Uitspraak
RECHTBANK limburg
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 maart 2025 in de zaak tussen
[eiser] en [eiseres] , te [woonplaats] , eisers,
DSG Arbeid & Montage B.V., te Bladel,
Procesverloop
Overwegingen
wijzigingvan een eerder verleende, onherroepelijke, omgevingsvergunning voor het bouwen niet mogelijk is omdat de Wabo die mogelijkheid niet kent. Er was dus sprake van een nieuwe aanvraag voor een nieuw – ander - bouwplan dan het onder rechtsoverweging 2 vermelde, in 2009 vergunde, bouwplan. Uit de stukken blijkt afdoende, hetgeen door de gemachtigden van verweerder desgevraagd op zitting ook is bevestigd, dat verweerder de aanvraag feitelijk ook als een nieuwe aanvraag heeft beoordeeld. Dat de aanvraag is vergeleken met de aanvraag waarop in 2009 is beslist, betekent niet dat alleen de aangevraagde wijzigingen zijn beoordeeld. Verweerder heeft de nieuwe aanvraag materieel als nieuwe aanvraag behandeld en die aanvraag volledig beoordeeld. Aan de omstandigheid dat de ingediende aanvraag ziet op ‘een wijziging van de reeds verleende vergunning’ en in de besluitvorming ook zo is aangeduid, verbindt de rechtbank daarom geen consequenties.
ineen tuinbouwkas als bedoeld in artikel 1.76 van de planregels. Dat de teelt in de kas in (gestapelde) klimaatcellen plaatsvindt en de invloed van zonlicht via de wanden van de kas daarbij slechts een beperkte invloed heeft op het groeiproces, kan daaraan niet afdoen. In het bestemmingsplan wordt namelijk niet vereist dat de teelt in de glazen kas afhankelijk moet zijn van zonlichttoetreding. In wezen betogen eisers dat vergunninghouder een klassieke tuinbouwkas zou moeten oprichten, zoals eerder vergund. De onderhavige aanvraag ziet echter op een ander concept om gewassen te telen in een tuinbouwkas. De teelt in klimaatcellen in een kas wordt in het bestemmingsplan niet verboden.
Conclusie
Beslissing
- verklaart het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit niet-ontvankelijk;
- verklaart het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eisers tot een bedrag van € 453,50.
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 7 maart 2025