De verhuurder vordert ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de bedrijfsruimte wegens een aanzienlijke en oplopende huurachterstand. De huurder heeft sinds april 2024 vrijwel geen huur meer betaald, met een totale achterstand van €36.125,89 tot en met februari 2025.
De mondelinge behandeling vond plaats zonder aanwezigheid van de huurder, die herhaaldelijk verhinderd was en geen betalingen verrichtte. De kantonrechter oordeelt dat de tekortkoming van de huurder zo ernstig is dat ontbinding en ontruiming gerechtvaardigd zijn. De huurder had zijn goede wil kunnen tonen door ten minste lopende huur te voldoen.
De rechtbank veroordeelt de huurder tot ontruiming binnen veertien dagen na betekening van het vonnis en tot betaling van de huurachterstand, lopende huurtermijnen, boeterente, incassokosten, en proceskosten. De vordering wordt volledig toegewezen en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.