Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
- [verdachte] (bestuurder van Volkswagen Polo [kentekennummer 2] );
- [naam medeverdachte 2] (bijrijder Volkswagen Polo [kentekennummer 2] );
- [naam medeverdachte 1] (bestuurder Opel Mireva [kentekennummer 1] ).
zitten, dit is de eerste keer dat ik dit doe en ik word meteen gepakt.”
- 5.565,68 gram bruto poeders (goednummer 1735036);
- 11.125,92 gram bruto poeders (10 blokken, goednummer 1735035).
cocaïne. [4] Uit de hoeveelheden harddrugs werden monsters genomen (AQX0387NL: nettogewicht 5001,61 gram en AAQX0386NL: nettogewicht 9987,62 gram) en naar het NFI verzonden. [5] De rapportages van het NFI vermelden dat de monsters met kenmerken AQX0387NL en AAQX0386NL allen
cocaïnebevatten. [6]
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf
7.De wettelijke voorschriften
8.De beslissing
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte voor
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.
mr. S.L.M. van Venrooij, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.H.M. Meisen, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 21 maart 2025.
- een ander heeft getracht te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te plegen en/of uit te lokken, om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen,
- zich en/of een ander gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen,
- voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte, wist of ernstige reden had om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit,