ 50.000,00 aan [eiseres] zal betalen voor het uitgevoerde project en het project daarna wordt beschouwd als afgehandeld.
2.12.
[eiseres] heeft bij e-mail van 23 oktober 2024 gereageerd dat zij zich niet kan vinden in de stellingen van HRP en dat zij aan het begin van het project heeft aangegeven dat een reparatie te allen tijde vele malen duurder is dan nieuwbouw.
2.13.
Op 1 november 2024 heeft [eiseres] een factuur (met factuurnummer 24020769) voor bedrag van € 114.259,47 (inclusief btw) aan HRP gestuurd met de toelichting: “
Uitgevoerde werkzaamheden t.b.v. upgrade 1483 haspel. E.e.a. volgens bijgaande kostenopstelling”.
2.14.
Op 1 november 2024 heeft [eiseres] een factuur (met factuurnummer 24020770) voor een bedrag van € 19.965,00 (inclusief btw) aan HRP gestuurd met de toelichting: “
Conform afspraak met uw heer [naam 1] en onze heer [naam 7] en [naam 8] is bij de afrekening van de meerwerken van 2 types HRP1483-DN200-L50 een korting verleend ad
€ 16.500,00. Deze korting zou in een volgende opdracht verrekend worden”.
2.15.
HRP heeft op 19 november 2024 een bedrag van € 50.000,00 aan [eiseres] overgemaakt met daarin de omschrijving: “24020769 afgehandeld”.
2.16.
[eiseres] heeft bij e-mail van 27 november 2024 kenbaar gemaakt de betaling van € 50.000,00 te hebben ontvangen en nog aanspraak te maken op het resterende bedrag van beide facturen van in totaal € 84.224,47 (inclusief btw).

