ECLI:NL:RBLIM:2025:2974
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.Th.M. Raab
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek tot schrapping tweede voornaam wegens zwaarwegend belang na jeugdtrauma
Verzoekster, geboren in Nederland en houder van de Nederlandse nationaliteit, verzocht de rechtbank om haar tweede voornaam te laten schrappen en enkel haar eerste voornaam te behouden. Dit verzoek werd ingediend op 12 februari 2025 en betrof een wijziging van de geboorteakte.
De rechtbank stelde vast dat zij bevoegd was kennis te nemen van het verzoek op grond van artikel 3 Rv Pro en dat Nederlands recht van toepassing was volgens artikel 10:20 BW Pro. De rechter toetste het verzoek aan artikel 1:4 BW Pro, waarbij een zwaarwichtig belang vereist is voor wijziging van voornamen.
Uit het verzoek bleek dat verzoekster gedurende haar jeugd langdurig seksueel misbruikt was binnen het familieverband, waarbij ook haar moeder en opa moederszijde betrokken waren. Daarnaast was er sprake van emotionele verwaarlozing en manipulatie door haar moeder, wat leidde tot een verbroken contact. Het dragen van de tweede voornaam, die de naam van haar moeder bevat, veroorzaakte voortdurende herinneringen en belemmerde haar herstel.
De rechtbank oordeelde dat dit een zwaarwegend belang vormde en dat het verzoek niet in strijd was met de wet. Daarom werd het verzoek toegewezen en werd de ambtenaar van de burgerlijke stand gelast de wijziging aan de geboorteakte door te voeren. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open binnen drie maanden.
Uitkomst: Verzoek tot schrapping tweede voornaam wordt toegewezen wegens zwaarwegend belang van verzoekster.