ECLI:NL:RBLIM:2025:1778

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
13 februari 2025
Publicatiedatum
25 februari 2025
Zaaknummer
NL:TZ:0000387813:B001, BM398732
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:438 lid 2 BWArt. 1:441 lid 2 BWArt. 1:444 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bewindvoerder niet-ontvankelijk in verzoek om machtiging voor schadevergoeding kinderopvangtoeslag

Betrokkene ontvangt een bedrag van €10.000 van de Belastingdienst als schadevergoeding in verband met de kinderopvangtoeslagaffaire. De bewindvoerder verzoekt om machtiging om dit bedrag op de leefgeldrekening van betrokkene te mogen storten.

De kantonrechter benadrukt dat hij toezichthouder is en geen adviseur, en wijst erop dat volgens de wet geen machtiging nodig is indien de bewindvoerder instemt met het verzoek. Indien de bewindvoerder niet instemt, kan hij wel machtiging vragen bij de kantonrechter om over het bedrag te beschikken.

De kantonrechter verklaart de bewindvoerder niet-ontvankelijk in het verzoek, omdat de procedure niet correct is gevolgd. Tegen deze beschikking is hoger beroep mogelijk via tussenkomst van een advocaat binnen drie maanden.

Uitkomst: De kantonrechter verklaart de bewindvoerder niet-ontvankelijk in het verzoek om machtiging voor het storten van de schadevergoeding.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG
Toezicht
Locatie Roermond
toezichtnummer
:
NL:TZ:0000387813:B001
CBM-nummer
:
BM398732
beschikkingsnummer
:
1
datum
:
13 februari 2025

Beschikking van de kantonrechter

op verzoek van:

Cobis Groep B.V. t.h.o.d.n. MijnBewind,Postbus 360, 5900 AJ Venlo,Kamer van Koophandel-nummer 66271002,

hierna te noemen: verzoeker,
met betrekking tot:

[betrokkene] ,geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1974,wonende te [adres] , [woonplaats] ,hierna te noemen: betrokkene.

Procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van het verzoek (met bijlagen), ontvangen op 4 februari 2025.
De kantonrechter heeft op grond van de ontvangen informatie afgezien van een mondelinge behandeling.

Beoordeling

Betrokkene ontvangt vanuit de Belastingdienst een bedrag van € 10.000,-. De bewindvoerder vraagt machtiging om het bedrag op de (leefgeld) rekening van betrokkene te mogen storten.
Verzoeker licht het verzoek als volgt toe:
“(…) Meneer zou vanuit de belastingdienst € 10.000 euro krijgen omdat hij als ex-partner aangemerkt staat van een persoon die gedupeerd was door de kinderopvangtoeslag affaire.
Meneer wil graag het volledige bedrag op eigen rekening ontvangen.
Meneer heeft nog schulden maar mogelijk dat deze kwijtgescholden worden ivm bovengenoemde regeling.
Wat mogen wij als bewindvoerder met deze schadevergoeding doen? Moet deze naar klant overgemaakt worden of moet dit op de beheerrekening blijven staan?
Vooropgesteld wordt dat de kantonrechter toezichthouder is, geen adviseur. De kantonrechter zal de bewindvoerder dus niet adviseren in wat te doen met de uitkering van de belastingdienst. Wel kan het volgende worden overwogen.
Voor zover bewindvoerder het eens is met de wens van de betrokkene, en dus medewerking verleent door het bedrag door te boeken naar de rekening van betrokkene, geldt dat uit de wet volgt dat geen machtiging nodig is (zie artikel 1:438 lid 2 en Pro 1:441 lid 2 BW). Bij de afweging of de bewindvoerder wil meewerken moet artikel 1:444 BW Pro in aanmerking worden genomen. De bewindvoerder zou dus geen medewerking moeten verlenen als die daardoor in de zorg van een goed bewindvoerder tekort schiet.
Voor zover de bewindvoerder het niet eens is met de wens van de betrokkene, en dus geen medewerking wil verlenen, geldt dat
betrokkeneop grond van artikel 1:438 lid 2 BW Pro machtiging kan vragen aan de kantonrechter om over de € 10.000,- te beschikken.
In beide gevallen is de bewindvoerder niet-ontvankelijk in het verzoek.

Beslissing

De kantonrechter verklaart de verzoeker niet ontvankelijk in het verzoek.
Deze beschikking is gegeven door mr. G.M. Drenth, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 13 februari 2025.
Tegen deze beschikking kan -uitsluitend door tussenkomst van een advocaat- hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof 's-Hertogenbosch:
a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.