Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBLIM:2025:194

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
15 januari 2025
Publicatiedatum
15 januari 2025
Zaaknummer
C/03/334519 / FA RK 24-2769
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:4 BWArt. 1:20 BWArt. 1:20a BWArt. 1:20e BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek tot toevoeging voornaam wegens hinder en pesten

Verzoekers, de vader en moeder van de minderjarige, hebben bij de rechtbank Limburg een verzoek ingediend tot wijziging van de voornaam van hun kind door toevoeging van een tweede voornaam. De minderjarige ervaart hinder en ongemak in het dagelijks leven vanwege haar Chinese voornaam, die moeilijk uit te spreken is, wat leidt tot pesten op school.

De rechtbank heeft de minderjarige in de gelegenheid gesteld haar mening te geven, wat zij heeft gedaan in een gesprek met de kinderrechter. Op grond van artikel 1:4 lid 4 BW Pro beoordeelt de rechtbank of er een zwaarwichtig belang bestaat voor de naamswijziging. Gezien de ervaren hinder en het negatieve gedrag van derden acht de rechtbank het belang voldoende aannemelijk.

Er zijn geen beletselen gevonden die de wijziging in de weg staan. De rechtbank gelast daarom de toevoeging van de voornaam, met de bepaling dat de griffier na drie maanden een afschrift van de beschikking aan de burgerlijke stand zal zenden, tenzij er hoger beroep wordt ingesteld.

Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot toevoeging van een tweede voornaam toe vanwege hinder en pesten door de oorspronkelijke voornaam.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht
Familie en jeugd
Datum uitspraak: 15 januari 2025
Zaaknummer: C/03/334519 / FA RK 24-2769
De enkelvoudige kamer, belast met de behandeling van burgerlijke zaken, heeft de volgende beschikking gegeven inzake:
[de vader]
hierna te noemen de vader,
en
[de moeder] ,
hierna te noemen de moeder,
gezamenlijk ook te noemen verzoekers,
beiden wonend te [woonplaats] ,
advocaat mr. J.F.C. Eliëns, kantoor houdend te Beek.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
Op 10 september 2024 is bij de griffie een verzoekschrift ingekomen.
1.2.
Op 9 januari 2025 is bij de griffie een aanvullend verzoekschrift ingekomen.
1.3.
De minderjarige is in de gelegenheid gesteld haar mening kenbaar te maken. Daarvan heeft zij gebruik gemaakt in een gesprek met de kinderrechter op 19 december 2024.

2.De feiten

2.1.
Binnen de relatie van verzoekers is op [geboortedatum] 2007 te [geboorteplaats] geboren de minderjarige [minderjarige] (hierna te noemen [minderjarige] ).
2.2.
De vader heeft [minderjarige] erkend en verzoekers hebben gezamenlijk het gezag over [minderjarige] .
2.3.
De geboorteakte van [minderjarige] komt voor in het register van de burgerlijke stand van de gemeente Sittard-Geleen in het jaar 2007 onder aktenummer 1S0676.
2.4.
In de basisregistratie personen zijn verzoekers en [minderjarige] geregistreerd met de Nederlandse nationaliteit.

3.Het verzoek

3.1.
Het gewijzigd verzoek strekt ertoe dat de rechtbank de wijziging zal gelasten van de voornaam van [minderjarige] , in die zin dat daaraan wordt toegevoegd ‘ [naam] ’, zodat zij voortaan [minderjarige] zal heten.

4.De beoordeling

4.1.
Artikel 1:4 lid 4 Burgerlijk Pro Wetboek (BW) geeft de rechter de (discretionaire) bevoegdheid op verzoek van de betrokken persoon of van zijn wettelijke vertegenwoordiger de wijziging te gelasten van zijn voornamen. Verzoekers, die zijn belast met het gezag over [minderjarige] , verzoeken dus gezamenlijk, als wettelijke vertegenwoordigers, de voornaam van [minderjarige] , te wijzigen.
4.2.
Op grond van voornoemd artikel moet voor een wijziging van de voornamen een voldoende zwaarwichtig belang bestaan. Bepalend bij de vraag of sprake is van een zwaarwichtig belang, is de mate van ongemak en/of overlast die de betrokkene in het dagelijks leven van zijn voornamen ondervindt. Daarbij dienen alle feiten en omstandigheden te worden meegewogen. Verder moet het verzoek worden getoetst aan artikel 1:4 lid 2 BW Pro en moet worden beoordeeld of de gewenste voornamen niet ongepast zijn of overeenstemmen met bestaande geslachtsnamen, tenzij deze tevens gebruikelijke voornamen zijn.
4.3.
De rechtbank is van oordeel dat verzoekers met de door hen gegeven toelichting voldoende aannemelijk hebben gemaakt dat [minderjarige] in het dagelijks leven hinder en ongemak ervaart van deze door verzoekers gekozen voornaam. Ook [minderjarige] heeft in het gesprek met de kinderrechter aangegeven dat zij hier last van heeft. Daartoe overweegt de rechtbank als volgt.
4.4.
De voornaam [minderjarige] is van Chinese oorsprong en is in Nederland moeilijk uit te spreken. [minderjarige] ervaart hierdoor ongewenst, negatief gedrag van derden, zoals op school waar zij gepest wordt om haar naam. Daarmee is het zwaarwichtige belang bij de verzochte voornaamswijziging voldoende komen vast te staan.
4.5.
Niet gebleken is van beletselen als bedoeld in artikel 1:4 lid 2 BW Pro. Gezien het vorenstaande zal het verzoek tot wijziging van de naam van [minderjarige] worden toegewezen, in die zin dat de voornaam ‘ [naam] ’ wordt toegevoegd.
4.6.
Ingevolge artikel 1:4 lid 4 BW Pro geschiedt de wijziging van de voornaam doordat van de beschikking een latere vermelding aan de akte van geboorte van de betrokken persoon wordt toegevoegd, overeenkomstig artikel 1:20a lid 1 BW. Gebleken is dat de geboorteakte van [minderjarige] is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand van de gemeente Sittard-Geleen.
4.7.
De rechtbank zal daarom bepalen dat de griffier niet eerder dan drie maanden na de dag van deze beschikking, en voor zover daartegen geen hoger beroep is ingesteld, een afschrift van de beschikking zal zenden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Sittard-Geleen.

5.De beslissing

De rechtbank:
5.1.
gelast de wijziging van de voornaam van [minderjarige] , geboren [geboortedatum] 2007 te [geboorteplaats] , in die zin dat de naam ‘ [naam] ’ wordt toegevoegd, zodat de volledige naam komt te luiden: ‘ [minderjarige] ’;
5.2.
bepaalt dat de griffier op de voet van het bepaalde in artikel 1:20e lid 1 BW niet eerder dan drie maanden na de dag van deze beschikking een afschrift daarvan zal zenden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Sittard-Geleen, dit met het oog op het bepaalde in artikel 1:20 lid 1 en Pro onder a, BW juncto artikel 1:20a lid 1 BW.
Deze beschikking is gegeven door mr. dr. M.C.A.E. van Binnebeke, rechter tevens kinderrechter en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. C.G.M. Schuman, griffier op 15 januari 2025.
CS
Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch:
a. door de verzoekende partij en degenen aan wie een afschrift van de beschikking (vanwege de griffier) is verstrekt of verzonden, binnen 3 maanden na de dag van de uitspraak;
b. door andere belanghebbenden binnen 3 maanden na betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.