De rechtbank Limburg heeft op 18 maart 2025 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak waarin eiser beroep instelde tegen besluiten van het UWV over de hoogte van het dagloon, de nabetaling van de IVA-uitkering en de wettelijke rente. Het geschil betrof onder meer de vraag of het dagloon in deze procedure aan de orde kon komen, de juistheid van de nabetaling van de IVA-uitkering over verschillende perioden en het recht op wettelijke rente over deze nabetaling.
De rechtbank oordeelde dat het dagloon niet aan de orde is in deze procedure omdat dit onderwerp van een andere procedure is. De nabetaling van de IVA-uitkering is juist vastgesteld, waarbij het UWV een toeslag heeft verrekend die eiser ten onrechte ontving. De rechtbank volgde het standpunt van het UWV dat de verhoging van de uitkering pas vanaf de dagloonherziening in 2022 een positief effect heeft. Tevens concludeerde de rechtbank dat er geen recht bestaat op wettelijke rente omdat het UWV niet in verzuim was; het besluit en de betaling zijn binnen de wettelijke termijnen genomen.
Daarnaast wees de rechtbank het verzoek van eiser af om proceskostenvergoeding toe te kennen, omdat geen sprake was van onrechtmatigheid van het bestuursorgaan die tot herroeping van besluiten zou leiden. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en eiser kreeg geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.