Uitspraak
1.[gedaagde sub 1] ,
2.
[gedaagde sub 2],
Rechtbank Limburg
De eiser verhuurt sinds november 2024 een woning aan de gedaagde tegen een maandelijkse huurprijs van € 2.000. De gedaagde heeft de huur over de maanden december 2024 tot en met maart 2025 niet betaald, evenals de overeengekomen waarborgsom van € 4.000. Ondanks sommatiebrieven is betaling uitgebleven.
De eiser vordert ontruiming van het gehuurde binnen veertien dagen, betaling van de huurachterstand en de waarborgsom, alsmede vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De gedaagde erkent de huurachterstand, maar verzoekt om een betalingsregeling.
De kantonrechter stelt vast dat de Nederlandse rechter bevoegd is en dat het Nederlandse recht van toepassing is. Vanwege de erkende huurachterstand en het ontbreken van onderbouwde tegenwerpingen acht de rechtbank toewijzing van de ontruiming en betaling van de huurachterstand gerechtvaardigd. De vordering tot betaling van de waarborgsom wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang. Ook de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten wordt afgewezen omdat de aanmaning niet aan de wettelijke vereisten voldoet.
De gedaagde wordt hoofdelijk veroordeeld tot ontruiming, betaling van de huurachterstand, toekomstige huurtermijnen zolang de woning niet is ontruimd, en proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot ontruiming binnen veertien dagen en betaling van huurachterstand en proceskosten, terwijl vorderingen tot betaling van de waarborgsom en incassokosten worden afgewezen.