Uitspraak
RECHTBANK Limburg
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 30 januari 2025.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Limburg
De man en vrouw zijn gescheiden en huurden gezamenlijk een woning. In de echtscheidingsbeschikking is bepaald dat de man huurder wordt van de woning vanaf het moment van inschrijving van de echtscheiding in de registers. De vrouw bleef echter in de woning wonen ondanks herhaalde verzoeken van de man om te vertrekken.
De man vorderde in kort geding dat de vrouw de woning ontruimt en de sleutels aan hem overhandigt, met een dwangsom bij niet-naleving. Daarnaast vroeg hij een verklaring voor recht dat hij huurder is. De vrouw verscheen in persoon en vroeg om een termijn voor ontruiming, voerde geen verweer tegen de ontruimingsvordering.
De voorzieningenrechter oordeelde dat een verklaring voor recht niet kan worden gegeven in kort geding, zodat dit deel van de vordering werd afgewezen. De ontruimingsvordering werd toegewezen op grond van artikel 7:266 lid 5 BW Pro, omdat de vrouw per inschrijving echtscheiding geen huurder meer is. De vrouw krijgt een termijn van één maand om de woning te verlaten. De dwangsom wordt toegewezen maar gematigd tot maximaal €5.000 met een dagbedrag van €100.
De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De vrouw wordt veroordeeld tot ontruiming van de woning binnen één maand met dwangsom bij niet-naleving.