De rechtbank Limburg heeft op 26 maart 2025 uitspraak gedaan in een zaak betreffende de beëindiging van het ouderlijk gezag van de moeder over haar minderjarige kind en de benoeming van de pleegmoeder tot voogd. Het kind verblijft sinds haar eerste levensjaar bij de pleegmoeder, die tevens de zus van de moeder is. De moeder oefent weliswaar het eenhoofdig gezag uit, maar draagt feitelijk geen verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding van het kind.
De pleegmoeder verzocht de rechtbank het gezag van de moeder te beëindigen en haar tot voogd te benoemen. De moeder stemde hiermee in en gaf aan niet in staat te zijn de verantwoordelijkheid te dragen vanwege persoonlijke problematiek. Het kind heeft hechtingsproblematiek en wordt door de pleegmoeder verzorgd, waarbij professionele hulp is ingezet.
De rechtbank oordeelde dat de moeder het gezag niet uitvoert en dat dit de ontwikkeling van het kind ernstig bedreigt. De pleegmoeder is ontvankelijk in haar verzoek omdat de raad geen verzoek heeft ingediend. De rechtbank wees het verzoek toe, beëindigde het gezag van de moeder en benoemde de pleegmoeder tot voogd. Tevens werd bepaald dat het centrale gezagsregister wordt bijgewerkt.