Uitspraak
RECHTBANK Limburg
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 13 februari 2025,
- de pleitnota van [eiseres] ,
- de pleitnota van de provincie,
2.Het incident
3.De feiten
De ontleding van de inschrijvingssom (...) zal voorafgaand aan de bekendmaking van de gunningsbeslissing (...) door de aanbesteder worden beoordeeld op het voldoen aan het bepaalde in artikel 01.01.06.
Als de aanbesteder aan de hand van de in het vorige lid bedoelde beoordeling vermoedt dat de ontleding van de inschrijvingssom niet overeenkomstig het bepaalde in artikel 01.01.06 is, motiveert de aanbesteder schriftelijk de redenen van zijn vermoeden en verzoekt daarbij schriftelijk aan de desbetreffende inschrijver om een schriftelijke toelichting op de ingediende ontleding van de inschrijvingssom. (…).
Als de toelichting van de inschrijver als bedoeld in het vorige lid niet binnen de gestelde termijn is ontvangen of als uit de gegeven toelichting niet blijkt dat aan het bepaalde in artikel 01.01.06 is voldaan, deelt de aanbesteder schriftelijk mee dat de ontleding van de inschrijvingssom niet overeenkomstig het bepaalde in artikel 01.01.06 is en wijst hij de desbetreffende inschrijving als ongeldig af.
4.Het geschil
- primair een gebod tot intrekking van de gunningsbeslissing, een verbod tot definitieve gunning aan KWS of een ander, en een gebod tot gunning aan [eiseres] door de provincie, voor zover de provincie de opdracht nog wenst te gunnen;
- subsidiair een gebod tot het doen van nader onderzoek naar de prijsaanbieding van KWS door de provincie voordat zij (definitief) tot gunning aan KWS overgaat, en [eiseres] te informeren over de uitkomsten van dit onderzoek;
- meer subsidiair een gebod om, voor zover de provincie de opdracht nog wenst te gunnen, over te gaan tot het opnieuw doorlopen van de gunningsfase;
- uiterst subsidiair elke andere passende voorziening;
- in alle gevallen: een en ander op straffe van betaling van een dwangsom en met veroordeling van de provincie in de kosten van het geding.
5.De beoordeling
in casu110 miljoen EUR is. Dan moet wel sprake zijn van (een van) de in artikel 2.163b tot en met artikel 2.163g Aw (limitatief) opgenomen gevallen. Nu de provincie heeft gesteld dat dienaangaande geen sprake is van een wezenlijke wijziging en [eiseres] dit niet (meer) heeft betwist, passeert de voorzieningenrechter deze stelling van [eiseres] .
6.De beslissing
- van de provincie van € 1.999,00 en in die
- van KWS van € 1.999,00,