Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord in conventie en eis in reconventie
- de brief waarin een mondelinge behandeling is bepaald
- de mondelinge behandeling van 28 januari 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
Rechtbank Limburg
BRIX 3.0 B.V. vordert betaling van achterstallige huur en een huurverhoging op basis van een contractuele indexeringsclausule. De huurder betwist de huurverhoging en vordert een huurprijsvermindering wegens gebreken in het gehuurde appartement.
De rechtbank oordeelt dat de huurprijs nooit rechtsgeldig is geïndexeerd omdat Brix geen schriftelijk voorstel heeft gedaan, zoals vereist volgens artikel 7:252 BW Pro. De vordering tot huurverhoging wordt daarom afgewezen. De huurder heeft vijftien gebreken gemeld, waaronder vochtplekken en schimmel, die leiden tot een huurprijsvermindering van 30% vanaf 1 juni 2023, de datum na melding van de gebreken.
Brix moet het teveel betaalde bedrag terugbetalen aan de huurder. De vordering tot huurprijsvermindering is niet vervallen omdat het verzoek tijdig bij de huurcommissie is ingediend en de procedure bij de kantonrechter wordt gezien als herbeoordeling van de huurcommissie-uitspraak. De vernietigbaarheid van de indexeringsclausule wordt verworpen omdat deze niet in strijd is met dwingendrechtelijke bepalingen.
Beide partijen worden veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Vordering tot huurverhoging afgewezen, huurprijsvermindering van 30% toegewezen vanaf 1 juni 2023 en terugbetaling onverschuldigde huur.