De kantonrechter van de Rechtbank Limburg heeft op 14 maart 2025 een beschikking gegeven inzake een verzoek tot wijziging van de grondslag van een onderbewindstelling. De oorspronkelijke bewindstelling was ingesteld wegens verkwisting of problematische schulden. Verzoeker stelde dat deze situatie niet langer van toepassing was, maar dat bewind voortgezet moest worden vanwege de lichamelijke of geestelijke toestand van betrokkene.
Uit de stukken en de mondelinge behandeling bleek dat betrokkene tijdelijk of duurzaam niet in staat is haar vermogensrechtelijke belangen volledig zelfstandig te beheren. Dit wordt mede ondersteund door omstandigheden zoals het beëindigen van de WSNP van de partner, het opstarten van een nieuw schuldentraject, het niet verlengen van de arbeidsovereenkomst van betrokkene en de beperkte beheersing van de Nederlandse taal door betrokkene en haar partner.
De kantonrechter overweegt dat de wetgever niet alleen objectieve ongeschiktheid tot beheer als grond voor bewind erkent, maar ook het verzoek van betrokkene zelf, mits dit uit vrije wil en goed geïnformeerd gebeurt. Gezien deze overwegingen is het verzoek tot wijziging van de grondslag van het bewind toegewezen, met behoud van de oorspronkelijke einddatum 1 december 2027. Tevens wordt het bewind uitgeschreven uit het Centraal curatele- en bewindregister.