Uitspraak
RECHTBANK Limburg
1.De procedure
- de conclusie van antwoord met producties 1 tot en met 21
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald
- de spreekaantekeningen van mr. Saes
2.De feiten
- tot schorsing of verlenging van schorsing van een bestuurder of van een lid van de raad van toezicht;
- tot ontslag van een bestuurder of van een lid van de raad van toezicht;
- inhoudende constatering dat een bestuurder niet meer voldoet aan de eisen vermeld in artikel 3 lid Pro 4;
16 januari 2023 benoemd tot statutair bestuurder van Zio. Per die datum is [eiseres] ook bij Zio in dienst getreden op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd met een looptijd van vier jaar. [2]
6 november 2023 heeft ziekgemeld.
De Bestuurder momenteel arbeidsongeschikt is en heeft aangegeven dat zij in het kader van de re-integratie voornemens is haar werkzaamheden (gedeeltelijk) te hervatten;
De Raad van Toezicht de Bestuurder heeft gevraagd de aanvang van de werkzaamheden in het kader van de re-integratie tot nader order uit te stellen, in ieder geval tot de Raad van Toezicht een of meerdere gesprekken met de Bestuurder heeft kunnen voeren over de ontstane bestuurlijke situatie, maar de Bestuurder kenbaar heeft gemaakt dat zij deze werkzaamheden wel zal aanvangen en dat zij bovendien op dit moment niet bereid is het gesprek te voeren met de Raad van Toezicht; (…)
De Raad van Toezicht het in het belang van de organisatie en haar medewerkers hoogst onwenselijk vindt dat bestuurder onder de huidige omstandigheden wordt toegelaten tot haar werkzaamheden, mede gelet op de verstoorde verhoudingen en de grote onrust die door hervatting van de werkzaamheden van de Bestuurder zou ontstaan;
De Raad van Toezicht op grond van de statuten bevoegd is de Bestuurder te schorsen;
De Raad van Toezicht op grond van de statuten overleg pleegt met de directie over een voorgenomen besluit tot schorsing en dit overleg ten aanzien van de Bestuurder heeft plaatsgevonden door de Bestuurder in kennis te stellen van het voornemen tot schorsing en haar in de gelegenheid te stellen haar zienswijze op dit voorgenomen besluit te geven, maar de Bestuurder niet tijdig van die gelegenheid gebruik heeft gemaakt; (…)
De Bestuurder wordt met ingang van 1 maart 2024 geschorst als bestuurder van de Stichting.
In lijn met artikel 3 lid 8 van Pro de statuten van de Stichting duurt deze schorsing ten hoogste 4 weken, waarna verlenging van de schorsing mogelijk is. (…)”
e-mail met het (voornemen tot het) schorsingsbesluit niet heeft ontvangen van [naam 2] en dat zij het schorsingsbesluit op 5 maart 2024 heeft ontvangen. [13]
3.Het geschil
- voor recht verklaart dat het ontslagbesluit van 12 april 2024 van [eiseres] als bestuurder van Zio vernietigbaar is;
- Zio veroordeelt om [eiseres] toe te laten tot het verrichten van haar werkzaamheden in de functie van bestuurder, voor zover dit past binnen haar reintegratie-werkzaamheden, en haar in dat kader de toegang te verlenen tot alle terreinen en de digitale werkomgeving van Zio, haar toe te staan haar taken als bestuurder en haar vertegenwoordigingsbevoegdheid uit te oefenen, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom;
- Zio veroordeelt in de proceskosten en de nakosten, vermeerderd met de wettelijke rente.
4.De beoordeling
2 november 2023. Zij citeert in haar zienswijze uit die brief van RHZ en reageert erop. Ook is zij in haar zienswijze ingegaan op haar verhouding tot de OR. In de aankondiging van het ontslag [23] is een uitgebreid relaas gegeven wat de redenen van het voorgenomen ontslag zijn. De ontslaggronden in het ontslagbesluit [24] zijn gelijk aan de gronden in het voorgenomen ontslag. [25] Aan het beginsel van wederhoor is naar het oordeel van de rechtbank dan ook voldaan.
2:15 lid 1 aanhef en onder a BW.
2:15 lid 1 aanhef en onder b BW.