ECLI:NL:RBLIM:2025:2552
Rechtbank Limburg
- Wraking
- M. M. Beije
- C. G. A. Wouters
- W. F. J. Aalderink
- Rechtspraak.nl
Beslissing wrakingsverzoek tegen rechter wegens vermeende vooringenomenheid ongegrond verklaard
Op 26 februari 2025 diende verzoeker tijdens de mondelinge behandeling van zijn bezwaarschrift tegen de dagvaarding een wrakingsverzoek in tegen mr. G.H. Hermanides, strafrechter bij de rechtbank Limburg. De wrakingskamer ontving het bericht van de rechter dat hij niet berustte in het wrakingsverzoek.
De wrakingskamer beoordeelde of er feiten of omstandigheden waren die de onpartijdigheid van de rechter konden aantasten. Verzoeker stelde dat de vooringenomenheid van de rechter bleek uit diens proceshouding en het niet toestaan van overlegging van stukken ter overtuiging. De rechter had echter toegelicht dat eerst het bezwaarschrift tegen de dagvaarding moest worden behandeld voordat de strafzaak aan bod kon komen.
De wrakingskamer oordeelde dat een procesbeslissing, zoals het niet toestaan van stukken, op zichzelf geen grond voor wraking is, tenzij sprake is van objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid. Deze was niet aangetoond. Ook de bejegening van verzoeker door de rechter werd niet onderbouwd als grond voor wraking.
Daarom verklaarde de wrakingskamer het wrakingsverzoek ongegrond en handhaafde de rechter zijn positie in de procedure.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de strafrechter is ongegrond verklaard wegens het ontbreken van objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid.