Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.[eiseres sub 1] ,
2.
[eiseres sub 2],
3.
[eiser sub 3],
1.De procedure
- de conclusie van antwoord
Rechtbank Limburg
Drie werknemers van de gemeente Kerkrade vorderden een hogere inschaling van hun functie Medewerker Kwaliteitscontrol MaZo van schaal 9 naar schaal 10A of 10, stellende dat de functiewaardering onzorgvuldig en onjuist was uitgevoerd. De gemeente voerde verweer en stelde dat de waardering correct was en dat zij binnen haar beleidsvrijheid had gehandeld.
De rechtbank constateerde dat de waarderingscommissie niet volledig conform de geldende Regeling Functiewaardering gemeente Kerkrade 2002 had gehandeld, onder meer door het ontbreken van een formeel schaalvoorstel, preadvies en protocol. Desondanks oordeelde de rechtbank dat deze procedurele tekortkomingen de uitkomst niet beïnvloed hadden en dat de gemeente niet in redelijkheid tot een hogere waardering had kunnen komen.
Inhoudelijk werden de bezwaren van de werknemers op de punten Kennis, Zelfstandigheid en Contact beoordeeld, waarbij de rechtbank de door de gemeente toegekende puntenaantallen als redelijk en onderbouwd beschouwde. Ook het argument dat de functie in een hogere schaal ingedeeld moest worden vanwege vergelijkingen met andere functies en gemeenten werd verworpen.
De rechtbank concludeerde dat de gemeente zich niet als een goed werkgever had gedragen door de procedure niet strikt te volgen, maar dat dit geen aanleiding gaf tot een hogere inschaling. De vorderingen werden afgewezen en de proceskosten werden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De vorderingen van de werknemers tot hogere functiewaardering en inschaling worden afgewezen.