Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.[eiser sub 1] ,
[eiseres sub 2],
1.De procedure
- de conclusie van antwoord met producties
- de conclusie van repliek
- de conclusie van dupliek met twee producties
Rechtbank Limburg
De zaak betreft een huurgeschil tussen eiseressen en gedaagde over een bedrijfsruimte die door de burgemeester op grond van de Opiumwet voor zes maanden is gesloten vanwege vondst van softdrugs. Gedaagde had de huur opgezegd per 1 november 2023, maar bleef betalingsverplichtingen houden.
Eisers vorderen betaling van een restant hoofdsom van €900 en incassokosten. Gedaagde voert verweer, onder meer dat hij rauwelijks is gedagvaard en onder druk de overeenkomst zou zijn aangegaan. De kantonrechter oordeelt dat rauwelijks dagvaarden is komen vast te staan vanwege het ontbreken van bewijs van ontvangst van aanmaningen, waardoor incassokosten worden afgewezen.
De rechter stelt vast dat de overeenkomst rechtsgeldig is en dat gedaagde aansprakelijk is voor de gevolgen van de sluiting van het pand. Betalingen van in totaal €125 zijn erkend, waardoor een restant van €775 toewijsbaar is. De wettelijke rente wordt toegewezen vanaf vervaldata. Proceskosten worden gecompenseerd, ieder draagt eigen kosten.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €775 en wettelijke rente, incassokosten worden afgewezen en proceskosten gecompenseerd.