Partijen, voormalige partners, handelen beiden in Disney-artikelen die zij via internet verkopen. Na hun relatiebreuk ontstond een geschil over de eigendom van bepaalde artikelen die door gedaagde werden verkocht. Eiser stelde dat deze artikelen zijn eigendom zijn en vorderde een verbod op verkoop.
Eiser had conservatoir beslag laten leggen op 44 Disney-artikelen, welke in gerechtelijke bewaring zijn gegeven. De voorzieningenrechter overwoog dat het verbod niet kan zien op de beslagen artikelen, omdat deze niet door gedaagde kunnen worden verkocht. Het verbod zou alleen betrekking kunnen hebben op niet-beslagen artikelen die zich nog in het bezit van gedaagde bevinden.
Eiser slaagde er echter niet in aannemelijk te maken dat deze niet-beslagen artikelen zijn eigendom zijn. Gezien de massaproductie van de artikelen en het ontbreken van bewijs dat nummers op de artikelen corresponderen met aankoopbewijzen, geldt het eigendomsvermoeden ten gunste van gedaagde. Daarom werd de vordering afgewezen en werd eiser veroordeeld in de proceskosten.