Uitspraak
1.De procedure
- de akte van CZ van 15 januari 2025.
Rechtbank Limburg
CZ Zorgverzekeringen heeft een betalingsvordering ingesteld tegen verzekerde wegens een achterstand op zorgpremies en zorgnota’s. De totale achterstand bedroeg volgens CZ €730,22, vermeerderd met wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten. Verzekerde erkende de achterstand en gaf aan een betalingsregeling te hebben getroffen, maar dacht dat deze allesomvattend was. Hij heeft hulp gezocht vanwege financiële problemen en wil de schuld aflossen.
De rechtbank oordeelde dat de hoofdsom toewijsbaar is omdat de achterstand erkend is. De buitengerechtelijke incassokosten werden afgewezen omdat CZ niet heeft gesteld vanaf welke datum verzekerde in verzuim was betreffende de zorgnota’s, waardoor niet kon worden vastgesteld of de veertiendagenbrief correct was verstuurd na verzuim. De wettelijke rente werd toegewezen vanaf de dag van dagvaarding, omdat vanaf dat moment in elk geval sprake was van verzuim.
De algemene voorwaarden van CZ werden ambtshalve getoetst op oneerlijke bedingen. Het beding over wettelijke rente werd niet als oneerlijk beoordeeld en bleef van kracht. Verzekerde werd veroordeeld tot betaling van €328,86 plus wettelijke rente vanaf 5 november 2024 en tot betaling van proceskosten van €389,72. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Verzekerde wordt veroordeeld tot betaling van €328,86 plus wettelijke rente en proceskosten, incassokosten worden afgewezen.