3.Het geschil

3.1.
[eiseres] vordert dat de rechtbank bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
I. HRP op grond van voornoemde gronden veroordeelt om aan [eiseres] te betalen, zulks tegen behoorlijk bewijs van kwijting, een bedrag van
€ 84.224,47,
II. Het onder I genoemde bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW Pro, zulks vanaf de dag van verzuim tot de dag der algehele voldoening,
III. HRP veroordeelt in de buitengerechtelijke kosten van € 1.617,24 (staffel buitengerechtelijke incassokosten), althans een door de rechtbank in goede justitie vast te stellen bedrag,
IV. HRP veroordeelt in de kosten van deze procedure, waaronder het salaris van de advocaat, alsmede de noodzakelijke verschotten.
3.2.
HRP voert verweer.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
Factuur 24020770
4.1.1.
[eiseres] stelt dat zij aanspraak kan maken op betaling van de door haar aan HRP gestuurde factuur ten bedrage van € 19.965,00 (inclusief btw). [eiseres] betoogt dat tussen partijen is overeengekomen dat de door haar in een eerder project aan HRP verleende korting van € 16.500,00 (exclusief btw) zou worden verrekend bij de eerstvolgende opdracht. [eiseres] verwijst ter onderbouwing van haar stelling naar de e-mail van 11 maart 2024 waarin deze afspraak is bevestigd. HRP betwist dat deze afspraak tussen partijen is gemaakt.
4.1.2.
De rechtbank stelt voorop dat het op de weg van [eiseres] ligt om te stellen en indien nodig te bewijzen dat tussen partijen daadwerkelijk een dergelijke afspraak tot verrekening is gemaakt. De rechtbank is van oordeel dat [eiseres] dit, gelet op de gemotiveerde betwisting van HRP, onvoldoende heeft gedaan. [eiseres] heeft immers geen stukken overgelegd waaruit blijkt dat HRP met deze afspraak heeft ingestemd, noch is anderszins in voldoende mate concreet onderbouwd dat partijen een dergelijke afspraak hebben gemaakt. [eiseres] overlegt weliswaar als productie 24 een e-mail van 11 maart 2024 waarin deze afspraak wordt vermeld, maar daaruit blijkt niet dat HRP met die afspraak heeft ingestemd. Het betreft namelijk een interne e-mail tussen medewerkers van [eiseres] die niet aan HRP is toegezonden. [eiseres] heeft tijdens de mondelinge behandeling ook bevestigd dat het inderdaad om een interne e-mail gaat. HRP heeft bovendien gemotiveerd betwist dat tussen partijen een afspraak zou zijn gemaakt om de eerder door [eiseres] verleende korting te mogen verrekenen bij een nieuwe opdracht. HRP heeft toegelicht dat zij voor het project Jan de Nul - Voltaire in 2023 een bedrag van € 33.000,00 aan [eiseres] heeft betaald voor werktekeningen die veel gebreken kenden. Partijen zijn, volgens HRP, toen overeengekomen dat HRP de helft van dit bedrag als compensatie in mindering mocht brengen op het bedrag dat zij aan [eiseres] moest betalen. HRP verwijst ter onderbouwing naar het als productie 10 bij conclusie van antwoord overgelegde document, waaruit blijkt dat de door HRP gestelde afspraak door [eiseres] voor akkoord is ondertekend.
4.1.3.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat [eiseres] onvoldoende concreet het bestaan van de door haar gestelde afspraak heeft onderbouwd, zodat zij niet tot nadere bewijslevering zal worden toegelaten. De rechtbank zal vordering I voor zover deze vordering ziet op het bedrag van € 19.965,00 afwijzen.
4.2.
Factuur 24020769
4.2.1.
Niet in geschil is dat HRP op 28 maart 2024 aan [eiseres] de opdracht heeft gegeven om PMI-metingen en sterkteberekeningen aan de haspel uit te voeren om te bepalen welke reparaties aan die haspel noodzakelijk zijn. Verder staat tussen partijen ook niet ter discussie dat HRP op 28 juni 2024 de opdracht voor de reparatie van de haspel heeft verstrekt en dat partijen zijn overeengekomen dat HRP de werkzaamheden op regiebasis zou uitvoeren. De rechtbank kwalificeert de reparatiewerkzaamheden aan de haspel als een overeenkomst van aanneming van werk, nu HRP zich verbonden heeft om buiten dienstbetrekking een werk van stoffelijke aard tot stand te brengen en op te leveren.
4.2.2.
[eiseres] stelt dat zij werkzaamheden aan de haspel heeft uitgevoerd en om die reden recht heeft op betaling van het restant van de door haar aan HRP gezonden factuur ter hoogte van € 114.259,47 (inclusief btw). Volgens [eiseres] heeft HRP ten onrechte slechts een bedrag van € 50.000,00 betaald en daarmee een deel van de factuur onbetaald gelaten. [eiseres] betoogt dat zij voldoende inzicht heeft gegeven in de administratie op basis waarvan zij de factuur heeft opgesteld en dat zij duidelijk is geweest over de door haar gehanteerde tarieven, aldus [eiseres] .
4.2.3.
HRP betwist dat zij het openstaande bedrag van de factuur (het meerdere boven
