Uitspraak
[handelsnaam],
Rechtbank Limburg
De eiser vordert betaling van €6.350,00 vermeerderd met wettelijke rente vanaf 1 september 2024, €837,93 aan buitengerechtelijke incassokosten met rente vanaf dag van dagvaarding, en proceskosten. De vordering is gebaseerd op een vaststellingsovereenkomst waarin de gedaagde zich verplichtte uiterlijk 31 augustus 2024 te betalen.
De gedaagde heeft na twee keer uitstel geen betaling verricht en de hoofdsom niet betwist. De kantonrechter stelt vast dat de wettelijke rente en incassokosten toewijsbaar zijn en veroordeelt de gedaagde tot betaling van de gevorderde bedragen.
Daarnaast worden de proceskosten begroot op €862,83 en worden wettelijke rente en kosten van betekening bij niet-tijdige betaling opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en is op 12 februari 2025 uitgesproken door de kantonrechter.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €6.350,00 met rente, incassokosten en proceskosten.