Uitspraak
1.De procedure
- de akte van Humankind.
Rechtbank Limburg
In deze civiele procedure tussen Stichting Humankind en de gedaagde heeft de kantonrechter een tussenvonnis gevolgd waarin werd overwogen dat 75% van het totaal aan factuurbedragen toewijsbaar is. De gedaagde erkende de vordering deels, waardoor een bedrag van € 458,68 aan hoofdsom werd toegewezen. Het beding inzake buitengerechtelijke incassokosten in de algemene voorwaarden werd als oneerlijk beoordeeld en vernietigd, omdat het incassokostenbeding niet uitsloot dat kosten al verschuldigd zijn bij verzuim, wat afwijkt van artikel 6:96 BW Pro.
De kantonrechter oordeelde dat de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten niet toewijsbaar zijn, ondanks dat de aanmaning aan de wettelijke eisen voldeed. Het contractuele rentebeding werd wel als redelijk beoordeeld en rente werd toegewezen vanaf de vervaldatums van de facturen, met een correctie van 25% vermindering van de factuurbedragen. De door Humankind berekende rente werd afgewezen wegens onjuistheid.
De gedaagde werd veroordeeld tot betaling van de hoofdsom van € 458,68, vermeerderd met wettelijke rente, en tot betaling van proceskosten van € 667,89, vermeerderd met kosten van betekening bij niet-tijdige betaling. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde werd afgewezen.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van € 458,68 plus wettelijke rente en proceskosten, incassokostenbeding wordt vernietigd.