Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord
- de conclusie van repliek
- [gedaagde] heeft geen conclusie van dupliek genomen
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
- rente tot dagvaarding
€
36,76
Rechtbank Limburg
CZ Zorgverzekeringen heeft een vordering ingesteld tegen verzekerde wegens niet-betaling van zorgpremie, eigen risico en eigen bijdrage over diverse maanden in 2023 en 2024. Verzekerde betwist de vordering deels en stelt dat betalingen voor mei en juni 2023 zijn voldaan, onderbouwd met bankafschriften en transactiedetails. CZ weerlegt dit door aan te tonen dat deze betalingen op oudere openstaande posten zijn afgeboekt, conform wettelijke regels omtrent betalingsafboeking.
De rechtbank beoordeelt dat verzekerde onvoldoende heeft onderbouwd dat de betalingen betrekking hadden op de vorderingen in deze procedure. CZ heeft haar vordering gespecificeerd en toegelicht, en de door verzekerde overgelegde bewijsstukken zijn door CZ adequaat verwerkt. Hierdoor wordt de hoofdsom van €534,66 toegewezen, verminderd met reeds betaalde bedragen.
Daarnaast wordt de wettelijke rente over het toegewezen bedrag toegekend, evenals een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van €60,87. Verzekerde wordt veroordeeld tot betaling van het totaalbedrag van €403,40, vermeerderd met rente vanaf 9 augustus 2024, en tot vergoeding van de proceskosten van €471,72. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Verzekerde wordt veroordeeld tot betaling van €403,40 plus wettelijke rente en proceskosten.