Uitspraak
1.DE ONBEKENDE GEZAMELIJKE ERFGENAMEN VAN WIJLEN MEVROUW [erflaatster] ,
2.
[gedaagde sub 2],
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 17 maart 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
Rechtbank Limburg
Woonpunt had een huurovereenkomst met mevrouw erflaatster voor een woning. Na haar overlijden in 2024 bleef haar zoon, gedaagde sub 2, in de woning wonen zonder medehuurder te zijn en zonder binnen zes maanden een verzoek tot voortzetting van de huur in te dienen, zoals vereist volgens artikel 7:268 lid 2 BW Pro.
Woonpunt stelde dat de huurovereenkomst daardoor was geëindigd en vorderde ontruiming en betaling van de achterstallige huur. Gedaagde sub 2 voerde aan dat hij al vijf jaar bij zijn moeder woonde, niet op de hoogte was van de termijn voor voortzetting en dat ontruiming hem en zijn kinderen op straat zou zetten.
De kantonrechter oordeelde dat het spoedeisend belang bij ontruiming aanwezig was, dat gedaagde sub 2 geen huurrechten had en dat de betalingsachterstand onvoldoende was betwist. De vorderingen werden daarom toegewezen, met een termijn van veertien dagen voor ontruiming en betaling. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagden worden veroordeeld tot ontruiming binnen veertien dagen en betaling van achterstallige huur.