Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord met producties 1 tot en met 4;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek met producties 5 en 6.
Rechtbank Limburg
De zaak betreft een geschil tussen een verhuurder en Stichting Anna over de oplevering van acht appartementen na beëindiging van de huurovereenkomst. De verhuurder vordert vergoeding van herstelkosten van €4.174,50, wettelijke rente en incassokosten, stellende dat Stichting Anna het gehuurde niet in goede staat heeft opgeleverd.
Stichting Anna betwist de vordering en stelt dat de appartementen bezemschoon en zonder schade zijn opgeleverd en dat er sprake was van achterstallig onderhoud. De kantonrechter oordeelt dat bij aanvang van de huur geen beschrijving van het gehuurde is opgemaakt, waardoor verondersteld wordt dat de huurder het gehuurde in de staat heeft aanvaard zoals het bij oplevering was.
De verhuurder heeft onvoldoende bewijs geleverd dat de herstelkosten noodzakelijk waren vanwege schade veroorzaakt door Stichting Anna. Facturen zijn overgelegd, maar zonder onderbouwing dat de gebreken er bij aanvang niet waren. Ook is geen overeenstemming over de actielijst vastgesteld. De vorderingen worden afgewezen en de verhuurder wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen van de verhuurder tot vergoeding van herstelkosten worden afgewezen wegens onvoldoende bewijs.