Uitspraak
Rechtbank Limburg
1.Het verloop van de procedure
- het verzoekschrift, binnengekomen bij de rechtbank op 08 november 2024;
- het bericht van de ambtenaar van 17 februari 2025.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Limburg
Verzoekster, geboren in 1961 en intersekse, verzoekt de rechtbank om haar geboorteakte te wijzigen. Bij de aangifte van haar geboorte is onterecht aangenomen dat zij van het mannelijk geslacht is, terwijl zij zowel mannelijke als vrouwelijke fysieke kenmerken heeft en zich altijd vrouw heeft gevoeld. De verkeerde geslachtsaanduiding leidde tot diverse problemen in haar leven, waaronder onjuiste medische behandelingen.
De rechtbank oordeelt dat de procedure op grond van artikel 1:28 BW Pro, bedoeld voor transgender personen, niet passend is. In plaats daarvan is artikel 1:24 BW Pro van toepassing, omdat er sprake is van een foutieve vermelding op de geboorteakte die kan worden verbeterd. Verzoekster krijgt daarom gelijk in haar verzoek om de geslachtsaanduiding te wijzigen van mannelijk naar vrouwelijk.
Daarnaast wordt ook de voornaamswijziging toegewezen, omdat de huidige voornamen doorgaans aan mannen worden gegeven en verzoekster een zwaarwichtig belang heeft bij de wijziging. De rechtbank gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand om de wijzigingen door te voeren en stelt een termijn van drie maanden voor het verzenden van de beschikking, tenzij hoger beroep wordt ingesteld.
Uitkomst: De rechtbank wijzigt de geslachtsaanduiding en voornamen op de geboorteakte van verzoekster van mannelijk naar vrouwelijk en wijst het verzoek tot voornaamswijziging toe.