Uitspraak
1.[gedaagde sub 1] ,
2.
[gedaagde sub 2],
Rechtbank Limburg
De kantonrechter Limburg behandelde een zaak waarin eiser een vordering instelde tegen gedaagde huurders voor betaling van een huurachterstand van €8.530,00, buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente. De huurovereenkomst betrof een woning verhuurd sinds 2017, die in 2024 was overgedragen aan een derde.
Gedaagde erkende de huurachterstand maar stelde dat hij bewust niet betaalde vanwege gebreken zoals lekkages en schimmel. De kantonrechter oordeelde dat gedaagde geen huurprijsvermindering had gevorderd bij de kantonrechter of huurcommissie, noch de verhuurder in gebreke had gesteld om gebreken te verhelpen. Opschorting van huurbetaling wegens gebreken was daarom niet gerechtvaardigd.
De kantonrechter stelde vast dat de verhuurder de gemelde gebreken uit 2022 en 2023 had verholpen en dat de latere gemelde gebreken pas kort voor de procedure bekend werden. De huurder kon dit niet aantonen. De vordering tot betaling van de huurachterstand, incassokosten en rente werd toegewezen. Gedaagde werd tevens veroordeeld tot betaling van proceskosten. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Huurders worden veroordeeld tot betaling van huurachterstand, incassokosten, wettelijke rente en proceskosten.