een bedrag van € 50.000,00) verschuldigd is. HRP betwist dat [eiseres] heeft voldaan aan haar verplichting om de factuur voldoende inzichtelijk en controleerbaar te maken, waardoor zij niet de juistheid van de door [eiseres] in rekening gebrachte werkzaamheden kan controleren. Volgens HRP zijn partijen overeengekomen dat [eiseres] alleen noodzakelijke reparaties aan de haspel zou uitvoeren. Nu [eiseres] geen inzicht heeft gegeven in de resultaten van de PMI-metingen en sterkteberekeningen, kan door HRP niet worden gecontroleerd of de uitgevoerde reparaties daadwerkelijk noodzakelijk waren, aldus HRP. Bovendiopen betwist HRP dat partijen het door [eiseres] gehanteerde tarief zijn overeengekomen. HRP is om die reden uitgegaan van een redelijke prijs voor de door [eiseres] uitgevoerde werkzaamheden en die prijs heeft zij bepaald op een totaalbedrag van € 50.000,00, aldus HRP.
4.2.4.
De rechtbank oordeelt als volgt. Bij overeenkomsten van aanneming van werk op basis van regie is uitgangspunt dat de prijs bestaat uit een vergoeding voor de werkelijke uitvoeringskosten van het werk (zoals de kosten van materiaal en arbeid), verhoogd met een opslag voor algemene kosten en voor winst. De andere zijde van diezelfde medaille is dat van de aannemer in een dergelijk geval verwacht mag worden dat hij in voldoende mate verantwoording kan afleggen over hoe die prijs tot stand gekomen is bijvoorbeeld ten aanzien van ingekochte materialen en gewerkte uren. Dat betekent dat [eiseres] moet stellen en, indien nodig, moet bewijzen waarom welke werkzaamheden zijn uitgevoerd, door wie zij zijn uitgevoerd en tegen welk tarief die werkzaamheden zijn uitgevoerd. HRP heeft [eiseres] bij e-mail van 14 augustus 2024 (en later bij brief van 18 oktober 2024) verzocht om de urenstaten inzichtelijk te maken en om de door haar gestelde vragen te beantwoorden. [eiseres] heeft weliswaar tijdens de mondelinge behandeling toegelicht wat de functie van de op de urenstaten genoemde personen is en de uitgevoerde werkzaamheden in grote lijnen toegelicht, maar heeft daarbij nagelaten concreet te onderbouwen dat en waarom die werkzaamheden noodzakelijk waren. [eiseres] heeft HRP ook niet in de gelegenheid gesteld om dit aan de hand van de resultaten van de uitgevoerde PMI-metingen en sterkteberekeningen zelf te controleren. Dat [eiseres] zich op het standpunt stelt dat de metingen zijn uitgevoerd en de resultaten mondeling aan HRP zouden zijn medegedeeld, is gelet op de gemotiveerde betwisting van HRP, onvoldoende onderbouwd. De rechtbank neemt hierbij voorts in overweging dat [eiseres] tijdens de mondelinge behandeling heeft erkend dat in de urenstaten van de weken 30 en 31 – juist die weken waarin de meeste manuren zijn besteed – geen enkele omschrijving van de uitgevoerde werkzaamheden is opgenomen, terwijl dit wel van haar als aannemer verwacht had mogen worden en die werkzaamheden ook niet tijdens de mondelinge behandeling nader heeft kunnen toelichten. Dat geldt te meer nu [eiseres] bij e-mail van 27 maart 2024 aan HRP op voorhand al HRP had toegezegd een kostenbegroting voor de noodzakelijke reparaties aan de haspel te zullen vertrekken en zij zulks heeft nagelaten.
4.2.5.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat [eiseres] de verschuldigdheid van de factuur voor zover die ziet op het meerdere boven een bedrag van
€ 50.000,00 door HRP onvoldoende concreet heeft onderbouwd. Nu [eiseres] niet voldoet aan haar stelplicht, ziet de rechtbank geen reden om haar toe te laten tot bewijslevering. De slotsom is dat vordering I in het geheel moet worden afgewezen.
4.3.
Wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten
4.3.1.
Nu de vorderingen van [eiseres] worden afgewezen, wijst de rechtbank ook de gevorderde wettelijke rente onder vordering II en de buitengerechtelijke incassokosten onder vordering III af.
4.4.
Proceskosten
4.4.1.
[eiseres] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van HRP worden begroot op:
- griffierecht
2.995,00
- salaris advocaat
2.428,00
(2 punten × € 1.214,00)
- nakosten
178,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
5.601,00
4.4.2.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5.De beslissing

De rechtbank
5.1.
wijst de vorderingen van [eiseres] af,
5.2.
veroordeelt [eiseres] in de proceskosten van € 5.601,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als [eiseres] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
veroordeelt [eiseres] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.4.
verklaart dit vonnis voor wat betreft de veroordeling onder 5.2. en 5.3. uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. V.E.J. Noelmans, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 3 december 2025.
type: FL

Voetnoten

1.Productie 3 bij conclusie van antwoord.
2.Productie 2 bij dagvaarding.
3.Productie 3 bij dagvaarding.
4.Productie 6 bij conclusie van antwoord.
5.Productie 8 bij conclusie van antwoord.