Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
Beschikking op een machtigingsverzoek
[betrokkene] ,
procedure
- het verzoekschrift, per mail ingekomen op 11 februari 2025,
- een aanvulling van het verzoek, per mail ingekomen op 11 en 12 februari 2025.
Rechtbank Limburg
De kantonrechter van de rechtbank Limburg behandelde een verzoek van een executeur om machtiging te verkrijgen voor de verkoop en levering van een woning die deel uitmaakt van een nalatenschap waarin een minderjarige erfgenaam is betrokken.
De executeur is op grond van artikel 4:147 lid 1 BW Pro bevoegd om goederen te gelde te maken indien dit nodig is voor de voldoening van schulden en lasten van de nalatenschap. Het testament verleent de executeur bovendien de bevoegdheid om zonder overleg met erfgenamen beslissingen te nemen over de verkoop van goederen.
De kantonrechter oordeelde dat de executeur zonder machtiging kan overgaan tot verkoop van de woning, omdat dit noodzakelijk is voor de afwikkeling van de nalatenschap. Een machtiging ex artikel 1:345 BW Pro jo 1:253k BW is daarom niet vereist. Ook zag de kantonrechter af van het openen van een bankrekening met een BEM-clausule voor de minderjarige, omdat het testamentaire bewind voldoende bescherming biedt.
Het verzoek tot machtiging werd derhalve afgewezen. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open bij het Gerechtshof te ’s-Hertogenbosch binnen drie maanden na uitspraak.
Uitkomst: Het verzoek tot machtiging voor verkoop van de woning wordt afgewezen omdat de executeur zelfstandig bevoegd is tot verkoop zonder toestemming erfgenamen.