Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
- de dagvaarding met producties 1 t/m 10
- het B2-formulier waarmee mr. Loeffen zich heeft gesteld voor [gedaagde] .
2.De feiten
3.De overwegingen
4.De beslissing
woensdag 5 maart 2025voor beraad.
Rechtbank Limburg
Partijen hebben een affectieve relatie gehad waaruit op 17 november 2021 een zoontje is geboren. Dit kind is in 2024 overleden en vervolgens gecremeerd. Eiser vordert een deel van de as van het kind, het Ajaxshirtje, de dvd van de rouwdienst en fotorapportages en filmpjes van een weekendverblijf bij de Stichting Opkikker.
De zaak is bij de Rechtbank Limburg, locatie Maastricht, aanhangig gemaakt. Echter is gebleken dat gedaagde een familielid is van een medewerker van deze rechtbank, wat aanleiding geeft tot mogelijke partijdigheid.
Op grond van artikel 46b van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft de rechtbank Limburg besloten de zaak te verwijzen naar de voorzieningenrechter van de Rechtbank Oost-Brabant, locatie ’s-Hertogenbosch. Partijen zullen daar verder worden geïnformeerd over de procedurele voortgang.
Uitkomst: De zaak wordt verwezen naar de Rechtbank Oost-Brabant vanwege mogelijke belangenverstrengeling.